nieuws

Traditioneel baggeren milieutechnisch aantrekkelijk Molen geeft weinig mors en vertroebeling

bouwbreed Premium

den haag – Aannemers hebben voor het baggeren van verontreinigde grond op vaarwegen verschillende speciale ‘milieubaggerwerktuigen’ ontwikkeld. Bij het baggeren van (verontreinigde) grond uit de zinksleuf voor de tweede Beneluxtunnel worden die niet toegepast. Daarvoor gebruikt HAM-VOW onder meer een moderne sleephopperzuiger en een traditionele emmerbaggermolen. Deze inzet van materieel maakt de uitvoering efficient en milieutechnisch verantwoord.

De bestaande Beneluxtunnel in de A4 onder de Nieuwe Maas tussen Vlaardingen en Schiedam heeft voor het huidige verkeer een te kleine capaciteit. Sinds 1997 werkt de Hollandse Combinatie Beneluxtunnel (HCB) in opdracht van Rijkswaterstaat aan de aanleg van een tweede Beneluxtunnel ten oosten van de bestaande. HCB bestaat uit Van Hattum en Blankevoort, HBW en Dirk Verstoep. De zes betonnen tunnelelementen worden gemaakt in een bouwdok bij Barendrecht. Ze zullen worden afgezonken in de zinksleuf die momenteel wordt gebaggerd door HAM-VOW die voor het grondwerk optreedt als onderaannemer voor HCB.

De zinksleuf krijgt een breedte van ruim 53 meter. De grond wordt tot een diepte tot circa 27 meter – NAP verwijdert. Een deel van de in totaal 925.000 kubieke meter uitkomende grond is verontreinigd en wordt afgevoerd naar depot De Slufter. Het niet-verontreinigde, zandige materiaal wordt gebruikt als strandsuppletie op de Maasvlakte.

Dieplepelkraan

Op het werk zijn verschillende baggerwerktuigen toegepast. Een hydraulische dieplepelkraan op een ponton is ingezet om 100.000 kubieke meter verontreinigde grond (klasse 3 – 4) weg te halen bij de vooroevers tot een diepte van 17 meter min NAP. Om mors en vertroebeling van het water tegen te gaan, is de bak van de dieplepelkraan uitgerust met een vizierbak. Deze wordt na het vullen gesloten, zodat bij het boven water halen geen grond uitspoelt. De 100.000 kubieke meter tot 17 meter min NAP in het middengedeelte (ook verontreinigd) zijn weggehaald door de sleephopperzuiger Cornelia en getransporteerd naar baggerdepot De Slufter. Een hopperzuiger zuigt de specie via een zuigleiding van de bodem, zodat mors en vertroebeling geen problemen geven. Een kleine hoeveelheid niet-verontreinigde grond is droog ingegraven en per as afgevoerd om op werken in de omgeving te worden gebruikt.

Momenteel is de baggermolen Holland I bezig met baggeren van de 700.000 kubieke meter in een laag van tien meter tot een diepte van 27 meter min NAP in het middengedeelte van de zinksleuf. Deze emmerbaggermolen heeft een capaciteit van circa 600 a 700 kubieke meter per uur. De emmers hebben een inhoud van 630 liter en zitten aan een ketting die over een ladder rond gaat. De diepte van de onderkant van de ladder is in te stellen op diepten van 16 tot 30 meter. Aan de bovenkant valt de bij de bodem gebaggerde grond uit de emmers op een glijgoot. Aan het eind hiervan valt het in een transportbak.

Rendement

Voordeel van inzet van de traditionele baggermolen is dat met een hoog percentage vaste stof kan worden gebaggerd. De emmerbaggermolen werkt bij volledige capaciteit met een emmervulling van 100-110 procent. Bij verontreinigde bagger mag de emmervulling maximaal 80 procent zijn. Daarmee wordt voorkomen dat vervuiling optreedt. De vullinggraad van de emmers wordt gestuurd met de loopsnelheid van de lier van de boegankerkabel, een van de zes draden waarmee de molen is verankerd.

Het rendement van deze baggermethode is hoog, zelfs op projecten waarbij de bagger met beunbakken wordt vervoerd en waar verder pomptransport nog nodig is.

De baggerspecie wordt bij de tweede Beneluxtunnel namelijk in bakken vervoerd naar de Mississippihaven. Zo’n 300.000 kubieke meter verontreinigd materiaal wordt door de bakkenzuiger Ardea naar het depot De Slufter verpompt. De rest, 400.000 kubieke meter, schone, zandige specie wordt vanaf de Ardea via een zeven kilometer lange persleiding naar het Slufterstrand gepompt voor de kustsuppletie. Gezien de perslengte is in de leiding het tussenstation ‘Energie’ geplaatst.

De zinksleuf is in november gereed. Daarna kan het afzinken van de betonnen tunnelelementen beginnen.

Vijzelpennen

De twee elementen aan de oevers worden afgezonken op vijzelpennen, waarna de holle ruimte wordt onderspoeld met zand. Hiervoor zijn leidingen in de vloer van de tunnelelementen aangebracht, waarop de sproeileiding wordt aangesloten. Het zand verspreidt zich rondom de inspuitpunten als ‘pannenkoeken’ onder het tunnelelement. Na het onderspoelen worden de vijzels weggehaald, waarna het element op de zandlaag rust.

Om de hinder voor de scheepvaart te beperken worden de vier middelste elementen afgezonken op een grindbed. Tijdrovend onderspoelen is dan niet nodig. Naast de tunnelelementen en er bovenop de tunnel komt wel zand. Daarop komt een stroombestendige toplaag van breuksteen 10-60 kilogram. De tweede Beneluxtunnel wordt in augustus 2001 in gebruik genomen.

Reageer op dit artikel