nieuws

RandstadRail als wapen in strijd tegen fileprobleem

bouwbreed Premium

zoetermeer – “RandstadRail in 2003 laten rijden is uiterst ambitieus maar zeker niet onhaalbaar.” Dat zegt ing. Marie van Leur van de projectdirectie RandstadRail. “Mar het is dan wel zaak dat alle neuzen in dezelfde richting blijven staan.” Die saamhorigheid moet in de ogen van Van Leur leiden tot kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer. “De enige vorm van vervoer waar nog een beetje beweging in zit.”

Het kantoor van de projectdirectie RandstadRail zetelt op de tiende etage van een kantoorgebouw in Zoetermeer. Drs. Peter de Zoete, verantwoordelijk voor de communicatie rond het openbaar vervoerproject, wijst uit het raam naar beneden. Met een beetje moeite is een stukje rails van de huidige Sprinter waarneembaar. “Daar ligt feitelijk al een deel van de RandstadRail”, zegt De Zoete droogjes.

RandstadRail. De naam komt al sinds begin jaren negentig met enige regelmaat voor in verschillende toekomstvisies. Kern van het project is een openbaar vervoerssysteem in het verstedelijkte gebied Rotterdam-Den Haag te laten rijden. Met een voertuig van Rotterdam-centrum naar het strand van Scheveningen. Dat is zo’n beetje het idee.

“Het zijn destijds vooral de openbaar vervoerbedrijven geweest, die deze wens in een verkenningstudie hebben laten uitzoeken”, vertelt De Zoete.

Uit de studie bleek dat dit idee op zich haalbaar is. Van Leur, binnen de projectdirectie verantwoordelijk voor de infrastructuur, met een glimlach: “De minister schrok zich alleen rot van het prijskaartje van vier tot zes miljard gulden.”

Goedkoper

Het oorspronkelijke idee werd aangepast en gefaseerd in kaart gebracht. RandstadRail gaat voor een belangrijk deel over bestaand spoor rijden. Hiervoor moet wel vijftig kilometer spoorrails worden aangepast. Ongeveer zevenenhalf kilometer nieuw trace moet nog ‘eventjes’ worden aangelegd.

Het leeuwendeel hiervan komt in Zoetermeer, ter ontsluiting van de Vinex-locatie Oosterheem. Maar ook in Den Haag komt een nieuw stuk over de Beatrixlaan te lopen. “Verder worden alle bestaande stations opgewaardeerd en tien nieuwe stations gebouwd. Al met al toch een fors infrawerk”, benadrukt Van Leur. Met alle aanpassingen is ruim 1,4 miljard gulden gemoeid.

Kaart

Zijn blik gaat naar de grote kaart aan de muur van de kamer. Daar staat de hele route op. Hart en basis van de route vormen de huidige Hofpleinlijn tussen Rotterdam-Hofplein en Den Haag, en de Sprinterlijn tussen Zoetermeer en Den Haag.

Met kleine kaartjes is aangegeven wat langs de route allemaal moet gebeuren. Het begint al in Den Haag waar een keerlus aan het einde van de tramtunnel is bedacht.

Dan gaat het voertuig via het centraal station op weg naar Laan van Nieuw Oost-Indie. Daarvoor moet het op zes meter hoogte over de Beatrixlaan worden geleid. Vervolgens komt het op het trace van de Hofpleinlijn. Dat wil zeggen dat het via Leidschendam, de Vinex-locatie Leidschenveen richting Nootdorp en Pijnacker op weg gaat naar Rotterdam.

De Zoete: “Onbekend is nog wat voor voertuig er gaat rijden. De vraag is of het een metro- dan wel tramachtig apparaat gaat worden. De keuze daarvan is bepalend voor factoren als energie: gaat het op 750 volt rijden, nodig voor de tram, of 1500 volt waar het spoor nu van is voorzien. Ook is de keuze belangrijk voor de aanpassingen van de stations. Een metro heeft nu eenmaal een lagere instap dan een ram of trein.”

Stippellijnen

De kaart van Van Leur vertoont vooral in Zoetermeer nogal wat stippellijnen. In elk geval wordt de Vinex-locatie Oosterheem ontsloten door de Sprinterlijn door te trekken.

Maar er bestaat ook de wens Zoetermeer met Rotterdam door te verbinden. Het gaat hier om de beroemde ZoRo-lijn. Momenteel wordt een mer-studie uitgevoerd naar de verschillende tracevarianten. In de Zoetermeerse wijk Rokkeveen houden ze hun hart vast. Daar dreigt de lijn tussen twee huizenblokken door te gaan.

“Dat is de moeilijkheid met dit soort verbindingen”, weet Van Leur, “juist omdat RandstadRail in stedelijke gebieden kan penetreren, grijpt dat vaak diep in op de leefomgeving van de mensen. Bij nieuwbouwwijken is dat niet zo’n probleem, omdat iedereen weet wat daar gaat komen. Maar in Rotterdam ligt dat anders.”

Rotterdam

Daarmee doelt Van Leur op de harde strijd die momenteel in de havenstad wordt gevoerd over de vraag hoe het Station-Hofplein met het Centraal Station kan worden verbonden.

In de huidige fase van RandstadRail wordt hiervoor de vijfhonderd meter lange wandelroute met goede bewegwijzeringen opgeknapt. Rotterdam wil in de tweede fase, in 2007, echter een aansluiting op het Metronet. En dat maakt een fysieke verbinding noodzakelijk.

Hiervoor liggen twee varianten op tafel: de Spoorsingel-variant en de zogenoemde Blijdorpboog over de Essenburgsingel. In beide gevallen gaat het om dichtbevolkte wijken waar de verbinding moet worden aangelegd. De buurten verzetten zich met hand en tand tegen de komst van RandstadRail. Dit heeft er zelfs toe geleid dat Rotterdam de definitieve beslissing heeft uitgesteld.

Woede

Van Leur: “Ik kan mij die woede en teleurstelling bij de bewoners wel voorstellen. Deze mensen ervaren alleen de nadelen en hebben nu zeker nog geen oog voor de voordelen.”

En juist voordelen zijn er in de ogen van de projectdirectie uiteraard volop. “Bij alle partijen leeft toch het besef van grote urgentie voor dit project. Er zijn geen andere oplossingen in zicht om het mobiliteitsprobleem aan te pakken.”

Het projectbureau maakt momenteel spannende maanden door. Immers, 24 marktpartijen hebben voor de uitvoering van RandstadRail een aanbieding gemaakt.

De Zoete: “Al die aanbiedingen worden nu in kaart gebracht en getoetst op de kwaliteitseisen en voorwaarden. Eind van de zomer moet duidelijk zijn welke het gunstigste is.”

“En dan moet ook duidelijk zijn”, vervolgt De Zoete, “of een publiek private samenwerking beter is dan het traditioneel uitvoeren van een dergelijk is project. Vervolgens is het woord aan minister Netelenbos. Zij moet uiteindelijk nog dit jaar een projectbesluit nemen.”

Van Leur zucht nog maar eens diep: “Dan moet er flink aan getrokken gaan worden.”

‘Ik kan me de woede en teleurstelling over tracekeuzes wel voorstellen’

Reageer op dit artikel