nieuws

Pronk oogst kritiek Rekenkamer Bodemsanering gasfabrieken verloopt te traag

bouwbreed Premium

den haag – De sanering van de vervuilde terreinen waar vroeger gasfabrieken hebben gestaan verloopt veel te traag. In het huidige tempo zal de operatie niet voor 2055 zijn voltooid, terwijl het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) uitgaat van 2022.

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in het rapport Bodemsanering Gasfabriekterreinen dat gisteren aan de Tweede Kamer is aangeboden. Volgens de Rekenkamer mist het ministerie inzicht in de omvang en ernst van de vervuiling en is niet duidelijk wie voor de sanering moet betalen: de overheid of de energiebedrijven.

De terreinen zijn in de periode tussen midden vorige eeuw en de jaren dertig van deze eeuw – toen er gas werd geproduceerd voor verlichting en verwarming – ernstig verontreinigd met cyanide, zware metalen en aromatische koolwaterstoffen. Het is de bedoeling dat ze allemaal worden gesaneerd.

Het gaat om een operatie die vele tientallen miljoenen guldens vergt. De wijze van aanpak hangt af van de bestemming. Zo wordt bij woningbouw gekozen voor het volledig verwijderen en bij groenvoorziening (Griftpark Utrecht) voor het isoleren van de vervuiling.

Voor de sanering is volgens de Rekenkamer geen tijdsplanning met duidelijke tussendoelen opgesteld. Ook is onvoldoende informatie ingezameld over al uitgevoerde saneringen. Begin 1998 was nog slechts 67 van de in totaal 357 hectare vervuilde grond onder handen genomen.

In 1994 besloot het ministerie van VROM dat de energiebedrijven de sanering op vrijwillige basis moesten bekostigen Het Interprovinciaal Overleg (IPO) zou de regie voeren. In de praktijk is echter gebleken dat de energiebedrijven zich niet moreel verplicht voelen bij te dragen.

In 1997 is de planning van de saneringen al bijgesteld. Toen werd besloten de aanpak aan te passen aan de gekozen bestemming. Tegelijk werd uitgesproken dat het Rijk nog slechts een minderheidsaandeel in de kosten zou nemen. De streefdatum voor afronding van de totale operatie verschoof van 2010 naar 2022. De Rekenkamer heeft er echter geen vertrouwen in dat het doel wordt gehaald.

Minister Pronk ontkent in een reactie dat een duidelijke strategie ontbreekt. Hij wijst op de programmatische benadering per provincie, waarvoor in november 1998 met het IPO afspraken zijn gemaakt. Daarbij is een nieuwe financiele verdeelsleutel overeengekomen. Volgens die sleutel betaalt het Rijk eenderde van de kosten en de overige partijen de rest. Pronk blijft er vanuit gaan dat 2022 de einddatum is.

De Rekenkamer reageert verbaasd op de reactie van Pronk, omdat hij geen stappen aankondigt om de beleidsinformatie te verbeteren. De minister gaat niet in op de kritiek dat er bij VROM een gebrek is aan inzicht in de voortgang van de sanering. Bovendien wijst de Rekenkamer erop dat de nieuwe verdeelsleutel nog niet in de Tweede Kamer aan de orde is geweest.

Op pagina 5: Aanbesteding in strijd met regels.

Reageer op dit artikel