nieuws

Jarige Woningwet leidt tot plan museum

bouwbreed Premium

Initiatiefneemster: Volkshuisvesting is van alle tijden, maar een museum op dit gebied is er niet amsterdam – Amsterdam werkt aan een museum voor de volkshuisvesting. De eerste stap is de vestiging volgend jaar van een bezoekerscentrum in het voormalige postkantoor op de hoek van het Spaarndammerplantsoen en de Zaanstraat. Maar dat is nog maar een begin, aldus initiatiefneemster Alice Roegholt.

Het museum voor de volkshuisvesting is nu alleen nog maar een aanduiding op het antwoordapparaat. Alice Roegholt en haar stichting De Golf hebben kortgeleden een kantoortje betrokken op een industrieterrein. Vanuit het onderkomen aan de Houthavens werkt een initiatiefgroep met vertegenwoordigers van De Golf, de Stedelijke Woningdienst, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, Aedes en de Nationale Woningraad aan de daadwerkelijke oprichting van het museum.

Woningwet

De directe aanleiding voor de museale activiteiten is het honderdjarig bestaan van de Woningwet. In 1901 kwam de eerste wet tot stand om iets te doen aan de erbarmelijke woonomstandigheden van burgers die in hoog tempo van het platteland naar de steden waren verhuisd. De stedelijke Woningdienst wil dat jubileum aangrijpen om een manifestatie over verleden, heden en toekomst van de (sociale) woningbouw op poten te zetten. Op die manifestatie wordt onder meer stilgestaan bij de ijver van wethouder Wibaut om de leefomstandigheden in de stad te verbeteren.

“Wonen is voor iedereen belangrijk. Volkshuisvesting is van alle tijden. Maar heel gek: een museum op dit gebied is er niet. Toch is er veel te vertellen”, verklaart Roegholt. Haar eigen inzet betitelt zij als betrokkenheid bij de stad. Het gaat de initiatiefneemster niet alleen om de geschiedenis. Evenzeer moet er aandacht zijn voor de woningbouw van de toekomst.

Prachtig gebouw

Dat de eerste pijlen op het oude postkantoor worden gericht, ligt volgens haar voor de hand. “De plek vraagt erom. Het postkantoor is een prachtig gebouw op de kop van het vermaarde woningcomplex van architect M. de Klerk uit 1917. Een monument in de sociale woningbouw, waar wereldwijd belangstelling voor bestaat. De bezoekers van het complex moeten het nu doen met een beschrijving in een boekje. Woningbouwvereniging Eigen Haard is bovendien bereid het gebouw voor een periode van twee jaar om niet beschikbaar te stellen.”

De inrichting van de expositie – met aandacht voor het complex van De Klerk en de geschiedenis van bouwcorporatie Eigen Haard – moet in de loop van volgend jaar gestalte krijgen. De financiering is nog niet rond. De kosten van de inrichting worden geraamd op drie ton. Daar bovenop komen de personeelskosten. De komende tijd wil de initiatiefgroep daarvoor de middelen zien te vergaren. Sponsors zijn, zo verhult Roegholt niet, zeer welkom.

Bij het bezoekerscentrum moet het niet ophouden. Nu al wordt gedacht aan een veel groter onderkomen. “Een dergelijk grootschalig project valt niet zomaar te realiseren. De kosten zijn veel te hoog om vanuit het niets een museum op te richten. Bovendien heeft de stad zo zijn problemen met nieuwe musea. Denk aan de financiele problemen met New Metropolis. We gaan daarom op kleine schaal van start.”

Reageer op dit artikel