nieuws

Fiscus legt ongelijke milieuheffing op

bouwbreed Premium

utrecht – De fiscus past het begrip ‘nuttige toepassing’ voor secundaire materialen niet eenduidig toe bij de uitvoering van de wet belasting op milieugrondslag (wbm). De weg- en waterbouw mag partijen licht vervuilde grond en andere reststromen zonder milieuheffing gebruiken. Exploitanten van stortplaatsen die met hetzelfde materiaal vergelijkbare constructies als wegen en wallen willen aanleggen moeten de wbm-heffing wel betalen.

De Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) in Utrecht wil dat er over deze rechtsongelijkheid meer duidelijkheid komt. De organisatie steunde enkele leden in hun procedures voor de fiscale rechter. De jurisprudentie die daaruit moet volgen kan de gehele afvalsector ten goede komen. De vereniging laat tevens onderzoek doen naar andere strubbelingen rond de uitvoering van de wbm. Met aanverwante organisaties probeert de VVAV de politiek te bewegen de tekortkomingen in de heffing weg te werken.

Nazorg

De organisatie blijft zich volgens het verslag over 1998 tevens inzetten voor een objectgebonden heffing voor de nazorg van stortplaatsen. De meeste provincies delen die mening. Die gaan vooralsnog verschillend om met de financiering die de uitvoering van de zogeheten nazorgwet vergt. Te denken valt aan de kostenberekeningen, de heffing per ton of in gelijke jaarlijkse bedragen en de wijze waarop de heffingen worden belegd. De VVAV vindt dat alle provincies hetzelfde moeten handelen om oneerlijke concurrentie tussen stortplaatsen te voorkomen.

De afvalverwerkers verkeren momenteel in de overgang naar een landelijke verwerkingsmarkt. VROM stelt de bijbehorende voorwaarden op en bepaalt de omvang van de verwerkingscapaciteit. Overheden die regels stellen en toezicht houden en overheden die uitvoeren zijn strikt gescheiden. VROM kan tot 2005 ongewenste ontwikkelingen in de tarieven tegengaan. De gang van zaken rond brandbaar afval en het ontbreken van een landelijk stortplan houden de provinciale afvalgrenzen nog overeind. De VVAV diende daarvoor enkele verbeteringen in, die VROM evenwel niet overnam.

Verbranden

Momenteel wordt meer brandbaar afval aangeboden dan de ovens aankunnen. Als gevolg daarvan gaat een deel alsnog naar de stort. De VVAV wil de concurrentie tussen verbranden en storten van brandbaar afval opheffen. De wbm-heffing moet daarvoor omhoog, zodat het storttarief voor deze afvalstroom met het gemiddelde verbrandingstarief overeen komt. Voor te storten afval dat niet kan worden verbrand kan de heffing vervallen. Levert de wijziging van de wbm meer inkomsten op dan vroeger, dan kan het overschot verbeteringen in de afvalsector financieren. De wbm zelf zou zo snel mogelijk plaats moeten maken voor maatregelen die meer tegemoet komen aan de markt.

De VVAV vindt dat Nederland met vijf tot vijftien stortplaatsen goed uit de voeten kan. De huidige capaciteit is voldoende voor de komende zes tot twaalf jaar. Nieuwe capaciteit moet tijdig in procedure komen omdat de realisatie veel tijd vergt. Een ‘warme sanering’ voorkomt dat door faillissementen capaciteit verloren gaat.

Warme sanering ontstaat wanneer tot eind dit jaar minimumstorttarieven gelden. Storten waarvan de vergunning binnenkort afloopt, moeten versneld worden volgestort met het overschot aan brandbaar afval. De Nederlandse Mededingingsautoriteit moet dit plan nog goedkeuren.

Reageer op dit artikel