nieuws

Vezelbeton beter tegen tunnelbranden bestand

bouwbreed Premium

lyon – Beton versterkt met polypropyleen vezels is minder vatbaar voor tunnelbranden. Dat blijkt uit recent onderzoek van TNO. Tegelijkertijd lijkt het gevaar op betonrot groter. Dat beweert dr. ir Kees Both van het TNO Centrum voor Brandveiligheid vandaag tijdens het eerste internationale congres over tunnelbranden in Lyon.

TNO heeft het beton met polypropyleen vezels getest tijdens brandproeven voor de Westerscheldetunnel. Alhoewel de bekledingselementen daarvoor al druk worden gefabriceerd, hebben de bouwers nog geen keuze gemaakt hoe die in de toekomst tegen brand beschermd zullen worden. Zelfs de principiele keuze tussen brandwerende spuitmortel of brandwerende platen is nog niet gemaakt.

Afspatten

TNO beproefde drie tunnelelementen onder dezelfde belasting als in de uiteindelijke tunnelconstructie. Ze waren voorzien van brandwerende promatectplaten van respectievelijk 23, 27 en 44 meter dik. In alle drie de gevallen trad bij verhitting het gevreesde afspatten op. De definitieve tunnelbekleding zal dus vermoedelijk minstens vijf centimeter dik moet en zijn.

Bij de dunste platen trad het afspatten al na zo’n dertig minuten op, bij de dikste na een kleine twee uur. Als het eenmaal begonnen was bleek het afspatten nauwelijks nog tegen te houden; in een kwartier tijd was er een gat geboord door de 45 centimeter dikke tunnelelementen.

Afspatten doet zich voor wanneer beton een temperatuur bereikt tussen 200 en 250 _C. Het vrije en (chemisch) gebonden vocht in het beton verdampt en door de hoge dampdruk ontstaan scheuren in het beton. Daardoor worden in een keer grote brokken uit de tunnelwand gedrukt. Het verschijnsel gaat gepaard met korte felle explosies. Volgens Both lijkt het of in de testoven iemand met een mitrailleur staat te schieten.

Beton versterkt met polypropyleen vezels loopt veel minder gevaar voor afspatten, zo bleek bij dezelfde proeven. Het polypropyleen smelt namelijk waardoor in het beton kleine kanaaltjes ontstaan, waardoor de waterdamp kan ontsnappen. Er zijn echter geluiden dat beton versterkt met polypropyleen op de lange duur minder betrouwbaar is. Chloriden zouden gemakkelijker hun weg naar de stalen wapening kunnen vinden en daar betonrot veroorzaken.

Rijkswaterstaatbrand

Bij alle brandproeven werd de zogenaamde Rijkswaterstaatbrand nagebootst: een gestandaardiseerde test die hitteontwikkeling nabootst wanneer een bijna volle tankauto in een tunnel ontbrandt terwijl amper natuurlijke ventilatie optreedt. In drie minuten is de temperatuur opgelopen tot zo’n duizend graden om verder door te stijgen tot een maximum van 1350 C. Die houdt zo’n twee uur aan, totdat het laatste restje van de 45.000 liter benzine is opgebrand.

Tunnels waardoor vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan moeten in Nederland bestand zijn tegen een dergelijke brand. Ook in sommige buurlanden wordt de Rijkswaterstaatbrand als norm gehanteerd. Andere landen hanteren wat soepeler eisen, maar die hebben volgens Both ook niet te kampen met de beruchte natte Nederlandse bodem. Tunnels moeten in Nederland waterdichte constructies zijn en dat ook bij een brand blijven. Anders staat de tunnel vol water nog voordat mensen zich uit de voeten kunnen maken.

Congres

Wie naar Lyon afreist om tijdens het congres over tunnelbranden meer te weten te komen over de brand in de Mont-Blanc tunnel, komt bedrogen uit. Volgens Didier Lacroix, lid van de speciale onderzoekscommissie, zal er geen nieuws naar buiten worden gebracht over de ramp. De driehonderd experts die tot vrijdag in Lyon bijeen zijn zullen het dus moeten stellen met de informatie die werd openbaar gemaakt bij de tussentijdse rapportage twee weken geleden. Ook op Internet is die informatie te vinden op http://www.equipement.gouv.fr/ Eind mei zal de onderzoekscommissie het eindrapport overhandigen aan de Franse regering.

Reageer op dit artikel