nieuws

Stichting wil laatste Nederlandse stoomhoutzagerij restaureren

bouwbreed Premium

nieuwe pekela – De Stichting Industrieel Erfgoed Noord-Nederland (SIENN) is een campagne begonnen om de enige nog bestaande stoomhoutzagerij in Nederland, de uit 1875 daterende ‘Nooit Gedacht’ in Nieuwe Pekela, volledig te laten restaureren en weer in werking te brengen als toeristische attractie en educatief project.

Voor dit ambitieuze plan hoopt de stichting op bijdragen van de gemeente Pekela, de provincie Groningen en de EG. De restauratie van het complex, dat niet meer in gebruik is, kost naar schatting ruim 1 miljoen gulden. SIENN wil Nooit Gedacht ook op de lijst van Rijksmonumenten zien te krijgen.

Om het belang van het behoud van de stoomhoutzagerij te onderstrepen, heeft SIENN speciaal het rapport ‘Van dik hout zaagt men planken’ laten maken door deskundigen. Hierin staan de geschiedenis van het complex, een complete beschrijving van gebouwen en machines en een waardestelling van het gehele complex beschreven. Het rapport is inmiddels overhandigd aan burgemeester Schollema van Pekela. Deze toonde zich enthousiast over het restauratieplan. Het eerste lobbywerk van SIENN om subsidie van diverse overheden, is al begonnen.

Stil

Vanaf de 17de eeuw was de Zaanstreek het centrum van de houthandel in Nederland. Vaak was de houthandel verbonden met een zagerij waar de ingevoerde boomstammen werden gezaagd en vervolgens verkocht. Vanwege de goede transportmogelijkheden waren in heel Nederland houtzagerijen te vinden langs rivieren en kanalen. In de provincie Groningen betrof dat vooral de oude Veenkolonien met plaatsen als Hoogezand-Sappemeer, Veendam, Oude en Nieuwe Pekela en de stad Groningen.

‘Nooit Gedacht’ in Nieuwe Pekela werd in 1875 gebouwd, aan de zijkant van het dorp, op de plaats waar het Ommelanderwijksterdiep uit het Pekelder Hoofddiep komt. Ruim een eeuw lang werden in deze stoomhoutzagerij zware boomstammen tot planken van hanteerbaar formaat gezaagd. Behalve vanuit Noord-Rusland en Scandinavie werden ook zware boomstammen uit Oostenrijk, Polen en Duitsland verwerkt in ‘Nooit Gedacht’. Per schip kwamen ze aan in de haven van Delfzijl, om vervolgens per spoor naar Winschoten en per tram naar Nieuwe Pekela te gaan.

Ruine

Het in ‘Nooit Gedacht’ gezaagde hout vond in de 20ste eeuw vooral aftrek bij stelmakerijen in de Veenkolonien en Westerwolde. Een kleiner aandeel was bestemd voor verwerking in de bouw van bijvoorbeeld scholen en uitbreiding van fabriekscomplexen in de regio.

Sinds het begin van de jaren negentig staan de zagen in ‘Nooit Gedacht’ stil. Het bedrijfscomplex, dat bestaat uit een balkgat (1875), loodsen (1932 en later), een directeurs- en knechtenwoning (1888-1890), een zagerij met machine- en ketelhuis (1875 en later), schoorsteen (1890), werkplaats/timmerfabriek (1923), smalspoorrails/lorries (1924) en spaandersilo (1978) lijkt op het eerste gezicht een ruine. Het oudste deel van het bedrijf, de oude zagerij, is echter nog vrijwel geheel intact.

De grote zaaghal van de stoomhoutzagerij is het oudste deel van het complex. Op de zware houten vloer staan vier grote machines opgesteld, waarvan drie – het verticale zaagraam, het lattenzaagraam en de conische cirkelzaagmachine – bestemd zijn voor het zagen zelf. De vierde machine, een vierzijdige schaafbank, is bestemd voor het schaven en profileren van het gezaagde hout. Oorspronkelijk werden al deze machines aangedreven door de stoommachine die beneden in het machinehuis staat.

Voordat de boomstammen tot planken konden worden gezaagd, moesten ze eerst een jaar of langer ‘inwateren’ in de kolk of balkengat, de reden dat zaagmolens of zagerijen altijd aan het water staan. Vanaf de kolk werden de zware boomstammen via de sleephelling met een ketting naar binnen gehesen. In de zaaghal kwamen de stammen op een slede op rails en werden vervolgens onder het verticale zaagraam geplaatst. Daarna kon het zagen beginnen.

Volgens SIENN is restauratie van Nooit Gedacht zeer waardevol vanwege zijn betekenis voor de sociaal-economische geschiedenis van Nieuwe en Oude Pekela, alsmede in het bijzonder voor de historie van de houtbewerkingsindustrie in de 19e eeuw en vroeg 20e eeuw te Oost-Groningen, maar ook voor heel Nederland. Andere waardevolle elementen van het complex zijn volgens hen het architectonisch concept, de zeldzaamheid van de inventaris en de compleetheid van het productieproces.

Potentie

De stoomhoutzagerij heeft de potentie om tot een cultuurhistorische attractie voor de provincie Groningen uit te groeien, aldus SIENN. In en rond het complex kan het publiek straks het proces voor het houtzagen op stoom en elektriciteit volgen. Daarnaast geldt dat Nooit Gedacht de potentie heeft op kleinschalige wijze te gaan functioneren. Enerzijds als werkplaats voor het vervaardigen van bouwmaterialen met bijzondere afmetingen, anderzijds als een soort leerlingwerkplaats. Hierbij kan volgens SIENN worden gedacht aan allianties met vakonderwijs danwel met omliggende timmerfabrieken.

Exploitatie

Herman Amberg uit Nieuwe Pekela is de huidige eigenaar van ‘Nooit Gedacht’. SIENN pleit echter voor de opzet van een stichting, die het eigendom kan verkrijgen en vervolgens de restauratie, exploitatie en beheer van de stoomhoutzagerij ter hand neemt. Deze stichting zou een breed maatschappelijk draagvlak moeten hebben, samengesteld uit vertegenwoordigers van historische verenigingen in de regio, enthousiaste vrijwilligers/vaklieden, politici of ambtenaren namens de gemeente, SIENN en historici. De hoop is Amberg op korte termijn te kunnen bewegen de houtzagerij aan de stichting over te doen.

Reageer op dit artikel