nieuws

Bouwprojecten in Suriname financieel fiasco

bouwbreed Premium

paramaribo – Wat in de jaren zeventig een enorme belangrijke impuls had moeten worden voor het onafhankelijke Suriname, eindigde in een van de van de grootste fiasco’s in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingshulp. De geflopte projecten kosten Nederland tweehonderd miljoen gulden.

Het westelijk deel van Suriname moest het tweede centrumgebied in het land worden, waarvoor totaal ruim tweehonderd miljoen gulden werd vrijgemaakt. Daarvan werd ruim 135 miljoen gulden geinvesteerd in een bijna honderd kilometer lange spoorlijn door het oerwoud. Twintig jaar later ligt deze er verlaten bij. Een geprojecteerd stuwmeer en een aluminiumfabriek werden evenmin gebouwd.

Het indianendorp Apoera had moeten uitgroeien tot de tweede stad van het land. Kaarsrechte wegen verraden dat projectontwikkelaars aan het werk zijn geweest, maar het dorp heeft nimmer de belangrijke functie gekregen die ooit achter de tekentafel werd toebedacht.

De spoorlijn richting Apoera ligt er opmerkelijk gaaf bij, maar de andere kant op verdwijnt de rails al snel in het groen van de jungle. De spoorlijn loopt volgens Surinamers ‘van niets naar nergens’. Slechts halfvergane wagons en een overwoekerd stationsgebouw herinneren eraan dat hier iets goed fout is gegaan.

Er kwam inderdaad veel geld vrij, maar het liep allemaal anders. Weliswaar had de Surinaamse regering reeds in 1968 afspraken gemaakt met een consortium, waarin ook het Nederlandse Billiton was vertegenwoordigd, voor de winning van bauxiet in het nabijgelegen Bakhuysgebergte. Geschat wordt dat de voorraad daar minimaal 80 miljoen ton bedraagt.

Suriname verplichtte zich de spoorlijn aan te leggen, waarvoor Nederland 135 miljoen gulden uit de Verdragsmiddelen beschikbaar stelde. Ook werd 28 miljoen gulden op tafel gelegd ter voorbereiding van de aanleg van de iets noordelijker geplande Kabalebostuwdam en enkele tientallen miljoen guldens voor infrastructurele verbeteringen rond Apoera, waar honderden nieuwe woningen werden gebouwd.

Maar toen de spoorlijn in 1979 klaar was, trokken de bauxietmaatschappijen zich terug omdat de dalende prijzen voor bauxiet op de wereldmarkt winstgevende exploitatie en verwerking onmogelijk maakten. Daarmee was ook de aanleg van de stuwdam overbodig geworden en werden werkzaamheden ter verbetering van de infrastructuur in Apoera en omgeving stilgelegd. In de splinternieuwe huizen gingen uiteindelijk indianen wonen.

De tweehonderd miljoen gulden die naar West-Suriname is gedragen, heeft het gebied nauwelijks ontwikkeling gebracht, zo kan na ruim twintig jaar worden geconstateerd. De regio heeft sinds het begin van de dictatuur vooral in negatieve zin regelmatig het nieuws gehaald.

Volgens oud-dorpskapitein Julius Lingaard van het nabij Apoera gelegen Washabo, dat zeshonderd zielen telt, hangt de ontwikkeling van de regio af van de bereidheid van politiek Paramaribo om te investeren. “Washabo moet worden ontwikkeld om nog toekomst te hebben. Echter, met onwillige honden is het slecht jagen. We proberen zelf initiatieven te ontplooien, hoewel op steun van de overheid niet hoeven te rekenen. Zo wordt ons al twintig jaar elektriciteit beloofd, het is er echter nog steeds niet. Dus moeten we zelf op zoek gaan naar fondsen.”

Ook in Apoera hebben de bewoners allang de hoop opgegeven dat de in de jaren zeventig aangekondigde gelanceerde plannen nog worden voltooid. Het dorpje blijft er daarom troosteloos bij liggen. De achthonderd bewoners houden zich nu in leven dankzij de visserij en de grootschalige houtkap in de omgeving.

Hoewel de bewoners treuren over de megaflop, spreken ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken niet graag van een mislukking van het project. In de onlangs uitgekomen publicatie ‘Nederland en Suriname; Ontwikkelingssamenwerking 1975 tot en met 1996’ van de Directie Voorlichting Ontwikkelingssamenwerking (DVL/OS), wordt het fiasco zelfs gebagatelliseerd. ‘Onbekendheid met de aard van de bestedingen heeft tot misvattingen geleid. Voor sommigen is de spoorlijn in West-Suriname symbolisch voor de ‘witte olifanten’ onder de ontwikkelingsprojecten en illustratief voor het mislukken van de Nederlandse steun aan Suriname. Toch ging minder dan 4,8 procent van de schenkingsmiddelen naar de spoorlijn’, zo schrijven de ambtenaren.

Lingaard is verbitterd over het mislukte West-Surinameproject. Als het politieke en economische klimaat wat gunstiger wordt, hoopt hij op ten minste de bouw van de Kabalebostuwdam. De laatste pogingen hiertoe werden in de beginjaren van de militaire dictatuur genomen, maar strandden bij gebrek aan financien.

“Er ligt nog een dikke lange kabel op de plaats waar de stuwdam moet komen. Als een soort symbolisch aandenken. Als de dam er ooit nog komt zal dat een enorme stimulans voor Apoera en Washabo zijn. Maar ja, zonder steun van Nederland zal het nooit lukken”, besluit hij mismoedig.

‘De spoorlijn loopt van niets naar nergens’

‘Met onwillige honden is het slecht jagen’

Reageer op dit artikel