nieuws

Proces rond bouwongeval roept tal van vragen op

bouwbreed

alkmaar – Het proces rond het tragische bouwongeval twee jaar geleden op een bouwlocatie in Alkmaar, waarbij een 75-jarige vrouw om het leven kwam, duurt maar voort en roept alleen maar meer vragen op.

Het ongeluk gebeurde toen bij bestratingswerkzaamheden in Alkmaar een rijplaat uit de bak van een kraanmachine viel, bovenop een geparkeerde SRV-wagen waar het slachtoffer net uitstapte. Zij kreeg de loodzware plaat op haar hoofd en overleed ter plekke.

De lastige vraag is nu hoe de rijplaat, die met een ketting aan de bak was bevestigd, los kon raken en welke van de betrokken partijen waar verantwoordelijk voor was.

Bouw- en aannemingsbedrijf Teerenstra BV in Heiloo kreeg drie jaar geleden van woningstichting Goed Wonen opdracht om een complex van 72 seniorenwoningen te bouwen in Alkmaar. De gemeente zorgde voor de bestrating.

Wegens omstandigheden begonnen de bestratingswerkzaamheden later dan de bedoeling was. Om die reden was aannemer Geertsma en Worp uit Alkmaar nog bezig met het bestraten, drie dagen nadat Teerenstra het complex had opgeleverd.

Opdracht

Tijdens deze bestratingswerkzaamheden moesten medewerkers van Geertsma en Worp op verzoek van de uitvoerder van Teerenstra een stalen rijplaat verplaatsen. De bewoners van het nieuwbouwcomplex hadden inmiddels de sleutel van hun nieuwe woning gekregen en wilden verhuizen. De uitvoerder was bang dat er auto’s op de rijplaat zouden worden geparkeerd. De plaat moest daarom worden verplaatst

De werkers deden dat door de plaat met een ketting en haak aan de bak van de kraanmachine te bevestigen. Omdat de kraanmachine de draai niet geheel kon maken, verplaatste de machinist de plaat daarom de laatste meters tillend. De plaat viel daarbij uit de haak, tegen een daar geparkeerde winkelwagen.

De arbeidsinspectie oordeelde na het onderzoek dat de kraanmachinist en de persoon die de rijplaat aan de kraan had bevestigd, fouten hadden gemaakt. Maar deze fouten zouden binnen de marge van natuurlijke onachtzaamheid vallen.

Teerenstra was ten tijde van het ongeluk bezig de bouwlocatie op te ruimen. Desondanks vindt de inspectie dat de aannemer nalatigheid verweten kan worden bij de uitvoering van de veiligheidsvoorschriften. Teerenstra bestrijdt dit.

“De arbeidsinspectie zegt dat wij de coordinatie tussen het bouwen en de bestrating niet goed hadden geregeld”, legt directeur Th. Sterkman van Teerenstra uit en geeft toe: “Dat klopt. We hebben dat helemaal niet geregeld. We waren daar klaar, omdat de woningen al waren opgeleverd. De enige reden dat we die dag nog op de bouwplek waren, was dat we nog wat spullen moesten opruimen. Naar mijn mening was de gemeente op dat moment verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplek.”

Gemakkelijk

“Ik vind dat te makkelijk geredeneerd”, pareert J. Koolen van Ooms Avenhorn Holding BV. Ooms is eigenaar van Geertsma en Worp. “We waren niet op de hoogte van het feit dat de bewoners van het complex de sleutel van hun woning al hadden gekregen”. Volgens Sterkman dreigt zijn bedrijf de dupe te worden van onduidelijke regelgeving.

Koolen betwijfelt dit. “Ik vraag me af of het werk na oplevering van het complex wel klaar is, terwijl er nog materiaal of materieel van de aannemer aanwezig is. De arbo-wet verplicht je immers om de veiligheid van derden te garanderen, ook in het weekend en dan wordt er ook niet gewerkt. Toch is de V en G-coordinator, dus de hoofdaannemer, dan ook verantwoordelijk.”

Koolen meent dat hier bovendien sprake is van een zogenaamde opgerekte bouwplaats. Inmiddels zijn er drie rechtszittingen geweest en twee jaar verstreken.

De officier van justitie formuleert nu op 26 april de strafeisen aan de verschillende partijen. Twee weken later doet de rechter uitspraak.

Reageer op dit artikel