nieuws

Herbestemmen van een kerk is een ‘ingewikkeld proces’

bouwbreed Premium

Utrechtse Heilig Hartkerk nu wooncomplex utrecht – De hoge houten deuren van de Utrechtse Heilig Hartkerk zullen wijd open blijven staan. Symbolisch wel te verstaan, want de gebedsruimte is voor nog maar een beperkt aantal mensen toegankelijk. De kerk herbergt sinds kort 23 woningen en is omgedoopt tot wooncomplex Rosarium Hof.

Geelen Bouwprojekten kreeg de kerk met de ranke toren destijds in de schoot geworpen. “Wij kregen het gebouw eind 1995 aangeboden door een bevriend handelaar in onroerend goed. De meer dan zeventig jaar oude kerk van het Bisdom stond toen al jaren leeg en was al vier keer van hand tot hand gegaan. Maar de technische staat van de kerk was goed”, herinnert ontwikkelingsmanager R. Goos van Geelen Bouwprojekten zich.

De Vleutense ontwikkelaar/bouwer zocht vervolgens toenadering tot het architectenbureau Rokus Visser in Schoonhoven. Na intensief overleg met het Wijkbureau-Oost en de gemeente Utrecht werd uiteindelijk gekozen voor een woonbestemming, “ook voor ons gevoelsmatig de beste oplossing”. Twee jaar later ging de verbouwing van start.

In het transept zorgen de glas in loodramen nog steeds voor die devote sfeer die een religieuze ruimte eigen is. De kleurrijke processiegang fungeert nu als vluchtroute en waar eens de biechtstoelen stonden zijn vakkundig de elektriciteitsmeters weggewerkt.

“Onze insteek was om zo veel mogelijk herkenbaars van het gebedshuis te behouden. De Heilig Hartkerk is een gemeentelijk monument, dus vanaf het eerste schetsplan hebben we intensief samengewerkt met Monumentenzorg en de Welstandscommissie”, vult architect R. Visser aan.

Wijwaterbakje

Ook de woningen zelf bevatten een groot aantal kerkelijke details: een stukje gewelf, soms wat glas-in-loodramen, een wijwaterbakje. De inbreng van Visser is met name af te lezen aan de slanke stalen raamprofielen. Voor de aangebrachte dakkapellen en balkons aan de buitenkant gebruikte hij veel zink omdat dat materiaal snel verweert. “Ik vraag me soms wel af wat Jos Duynstee, de architect van de kerk, van mijn ontwerp zou vinden”, merkt hij droog op.

De kerk is uitgerust met een lift en bevat nu 23 woningen, waaronder zeven maisonnettes. De woonruimtes zijn verdeeld over vijf verdiepingen en varieren in oppervlakte van 86 tot 122 vierkante meter. Deze maand nemen de eerste kerkgangers hun intrek in het wooncomplex.

Visser koos voor een ‘gebouw in een gebouw’-constructie, een combinatie van staal en houtskeletbouw, dat in het gebedshuis werd opgetrokken. De losstaande stalen constructie werd met palen in de kerk gefundeerd. Door de ‘indringende’ nieuwbouw werd het gewelf in het transept gehalveerd. Dat rust nu op de betonnen vloer van de zolderverdieping.

“Bij het slopen van het gewelf stuitten we bij de kop van het transept op een stalen kilkeper”, merkt Visser op. Het blijkt niet de enige verrassing. “De aangegeven maten op de tekening weken her en der af van de werkelijkheid en bij het verwijderen van de gemetselde gewelven keken we zo tegen het dakbeschot van de kapellen. Ook de leien op de kerktoren bleken bij nader inzien deels aan vervanging toe.”

Burenrecht

Op bouwtechnisch gebied kwam er het nodige bij kijken. “Je moet immers voldoen aan de verplichtingen in het Bouwbesluit”, legt Goos uit. “Voor zaken als daglichttoetredingen, thermische isolatie en bergingsruimte gelden een aantal ontheffingen.”

De kerk was duidelijk niet gebouwd om in te wonen. Goos: “De gemetselde muren zijn bijvoorbeeld zestig tot zeventig centimeter dik. Om koudeval tegen te gaan, zijn tegen de gemetselde buitengevels geisoleerde voorzetwanden geplaatst.” Tegen ongewenste nagalming zullen in de centrale hal tot de tweede woonlaag nog geperforeerde eiken gefineerde platen tegen de wanden worden aangebracht.

Moeilijke voorzieningen zijn de buitenruimtes en de balkons, meent Goos. “We stuitten op het probleem burenrecht; binnen twee meter, gemeten loodrecht op de gevel vanaf de erfscheiding, mag je niet op de buren kijken. De ramen moeten in dat geval van mat glas zijn.”

Maar het meest ingewikkeld is het installatietechnisch werk. Goos: “Met name de mechanische ventilatie, standleiding en ontluchting. De woningen liggen soms dwars boven elkaar. Leidingschachten moeten het liefst verticaal. Je mag wel iets verslepen, maar dan moet je zorgen dat je niet op balkhout of staal stuit.”

De ontwikkelingsmanager benadrukt ook nog het logistieke probleem. “Staalconstructies en balkhout zijn per laag van beneden naar boven door de toekomstige kozijngaten in de gevel het gebouw binnengebracht.”

Goos omschrijft zijn eerste kerkproject als een tijdrovend (“alleen al het onderzoek naar de financiele haalbaarheid vergde ruim een half jaar”), maar vooral “ingewikkeld proces”. De ontwikkelaar: “Je hebt met allerlei gemeentelijke diensten te maken. Als projectontwikkelaar moet je daarbij over de nodige flexibiliteit beschikken. Flexibiliteit ten aanzien van de regelgeving, omwonenden en bewoners. De eigenaren wilden bijvoorbeeld de wijwaterbakjes behouden. Dus daar moesten we toen omheen timmeren. Een bewoner zag af van een door Visser getekende vide. De nieuwe kerkgangers willen heel bewust in zo’n ruimte wonen”, is zijn ervaring.

“Maar de meerwaarde is dat ieder appartement nog iets van de kerk heeft. Het is allemaal maatwerk, ieder hoekje van de kerk biedt de mogelijkheid om iets aparts mee te doen. Het is niet zo maar vloeren stapelen.”

Het project vergde uiteindelijk een investering van tien miljoen gulden. Goos erkent dat het verbouwen van een kerk ook een prestigezaak is. “Je laat hiermee zien dat je als bedrijf je nek durft uit te steken. En je moet een tik van de molen hebben”, voegt hij er nog lachend aan toe.

Bestemming

Ons land telt ongeveer zesduizend kerkgebouwen, waarvan 2850 rijksmonumenten. Jaarlijks worden zo’n vijf tot tien kerkgebouwen afgestoten.

“Onze eerste gedachte bij de Heilig Hartkerk was sloop. Wij hechten namelijk veel waarde aan de gevoelens van de parochianen en als je sloopt is dat even pijnlijk, maar minder pijnlijk dan een verkeerd gebruik”, laat V.M.L. Polman, bouwadviseur van het Utrechtse bisdom, weten. Door fel verzet uit de wijk en het feit dat de kerk inmiddels als gemeentelijk monument was aangemerkt, bleef de kerk behouden.

“In principe willen we onze kerken handhaven en er een passende bestemming voor zoeken”, aldus de bouwadviseur. “Zo’n passende bestemming is tamelijk beperkt, maar de afgelopen tien jaar zijn wij daarin wel wat soepeler geworden en begint ook woningbouw daartoe te behoren.”

In het gebedshuis werd een combinatie van staal en houtskeletbouw opgetrokken.

Reageer op dit artikel