nieuws

Gapende kloof tussen stedenbouwers en burgers

bouwbreed Premium

Van onze correspondent

Johan Nebbeling

utrecht – Stedenbouwkundigen en gewone mensen: zullen ze ooit nader tot elkaar komen? Een bijeenkomst in Utrecht illustreerde de nog altijd gapende kloof tussen beiden.

Stedenbouwkundigen zijn bevlogen zendelingen, vervuld van grootse visioenen over de betere, mooiere wereld die ze met hun concepten zullen realiseren. Ze hebben – uiteraard – altijd het beste voor met de stad. Maar de gewone burgers willen – of kunnen – hen maar niet begrijpen.

De burger heeft volstrekt geen boodschap aan die fraai klinkende visies. Die wil vooral weten of zijn buurt een beetje leuk en veilig wordt. Of er voldoende groen komt en genoeg parkeerplaatsen. En natuurlijk of de huizen in de wijk betaalbaar zullen blijven.

Een mooie illustratie van de gapende kloof tussen stedenbouwkundigen en burgers was een bijeenkomst in Utrecht. Het projectbureau van het Utrecht Centrum Project (UCP) had besloten dat het aardig was om met geinteresseerde burgers door het ‘westelijk plangebied’ te lopen, waarbij deskundigen tekst en uitleg over de plannen gaven. Zo’n veertig Utrechters meldden zich. Ook UCP-projecthouder Jan van Zanen was van de partij.

Jargon

Het was op zich een uitstekend initiatief. De plannenmakers willen de Utrechtse burgerij nauw betrekken bij de ingrijpende herstructurering van het centrum. In dit kader vinden ook geregeld openbare discussiebijeenkomsten plaats. Het pleit voor de vier UCP-partijen dat ze hun plannen – althans de uitwerking daarvan – zo openlijk ter discussie willen stellen.

Maar het verschil tussen het werkterrein van de stedenbouwers en de behoefte aan informatie van de burgers is wel erg groot, zo bleek weer. Dat het taalgebruik van stedenbouwkundigen is doorspekt met een voor gewone stervelingen soms volstrekt onbegrijpelijk jargon, maakt de communicatie er niet gemakkelijker op.

“We hebben een aantal inventies gedaan”, zei bijvoorbeeld projectleider Anna Vos, toen ze het had over de resultaten van een serie bijeenkomsten waarin deskundigen zich buigen over de inrichting van het westelijk deel van het UCP. “Hoe bedoel-u?”, was prompt de reactie van de bezoekers. Waarna Vos in gewone taal vertelde dat de plannenmakers een paar dingen hadden ontdekt.

Oversteekplaatsen

Bijvoorbeeld dat het beter is om van de Croeselaan in plaats van een drukke aanvoerweg een mooie, rustige boulevard met veel groen en weinig verkeer te maken. Daar had niemand wat op tegen. Maar waar kwamen dan precies de fietspaden, wilde iemand weten? En: was er wel gedacht aan voldoende veilige oversteekplaatsen voor voetgangers?

Anders dan in zeer algemene termen kon op die vragen niet worden geantwoord. Het UCP verkeert nu eenmaal in een fase waarin het alleen nog om grote lijnen gaat. Maar leg dat de kritische burger maar eens uit.

En dus ging de miscommunicatie maar door. Spraken de deskundigen gepassioneerd over vernieuwde rooi- en zichtlijnen, over doorbraken en het realiseren van hoogwaardige bebouwing, wilden de burgers horen welke huizen moeten worden gesloopt en wat er voor in de plaats komt. “Het moeten wel sociale huurwoningen zijn, want er wonen veel oude mensen in de wijk en die kunnen geen dure koophuizen betalen.”

Kwam het onderwerp ‘kwaliteit van de openbare ruimte’ aan de orde, dan volgde een vraag over de opvang van junks en andere randfiguren. “Ze slapen nu al in ons portiek. Wat gaat u daar aan doen?”

Kantoren

Hadden de stedenbouwkundigen het over aanpassing van het stedenbouwkundig programma op basis van nieuwe inzichten dan klonk het: “U wilt gewoon zoveel mogelijk flats en kantoren neerzetten om daarmee zo veel mogelijk geld te verdienen.”

Opgetrokken wenkbrauwen bij stedenbouwkundigen over zoveel onbegrip. Opgetrokken wenkbrauwen bij de burgers over het feit dat op veel vragen het antwoord uitbleef. Het was voor beide partijen om een beetje moedeloos van te worden. Maar de zon scheen en het was lekker weer, dus de stemming bleef goed.

Wat niet wegneemt dat aan de communicatie tussen stedenbouwers en burgers nog veel valt te verbeteren.

Reageer op dit artikel