nieuws

Brinkman: Stedelijke vernieuwing goed voor midden- en kleinbedrijf

bouwbreed Premium

den haag – Het midden- en kleinbedrijf kan ruimschoots profiteren van de hernieuwde belangstelling voor de steden. Vooral in de bestaande voorraad wordt maatwerk gevraagd, waarin die bedrijven juist sterk zijn. “Als HBG, om maar een voorbeeld te noemen, kun je niet zeggen: ‘ik regel het wel even in de Spaarndammerbuurt’, daar komt meer bij kijken”, zegt AVBB-voorzitter Brinkman aan de vooravond van het congres over stedelijke vernieuwing.

“Mijn stelling is dat in het grote stedenbeleid ruimtelijke investeringen van het grootste belang zijn. Die hebben doorwerking naar de economische en sociale factoren binnen het stedenbeleid. Daarvan gaat een aanjaagfunctie uit, bijvoorbeeld mensen aan werk helpen. Kijk maar naar de sociale bestekken. Daarom moeten dat soort investeringen centraal staan.”

Ondanks de dichtslibbende agenda, zit Brinkman er op zijn gemak bij. Een dikke stapel papier voor zich, die hij later opzij schuift. De bouwvoorman heeft alles wat hij wil zeggen, in zijn hoofd zitten.

Brinkman erkent dat de stedelijke vernieuwing moeilijk kan zijn. “Vooral bij projecten die de structuur van een stad veranderen, gaat het om vaak ingewikkelde processen, waar nogal wat spelers bij betrokken zijn. Aan de andere kant zijn die projecten vaak opgebouwd uit heel veel kleinere. Daar ligt ook onze kracht. Heel veel midden- en kleinbedrijven zitten sterk in een buurt. Juist die kleinschaligheid in een grote stad biedt enorme marktkansen aan dat type bedrijven.”

Vliegende start

Een andere kans die de steden bieden is publiek-private samenwerking (pps). “Juist in de steden zijn al vele constructies geweest. Wat dat betreft kun je een vliegende start maken. Wel zal het dan vaak nodig zijn dat kleinere bedrijven samenwerken om voldoende body te krijgen. Als dat gebeurt kan pps weer meer vleugeltjes krijgen.”

Maar ook op het gebied van de bestaande voorraad ligt nog een hoop werk. “Denk maar aan de energiebesparingsdiscussie in het kader van het CO2-beleid. Juist in de bestaande voorraad is winst te halen. Wat in deze sector gaat gebeuren met de energieprestatienorm, is dan een vraag. De benodigde maatregelen zullen vragen om maatwerk. Dat is een schaal die het midden- en kleinbedrijf heel goed aankan.”

Dat brengt ons op de politieke besluitvorming rond projecten. Zoals bekend heeft de Tweede Kamer de A4 Midden-Delfland dik zes kilometer ingeruild voor een spoortunnel in Delft en een verdiepte ligging van het spoor in Abcoude. Hoogleraar integraal ontwerp Hennes de Ridder heeft onlangs in deze krant voorspeld dat daardoor geen van die projecten doorgaat.

Brinkman is het met De Ridder eens. “De minister van Verkeer en Waterstaat kan natuurlijk een project schrappen. Met de gulden die ze dan bespaart kan ze proberen vier mensen blij te maken met een kwartje. Maar zo werkt het niet.”

Het heeft zijns inziens alles te maken met de manier waarop met vraagstukken als inpassing wordt omgegaan. “Er is een eind aan het aantal verlangens dat rond infrastructuurprojecten kan worden gesteld. Wat dat betreft zou het beter zijn van het begin af aan, dus al vanaf de planfase de omgeving te betrekken bij plannen. Daarmee kun je wellicht voorkomen dat achteraf allerlei aanvullende verlangens worden ingediend.”

Argusogen

Heel benieuwd, maar ook een beetje bezorgd is de AVBB-voorzitter over wat in de provincies gaat gebeuren. Vooral Zuid-Holland, waar de grootste partij de VVD buiten het college van Gedeputeerde Staten is gelaten, volgt hij met argusogen. “Ik ben bezorgd over de eerste geluiden die ik van het college hoor. We hebben de afgelopen jaren op een aantal punten een gezamenlijke koers gevaren met de provincie. Wat dat betreft hoop ik dat de aandacht voor de A4 overeind blijft.”

Het brengt hem op de zichtbare ‘groen-rode’ trend die in heel Europa zichtbaar is. “De groen-rode trend dat zijn wij, de kiezers. Je ziet het thema natuur en milieu in achting stijgen. Ik zeg dat niet bezorgd, maar puur constaterend. Binnen de FIEC (de Europese AVBB, red.) hebben we al gesproken over het lage investeringsniveau in bijvoorbeeld de Trans Europese Netwerken. Ook in Nederland constateer ik een enorm gevecht om de guldens voor investeringen in bereikbaarheid. Moeten we dan vaststellen dat Nederland vol is? Moeten we zeggen over files, laat maar stikken, daar komen ze zelf wel uit? Ik vind dat de bereikbaarheid in ons land overeind moet blijven. En dat de benodigde gelden daarvoor beschikbaar moeten komen”, zegt Brinkman stellig.

Een onvermijdelijk onderwerp is het Vinex-beleid. Brinkman vindt dat de bestaande afspraken op dit gebied gerespecteerd moeten worden. “Behalve dan de gemiddelde woningdichtheid. Die mag best wat lager. Daar vragen de consumenten ook om. Dat betekent niet dat overal in lagere dichtheden moet worden gebouwd. Juist op de knooppunten moet je aan hogere dichtheden denken, al was het maar vanwege het noodzakelijke debiet voor openbaar vervoer. Waar het om gaat is dat je mensen hoe langer hoe verder naar het oosten ziet trekken, omdat daar de ruimte is. Als je die ruimte ook biedt op Vinex-locaties, blijven ze dichterbij wonen. Dat is goed voor de mobiliteit.”

Aantrekkelijk

Brinkman ergert zich wel eens aan de kreten dat Vinex de steden leeg zuigt. “Dat hoeft helemaal niet. Als we er maar in slagen de stad weer levend te maken en stedenbouwkundig aantrekkelijk. Ook moet er meer variatie in de steden komen, koop en huur. We naderen het einde van de kwantitatieve woningnood. We moeten nu antwoord geven op de vraag naar kwaliteit. Dat geldt voor de Vinex, maar ook voor de steden. Wat dat betreft is juist daar veel te doen, ook op het punt van bereikbaarheid. Stedenbouwkundige reconstructie, metro, ondergrondse transportsystemen, het zijn uitdagingen waar de bouw voor staat. Grote vraag is wie het allemaal betaalt. Het is geen kwestie van tien of vijftien procent op een kaveltje leggen. Je praat over tientallen miljarden.”

Wat dat betreft verwacht Brinkman de komende tijd een boeiende periode. Het Rijk komt tussen nu en een jaar met beleidsstandpunten op het gebied van de ruimtelijke ordening die op een of andere manier de bouw raken. “Het CO2-beleid, het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan, de Vijfde nota ruimtelijke ordening, de groene nota van Landbouw”, somt hij op. De grote vraag is wat hem betreft: “Wat komen er uiteindelijk voor ruimtelijke investeringen. Want daar draait ons land voor een groot deel op.”

Reageer op dit artikel