nieuws

Bestuurders en ontwerpers gaan voorbij aan bestaande situatie

bouwbreed Premium

Op 29 april vindt in Eindhoven een symposium plaats over de ruimtelijke problematiek van het oostelijk deel van Noord-Brabant. Dit deel van de provincie ontwikkelt zich steeds meer als stoplap van ad-hoc oplossingen van bestuurders, planologen, stedenbouwkundigen en architecten. Verre toekomstplannen zien de problemen van morgen over het hoofd. Piet Beekman schets een beeld van de problematiek.

‘Tussen de coulissen’, luidt de titel van een symposium over de ruimtelijke ontwikkeling van Oost Brabant. Natuurlijk is de titel geinspireerd op het coulisselandschap met zijn beekdalen en dekzandgebieden.

In de context van dit symposium is de titel ook in andere zin beeldend bedoeld, want men kan de ruimtelijke ordening ook zien als een opvoering waarbij tussen coulissen steeds spelers en rekwisieten klaar staan voor een volgende acte. Oost Brabant staat voor de volgende acte in zijn ‘continuing story’, met in de titelrollen nog steeds de spelers van het platte land en de dorpen. Ruimtelijke ordening ontstaat grotendeels uit de wens naar een beter heden, we hebben vaak op de eerste plaats de behoefte om bestaande situaties te verbeteren of fouten daarin te herstellen.

Natuurlijk, er zal in de onbekende toekomst veel veranderen, maar we kunnen ons afvragen of we daarvoor compleet nieuwe situaties moeten ontwerpen, of dat het ook mogelijk is om het nieuwe te laten ingroeien in wat er reeds bestaat.

Met andere woorden, zetten we de motor stil om geheel nieuwe onderdelen te plaatsen, of leren we om te sleutelen aan een draaiende motor? Dat laatste is natuurlijk veel realistischer, omdat ruimtelijke ordening geen ruststand kent.

Vertrekpunt

Ruimtelijke ordening als ‘het sleutelen aan een draaiende motor’ benadert niet alleen beter de realiteit, het ligt ook dichter bij het ontwerpen van een ‘houdbare toekomst’. Immers, ‘houdbaar’ zijn op de eerste plaats die zaken die mensen graag verbeterd zien of bewaard willen hebben, het vertrekpunt is ook hierbij de hedendaagse leefsituatie.

Als bestuurders en ontwerpers toekomstbeelden schetsen, gaan zij daarbij traditiegetrouw echter meestal uit van een stilstand-situatie: zij hebben een toekomst voor ogen en ontwerpen daarvoor een nieuwe nog niet bestaande wereld.

Alhoewel er de laatste jaren dankzij een groeiend milieu bewustzijn toenemende aandacht is voor ontwerpen die voortkomen uit plaatsgebonden karakteristieken, zoals landschap, bodem en bouwwijze worden in veel ontwerpen deze elementen toch gebruikt en gemanipuleerd naar een eindresultaat. We zouden de toekomst een stuk ‘ecologischer’ ontwerpen als we de stem van inwoners en vooral ook karakteristieke aspecten uit de situatie werkelijk een stem geven en hun rol laten spelen in het toekomstbeeld. Dit vraagt van bestuurders en ontwerpers dat niet zij het toekomstbeeld bepalen, maar eerder het proces stimuleren waaruit dit kan ontstaan; de clou zit juist in het draaiend houden van de motor.

In zo’n aanpak zal men moeten beginnen met te luisteren naar de problemen, ideeen en wensen die leven bij de inwoners, als eerste stap naar de toekomst. Tegelijk zal daardoor ook eerder bereidheid ontstaan om te investeren en mede-verantwoordelijk te willen zijn voor die toekomst.

Niet alleen regionale en lokale karakteristieken zijn belangrijk als vertrekpunt, nog belangrijker is de ‘plaatselijke manier van doen’. Veel van wat wij karakteristiek noemen ontstaat uit de plaatselijke manier van doen, uit de manier waarop men op lokaal niveau zaken regelt.

Centraal gedicteerde processen en procedures zitten dan vaak in de weg, op lokaal niveau kent men elkaar en zijn er specifieke lijnen waarlangs zaken tot stand komen. Betrokkenheid en mede-verantwoordelijkheid vormen de basis voor een democratische samenleving, maar bovendien een voorwaarde voor een houdbare (en betaalbare) toekomst. Belangrijker dan het verbieden van negatieve ontwikkelingen, wat kenmerkend is voor de traditionele ruimtelijke ordening, is het stimuleren van positieve.

Karakteristiek

‘Ontwerpen’ en ‘besturen’ is zoals hier wordt bedoeld veel meer een coordinerende activiteit dan een initierende. Het gaat niet om het eindresultaat zelf maar om het proces waar stapsgewijs een toekomstbeeld wordt opgebouwd dat door zoveel mogelijk mensen wordt gedragen.

Dit zou de karakteristiek kunnen zijn van toekomstig ontwerpen aan de ruimtelijke ordening. Niet uitsluitend de overheid, maar de mensen zelf, de belanghebbenden bij een leefbare wereld, zullen moeten participeren in het ontwerpproces.

Van bestuurders en ontwerpers zal gevraagd worden dit proces te structureren, zodat het toekomstbeeld stapsgewijs ontstaat uit het coordineren van belangen en verzoenen van tegenstellingen.

Ontwerpers hebben daarin de opdracht om die beelden en varianten te leveren waar mensen zich bij kunnen aansluiten. Geen massieve voorbedachte oplossingen, maar een heldere eerste stap waarvan mensen kunnen zien dat het bijdraagt aan de oplossing van het probleem waarmee ze leven, en wijst naar een toekomst zoals zij die voor hun kinderen wensen.

Dr.ir. Piet Beekman, Leerstoel Stedebouw, Faculteit Bouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven

Reageer op dit artikel