nieuws

‘Architecten houden onvoldoende rekening met de glazenwassers’

bouwbreed Premium

arnhem – Kale muren van ongepolijst beton. Aan de wanden zijn metalen ringen verankerd. Aan een haak hangt iets dat lijkt op een onderbroek van stevige kunststof, met aan de zijkanten riempjes. Een kuisheidsgordel? Peter Bannink, opleidingsmanager van de Stichting Scholing en Vorming Schoonmaakbedrijven en diensten (SVS), schudt zijn hoofd. “Hier worden glazenwassers en gevelreinigers opgeleid. Zo’n ding heet een safe-sit, een veiligheidsgordel.”

De oude fabriekshal op het terrein van Akzo Nobel in Arnhem oogt nergens als een ‘school’. Hier geen klaslokalen, schoolborden met krijtjes en bordenwissers of zelfs maar een lessenaar. In plaats daarvan zijn er hoogwerkers, klimvoorzieningen, ladders, hogedrukspuiten voor gevelreinigers en ‘gondels’ waarmee glazenwassers en gevelreinigers huizenhoog hun werk kunnen doen.

Zo op het eerste gezicht hebben de opleidingen van de stichting weinig met de bouw te maken. Maar dat is schijn, vindt Peter Bannink. Gebouwen worden steeds hoger en worden steeds complexer. Daardoor brengt het gevelonderhoud soms grote risico’s met zich mee. De kans op persoonlijke ongelukken is groot, maar ook beschadigingen aan een gebouw of aan de omgeving zijn soms onvermijdelijk.

Veel panden zijn bijvoorbeeld zo ontworpen dat het ramen lappen alleen mogelijk is met behulp van een hoogwerker. Als echter rond een gebouw een waterpartij of een zachte berm ligt, kan de hoogwerker nauwelijks in de buurt komen. “Zo’n ding weegt enorm zwaar en zakt weg in de bodem. Of hij kan er gewoon niet door, omdat een sloot of struik in de weg zit.”

Arbobesluit

Nieuwe gebouwen moeten volgens het Arbobesluit voorzieningen hebben, zodat glazenwassers en gevelreinigers zonder risico hun werk kunnen doen. “Het mooiste zou zijn als architecten zo zouden ontwerpen dat gebouwen eenvoudig kunnen worden onderhouden. We hebben daarover wel eens contact met hen gehad, maar zij zien dat niet als hun taak. Ze vinden het scheppen van een gebouw veel belangrijker.”

In de fabriekshal klimt een glazenwasser voetje voor voetje van een hangladder. Telkens als hij een trede afdaalt, gespt hij zich vast, zodat hij niet kan vallen.

“Dat noemen we een permanente hangladder”, zegt Bannink. “De glazenwasser kan zich er zo aan vastmaken dat hij niet kan vallen als hij zijn evenwicht verliest. Maar het is even wennen, dat is waar.”

Het Convenant Gevelonderhoud verplicht eigenaren van gebouwen bij bestaande gebouwen voor 2013 voorzieningen aan te brengen voor gevelwerkers. Om wat voor aanpassingen het gaat, hangt af van de situatie ter plekke.

Voor gebouwen die niet hoger zijn dan 20 meter kan worden volstaan met een permanente hangladder en als dat niet kan, moet een rolsteiger langs de wand passen. Om hogere etages te bereiken, zijn glazenwassersgondels een ideale voorziening, want die kunnen naar believen omhoog of omlaag worden getakeld.

Een andere oplossing vormt een hoogwerker. In dat geval komen de aanschafkosten voor rekening van het glazenwassersbedrijf terwijl de kosten om de gevel aan te passen voor rekening van de eigenaar van het pand zijn. “Hoe eerder de gebouwen zijn aangepast, hoe liever het ons is.”

Gebouw aanpassen

De glazenwassersgondel klimt langzaam omhoog langs de muur van het opleidingscentrum. Het gevaarte hangt aan twee metalen kabels, die elk een gewicht van een ton kunnen houden. “We worden gesponsored door het bedrijfsleven. Zo’n ding is ontzettend duur.”

Ook het aanpassen van de gebouwen is geen goedkope aangelegenheid. Zo moeten voor een niet-permanente hangladder borgingspunten worden gemaakt, waaraan het werktuig kan worden opgehangen. Ook moet een borgingspunt in de muur komen waaraan de glazenwasser zich kan vastmaken. Maar dit is slechts een kleine ingreep vergeleken bij het plaatsen van een glazenwassersgondel. Deze moet langs de gevel kunnen bewegen en daarom zijn onder meer hijsinstallatie en rails nodig. Een ingreep die al gauw een paar ton kost.

Cursus

Lang niet alle gebouweigenaren werken er dan ook van harte aan mee. Maar zelfs als ze dat wel zouden doen, zijn daarmee nog niet alle problemen opgelost.

Glazenwassers en gevelreinigers zijn vrije jongens die hun werk veelal uitvoeren zoals het hen uitkomt. Dat leidt soms tot gevaarlijke situaties. De cursussen voor gevelreinigers duren acht dagen voor glazenwassers zes dagen. Aandachtspunten zijn onder meer het werken met rolsteigers en hoogwerkers.

Gevelreinigers leren ook omgaan met hogedrukreiniging, persoonlijke beschermingsmiddelen en diverse afwerkmaterialen. “Het gaat om mensen die zich hebben aangewend op een bepaalde manier te werken en vaak is hun werkwijze niet zo erg gezond. Het volgen van een opleiding is dan ook niet overbodig.”

De Stichting Scholing en Vorming Schoonmaakbedrijven en -diensten (SVS) is gevestigd in Rotterdam. Het bedrijf leidt op verschillende plaatsen in Nederland mensen op. Gemiddeld volgen jaarlijks vijfhonderd glazenwassers en vijftig gevelreinigers er een opleiding. Behalve deze cursussen verzorgt de stichting onder meer opleidingen voor schoonmakers en voor kaderpersoneel van schoonmaakbedrijven.

Soms is een hoogwerker nodig om de ramen te kunnen lappen.

Reageer op dit artikel