nieuws

Werkmilieus onder de maat Verbetering is niet een kwestie van andere vormgeving, maar van andere planning

bouwbreed Premium

den haag – Bedrijfsterreinen en kantoorparken in Nederland zijn eenvormige, ondermaatse werkmilieus. Verbetering is niet een kwestie van andere vormgeving, maar van andere planning. Alleen menging met andere functies kan de kwaliteit wezenlijk verhogen van de 16.000 hectare die tot 2015 op stapel staat.

Als de toekomstige bouwopgave ter discussie staat, gaat het steeds over de kwaliteit van de Vinex-woningbouw. Op de Nieuwe Kaart van Nederland staat echter een bijna even groot areaal aan locaties ingetekend voor bedrijven en kantoren.

Gezien de huidige kwaliteit van deze werkmilieus is er weinig reden tot optimisme voor de toekomst, vindt het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Het heeft het Amsterdamse onderzoeksbureau Rigo de kwaliteit van de huidige werkmilieus in kaart laten brengen. Een onderzoek dat resulteert in de aanbeveling om de ontwikkeling van werkmilieus totaal anders aan te pakken dan tot nu toe gebruikelijk. Aan de ruimtelijke scheiding van wonen en werken moet een eind komen.

Tot 2015 staat de ontwikkeling van 250 nieuwe locaties voor bedrijven en kantoren op de planning. Wat de werkelijke behoefte zal zijn, is overigens moeilijk te voorspellen. Afhankelijk van de economische groei lopen de schattingen uiteen van achtduizend tot 25.000 hectare. Bovendien is het de vraag of het aanbod aan plannen qua situering overeenkomt met de vraag. Hoe de ruimtelijke spreiding uitpakt is moeilijk te sturen, aldus de onderzoekers van het Rigo.

Versnippering

Hoe moeilijk, blijkt nu al. “Als gevolg van onderlinge concurrentie tussen gemeenten heeft zich een spreiding van werkmilieus voorgedaan, die ondanks het streven naar bundeling in verstedelijkte gebieden feitelijk heeft geleid tot versnippering binnen ruime ‘urban fields’. Deze versnippering binnen de stedelijke knooppunten heeft als negatief bijeffect een enorme toename van de ‘kris kras-mobiliteit'”, aldus de onderzoekers. Is woningbouw nog redelijk te bundelen binnen Vinex-kaders, economische bedrijvigheid blijkt veel minder stuurbaar, luidt hun waarschuwing.

Door de dynamiek in de bedrijvensector veroudert de bebouwing bovendien snel. Streeft de overheid in haar architectuurnota naar duurzaamheid en lange gebruikswaarde, op kantoor- en bedrijfslocaties heerst een wegwerpeconomie.

Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de werkmilieus tot nu toe en in de totstandkoming ervan zijn negen bedrijfs- en kantorenlocaties onderzocht: het binnenstedelijke herstructureringsgebied Laakhaven in Den Haag, Geleendal-Eyckholt aan de stadsrand van Heerlen, het in het groen gelegen Westermaat in Hengelo, het kleinschalige Hoogeind aan de rand van Breda, het Pettelaar Park rond het provinciehuis in Den Bosch, het nadrukkelijk als architectonisch ensemble ontwikkelde Rijnsweerd Noord langs de snelweg bij Utrecht, het distributiepark Tradepark West bij Venlo, Teleport bij station Amsterdam-Sloterdijk en het gemengde Industriegebied Noord in Meppel.

Per gebied geven de onderzoekers een beschrijving van de ambities, het plan, het planningsinstrumentarium en wat er tot nu toe te beleven is. Wat op papier een grote verscheidenheid aan milieus belooft en er op de kaart ook uitziet als een uiteenlopend scala aan ontwerpen, blijkt in de uitwerking in de praktijk tegen te vallen. De onderzoekers zien een “grote eenvormigheid die in negatieve zin te typeren is als stedelijk noch landelijk”.

Verkeersruimte

Wat opvalt bij nadere analyse van de plannen is het toch grote verschil in ruimtegebruik. Westermaat, Geleendal-Eyckholt, Rijnsweerd en Pettelaar Park “zwemmen in de ruimte” en dat blijkt met name verkeersruimte te zijn. Al-licht bevinden het binnenstedelijke Teleport en Laakhaven zich aan de andere kant van het spectrum. Het verbaast ook niet dat deze locaties en die aan de stadsrand (Tradeport, Meppel Noord en Hoogeind) beter verankerd liggen in hun omgeving. Bovendien bieden de eerstgenoemde stedelijke locaties een grotere variatie in functies.

Op grond van hun bevindingen komen de onderzoekers van het Rigo tot aanbevelingen voor de ontwikkeling van toekomstige werkmilieus. Voor verbetering is niet in de eerste plaats een rol weggelegd voor architecten. Het zal moeten beginnen met een minder obligate locatiekeuze en vestigingsselectie. Alleen met een andere opzet van het proces en een verweving van functies is ontsnapping mogelijk uit de “monofunctionele conglomeraten van goede bedoelingen”. Ontwikkeling van kleinere eenheden zou een opname van werkmilieus in grotere verbanden vergemakkelijken. Het zouden “stadslandschappen” moeten worden.

Publiekstrekkers

Bij voorkeur moeten kantoor- en bedrijfslocaties gecombineerd worden met publiekstrekkers van regionale betekenis. Door de schaal van het landschap op te nemen in de plannen zijn ze beter dan tot nu toe te verankeren. Ze winnen bovendien aan betekenis als er meer contrasten komen in dichtheid, stapeling en typologieen en er op knooppunten overlap is van schalen en structuren.

Reageer op dit artikel