nieuws

Maaskantprijs

bouwbreed Premium

Op z’n beste momenten is de architectuur van Huig Aart Maaskant (1907-1977) ‘groots en meeslepend’, expressief en monumentaal, zonder daarbij te vervallen in anonieme, betekenisloze abstractie. Aan het einde van zijn lange loopbaan, waarin hij vanaf de jaren dertig betrokken is bij een groot aantal cruciale momenten in de Nederlandse architectuurgeschiedenis, groeit echter de kritiek op zijn werk. In de verpolitiseerde jaren zeventig kan men niet zo goed overweg met Maaskants compromisloze modernisme. Het zou te groot zijn, te anoniem, te esthetisch ook.

En inderdaad, Maaskant bouwde het liefst groot: het Groothandelsgebouw (1949-1951, in samenwerking met Van Tijen) en het nog grotere Technikon (1955-1970), beide in Rotterdam en het Provinciehuis in ‘s-Hertogenbosch (1963-1971). Met name de laatste twee worden bij oplevering hevig bekritiseerd. Maaskant slaat terug door een flink geldbedrag bij nalatenschap ter beschikking te stellen voor een regelmatig uit te reiken ‘Maaskantprijs voor de Architectuurkritiek’.

Maaskant begint zijn carriere door samen te werken met onder meer Mart Stam en Willen van Tijen. Met de laatste vormt hij van 1937 tot 1955 een bureau. Daarna breidt hij zijn eigen kantoor langzamerhand uit tot de maatschap Maaskant, Van Dommelen, Kroos, Senf. Behalve de eerder genoemde ontwerpen behoren de Tomadofabriek in Etten-Leur (1954-1955), het Tomado-Huis in Dordrecht (1959-1962), de Euromast in Rotterdam (1958-1960) en het voor zijn doen opmerkelijk expressieve, banaanvormige kantoor voor Johnson-Wax in Mijdrecht (1964-1966) tot de hoogtepunten.

Het sportcentrum voor de KNVB, dat hij in een periode van tien jaar beetje bij beetje in de bossen bij Zeist realiseert, is een relatief onbekend ontwerp. Toch is het een mooi voorbeeld van Maaskants modernisme. Verschillende functies, in eerste instantie een sporthal, woon-, recreatie- en slaappaviljoens en een instructiepaviljoen, liggen verspreid over het bosrijke complex. De sporthal is een abstracte compositie van gesloten vlakken van mangaansteen en glasstroken. Het woon/recreatiegebouw is vormgegeven als een glazen paviljoen, waarvan het dak wordt gedragen door vier uit de kluiten gewassen betonnen jukken. Eenvoudige, maar monumentale vormen die, misschien door hun voor Maaskants doen geringere omvang, weldadig fris afsteken tegen het bondskantoor, het medisch centrum en het bondshotel dat het bureau later aan het complex heeft toegevoegd.

H.A. Maaskant – Sportcentrum KNVB (1956-1965), Zeist

Reageer op dit artikel