nieuws

‘Je moet de sfeer van het riool proeven’

bouwbreed Premium

arnhem – In het Arnhemse park Sonsbeek komt een ondergronds rioolmuseum. Over een lengte van negentig meter komt een buizenstelsel waarin bezoekers een beeld krijgen van hoe een riool er van binnen uitziet.

Het rioolmuseum is een initiatief van twee voormalige Arnhemse gemeenteambtenaren, het vroegere sectorhoofd stadswerken M. Waalboer en zijn afdelingshoofd water J. Morsink. In 1991 waren ze betrokken bij een (bovengrondse) expositie in park Sonsbeek. Waalboer: “Daar kwamen toen zoveel mensen op af die zich geinteresseerd toonden in wat zich onder de grond afspeelt, dat we er een vervolg aan wilden geven.”

Nu heerst er een klimaat waarin het project met de werknaam Riolonder – naar analogie van het ondergrondse museum Museonder bij Otterlo – gerealiseerd kan worden. Het Waterschap Rijn en IJssel heeft vergevorderde plannen om in de Begijnenmolen in het park een watermuseum te openen. Het Riolonder zou daarvan onderdeel kunnen uitmaken. Het is de bedoeling dat het Riolonder de ondergrondse verbinding wordt tussen het bezoekerscentrum van Park Sonsbeek en het watermuseum.

Luchtjes

Het Riolonder moet een hoog realiteitsgehalte krijgen, vinden de initiatiefnemers. Waalboer: “We willen laten zien zoals het in werkelijkheid is, maar zonder de luchtjes.”

Morsink: “Het moet een museum worden waar je de sfeer van het riool proeft – het moet klateren.” Het museum wordt grotendeels opgebouwd uit prefab-rioolbuizen; voor een deel ook uit gemetseld riool. De buizen lopen door en langs verschillende kamers, waarin de verschillende functies van een riool worden getoond. Dat beperkt zich niet tot de afvoer in een stroomgoot van wat er normaal door een riool gaat, legt Morsink uit. “Ook de gemalen waarin het water naar een hoger niveau wordt opgepompt moeten een plaats krijgen, en de overstortkelders – dat zijn hele huizen – waar na een hevige regenbui het water op de rivier wordt geloosd.”

Gifkorfjes

Het gaat volgens Waalboer niet alleen om de afvoer maar ook om de beheersing van het water, een ander belangrijk aspect van het riool. Het is de bedoeling dat werkelijk alles wordt getoond. Van de aansluiting van individuele drukrioleringen (zoals die in het buitengebied worden gebruikt) tot de gifkorfjes die in het riool worden opgehangen om de ratten te verdrijven. Het ondergrondse museum komt eruit te zien als een gemiddeld gemengd riool zoals dat nu op de meeste plaatsen in Nederland ligt. In de expositieruimten wordt evenwel veel aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen zoals gescheiden systemen, grijs watersystemen en infiltratie. “Daarbij komt het water niet altijd in het riool terecht, maar toch willen we het meenemen want het heeft wel gevolgen voor de capaciteit van het riool”, zegt Waalboer.

De twee ex-ambtenaren richten zich met het museum niet alleen op “geinteresseerde leken”. Zij denken dat er ook belangstelling is uit de professionele hoek. Het voormalige sectorhoofd: “Voor mensen uit de gww-sector is het natuurlijk ook erg interessant. In die sector is een schreeuwende behoefte aan werknemers. Misschien kunnen we die sector met het museum wat promoten?”

Afstudeeropdracht

Ingenieursbureau DHV in Arnhem heeft voor het museum een programma van eisen opgesteld. De plannen zijn door de Hogeschool Arnhem Nijmegen geaccepteerd als afstudeeropdracht. Het is de bedoeling dat een civieltechnicus en een bouwkundige er samen mee aan de slag gaan.

“Een bouwkundige, omdat het ook aantrekkelijk vormgegeven moet zijn”, verklaart Waalboer. Complicerende factor is dat er boven de grond van het museum niets te zien mag zijn omdat de lokatie – Park Sonsbeek – een landschapsmonument is. De initiatiefnemers verwachten dat het museum op zijn vroegst in 2001 zijn deuren zal openen.

De initiefnemers van het Riolonder Waalboer (rechts) en Morsink.Foto: APA

Reageer op dit artikel