nieuws

Conflicten over contracten monden vaak uit in juridische strijd

bouwbreed Premium

Dit is de zesde aflevering van een serie over werken in Duitsland. Deel 1 verscheen op 11 januari (inleiding), deel 2 op 19 januari (cultuurverschillen), deel 3 op 25 januari (fiscus), deel 4 op 1 februari (sociale en arbeidsrechtelijke verplichtingen) en deel 5 op 8 februari (Handwerkskammer).

De aannemingsovereenkomst is de juridische basis voor de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer met betrekking tot het uitvoeren van bouwwerkzaamheden. In de overeenkomst zijn de omvang van de prestatie en de rechten en plichten van partijen vastgelegd met betrekking tot onder meer betaling, garantie en verjaring.

Indien met betrekking tot een in Duitsland afgesloten aannemingsovereenkomst geen bijzondere voorwaarden worden overeengekomen, zoals de Verdingungsordnung fur Bauleistungen (VOB), dan zijn uitsluitend de wettelijke bepalingen uit het Werkvertragsrecht van toepassing.

Van belang hierbij is vooral paragraaf 631 van het Burgerliches Gesetzbuch (BGB), de Duitse tegenhanger van het Nederlandse (Nieuw) Burgerlijk Wetboek (NBW). Deze bepalingen zijn echter opgesteld ten behoeve van de aanneming van werk in het algemeen, en dus niet specifiek voor de bouw.

VOB

Om aan de specifieke eisen van de bouwnijverheid tegemoet te komen, is de Verdingungsordnung fur Bauleistungen (VOB) opgesteld. In de VOB zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de aanbesteding en gunning van bouwopdrachten (deel A), de aannemingsovereenkomst (deel B) en de van toepassing zijnde technische voorschriften (DIN-Normen, Deel C).

De VOB is geen wet, maar heeft de status van algemene voorwaarden. De VOB-bepalingen hebben dan ook alleen geldigheid wanneer ze voor de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst door beide partijen uitdrukkelijk van toepassing verklaard en geaccepteerd zijn.

Toepassing van de VOB is echter voor vrijwel alle publieke opdrachtgevers verplicht, en ook veel private opdrachtgevers maken uit vrije wil gebruik van (met name deel B van) de VOB.

De VOB wordt beschouwd als een stelsel van voorwaarden waarin de belangen van de opdrachtgever en van de opdrachtnemer evenredig vertegenwoordigd zijn.

Op basis van dit uitgangspunt neemt de VOB binnen de Duitse wetgeving een bijzondere positie in. Wanneer de VOB ‘als geheel’ wordt overeengekomen, worden de VOB-voorwaarden niet meer apart getoetst op rechtsgeldigheid aan het zogenaamde Gesetz zur Regelung des Rechts der Allgemeinen Geschaftsbedingungen (AGBG), zoals dit met ‘normale’ algemene voorwaarden wel gebeurt.

Grote risico’s

In de praktijk worden door de opdrachtgever of opdrachtnemer in de aannemingsovereenkomst vaak aanvullende, en soms tegenstrijdige, clausules opgenomen met het doel de eigen positie te versterken ten opzichte van hetgeen in de VOB is vastgelegd.

Hiermee begeven zij zich echter op bijzonder glad ijs! Dit kan namelijk betekenen dat het evenwichtige systeem van de VOB wordt aangetast, waarmee zij niet meer als ‘geheel’ is overeengekomen en daarmee wel aan toetsing aan het AGBG onderhevig is. Als gevolg hiervan kunnen bepaalde VOB-voorwaarden hun rechtsgeldigheid verliezen en vervangen worden door bepalingen uit het BGB. Het resultaat hiervan kan zijn dat het beoogde positieve effect van de aanvullende clausule voor de bedenker ervan juist negatief uitvalt!

Zo is er een groot aantal clausules te bedenken die het ‘evenwicht’ in de VOB-voorwaarden verstoren, zoals de volgende:

ùIn een overeenkomst op basis van eenheidsprijzen waarop deel B van de VOB van toepassing is verklaard, is de volgende clausule opgenomen: ‘Mengenanderungen berechtigen nicht zu einer Preisanderung’, of ‘2 Nr. 3 VOB/B wird fur Nachtragsangebot des Auftragnehmers ausgeschlossen’.

Deze clausule behelst een eenzijdige afwijking van de tekst in de VOB die als zeer nadelig voor de opdrachtnemer aangemerkt kan worden en daardoor het evenwicht in de VOB-voorwaarden verstoort. Juist bij een ‘Einheitspreisvertrag’ wordt de opdrachtnemer door paragraaf 2 Nr. 3 VOB/B beschermd voor niet te calculeren werkzaamheden als gevolg van bijvoorbeeld een ontoereikend bestek van de opdrachtgever.

Het is in dit geval niet van belang of de genoemde clausule rechtsgeldig is volgens het AGBG. Het feit dat zij dermate inbreuk doet op hetgeen in de VOB is vastgelegd, heeft als gevolg dat de VOB in haar Kernbereich is aangetast en als zodanig niet meer als geheel is overeengekomen.

Zoals reeds aangegeven, betekent dit dat ook alle andere VOB-paragrafen aan toetsing volgens het AGBG onderhevig zijn en het mogelijk is dat zij hun werking verliezen.

Sommige Duitse partijen gaan op een bijzonder uitgekookte wijze met deze complexe materie om. Bij het tekenen van de aannemingsovereenkomst weten zij exact welke clausules in het verdere verloop van het bouwproces van generlei waarde zullen blijken te zijn, en welke voordelen zij daarmee kunnen behalen. Met name de zeer grote Duitse bouwondernemingen hebben omvangrijke juridische afdelingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dit soort vraagstukken rondom de totstandkoming van een aannemingsovereenkomst en erop uit zijn het onderste uit de kan te halen.

Risico’s

Nederlandse bedrijven die onvoldoende op de hoogte zijn van de werking van dit systeem, en een contract volgens VOB hebben getekend, lopen vaak, zonder dat zij het weten, grote financiele risico’s.

In de praktijk levert veelal deel B van de VOB de meeste problemen en conflicten op, die niet zelden worden gevolgd door de gang naar de rechtbank of naar een arbitrage-instituut. Door het volgen van een cursus of het inwinnen van juridisch advies, beide vanzelfsprekend voor het afsluiten van een contract, kunnen veel problemen worden voorkomen. Dit wordt ten zeerste aanbevolen. De Stichting Nedubex kan hieromtrent nadere informatie verschaffen.

In het laatste artikel over bouwen in Duitsland wordt volgende week ingegaan op de strategie en marketing die kan worden gevolgd.

Ir. I.H.P. Schunselaar, U. Croonenbrock, werkzaam bij respectievelijk de Stichting Nederlands-Duitse Bouwexport (Nedubex, 020-4300234) en Anwaltskanzlei Strick (+49-2821-72220). Voor nadere informatie kunt u met deze instanties contact opnemen.

Reageer op dit artikel