nieuws

Woningcorporaties laten zich verrassen door grootschalige nieuwbouw

bouwbreed

Corporaties lijken nu pas echt wakker te schrikken van het effect dat grootschalige nieuwbouw zal hebben op de bestaande steden. Op het moment dat de productie op Vinex-locaties eindelijk op gang komt, willen de corporaties campagne gaan voeren voor een nieuwbouweffect-rapportage.

De ner – als variant van de mer (milieu) – moet de consequenties van nieuwbouw voor de bestaande stad in kaart brengen. Wat de corporaties betreft moet dat gebeuren voordat de nieuwbouw van start gaat. Zij voelen nattigheid omdat zij aan het einde van de verhuisketen zitten. Daardoor lopen zij het grootste risico om te blijven zitten met huizen die onverhuurbaar blijven.

“Met de ner wordt op basis van de meest recente inzichten gekeken naar de vraag welke effecten de beoogde nieuwbouw heeft op al bestaande buurten en wijken. Op deze wijze kan beter worden beoordeeld of een bepaald nieuwbouwplan past in de voornemens van gemeenten en marktpartijen tot revitalisering van bestaande steden en dorpen, of dat nadere afstemming en fasering van de verschillende plannen nodig is”, verkondigt Aedesdirecteur Van Leeuwen.

Aedes, koepel voor woningbouwcorporaties, gooit anno 1999 het wapen van de ner in de strijd om partijen verplicht mee te laten denken. Al bijna tien jaar geleden is de besluitvorming tot stand gekomen om een half miljoen huizen te bouwen via Vinex-locaties. De ner, hoe belangrijk ook, lijkt een beetje als mosterd na de maaltijd te komen.

De timing is op z’n minst vreemd omdat de corporaties toch echt jaren de tijd hebben gehad zich te beraden op de toekomst. In 1990 heeft het Rijk tot uitvoering van Vinex besloten. Het zou echter tot 1995 duren voordat de eerste contracten werden gesloten. Daarna kostte het nog een paar jaar voordat de feitelijke productie op gang kwam. Vorig jaar zijn voor het eerst substantiele aantallen huizen opgeleverd op diverse locaties.

Praten was tot nu toe de enige tastbare actie van de koepel. Nog vers in de herinnering liggen de uitspraken van voormalig NWR-directeur Van Velzen dat het ontwikkelen van de Vinex-locaties bouwen voor de leegstand is. Hetzelfde geldt voor de waarschuwingen die Van Leeuwen, eerst als directeur van het NCIV en later als topman van de nieuwe koepel Aedes, uitte. Hij wees bij herhaling op de risico’s voor de bestaande stad.

Veel voortvarender wordt gewerkt in grote steden als Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Daar is vooruitlopend op de Vinex – overigens met medewerking van lokale woningcorporaties – al een begin gemaakt met de aanpak van risico-wijken. Rotterdam is sinds twee jaar koopwoningen aan het bouwen in de tuinsteden aan de zuidkant, om de trek naar Vinex-locatie Carnisselande tot staan te brengen. Den Haag is druk in de weer met Duindorp en ZuidWest. In Utrecht gaan de wijken Zuilen, Hoograven en Kanaleneiland op de schop om uiteindelijk te kunnen concurreren met Leidsche Rijn. Dat lijkt een stuk effectiever dan een nieuwbouweffect-rapportage.

Duidelijk is dus dat afspraken op gemeenteniveau bij uitstek geschikt zijn om maatwerk te leveren en in te spelen op specifieke situaties. Sinds vorig jaar zijn corporaties en gemeenten verplicht prestatie-afspraken te maken. De meeste grote gemeenten hebben deze wederzijdse verplichting al vastgelegd. Het zou praktisch zijn dit te koppelen aan het in kaart brengen van de consequenties van grootschalige uitleglocaties. Dan ontstaat vroegtijdig een beeld van de knelpunten voor de bestaande stad.

Blijkbaar werken prestatie-afspraken tot nu toe niet afdoende op dit vlak. Want Aedes ziet zich genoodzaakt binnenkort campagne te gaan voeren voor de ner. Corporaties in de provincies Brabant, Friesland, Flevoland en Limburg werken al aan een voorlopige versie van dit instrument. Aedes gaat in elk geval dit soort regionale initiatieven steunen. Een wettelijke basis voor de ner zou zeker tien jaar in beslag nemen. Tegen die tijd zijn alle huizen op Vinex-locaties opgeleverd.

Reageer op dit artikel