nieuws

Stichting ontwikkelt en stroomlijnt kennis over bodemsanering

bouwbreed Premium

gouda – De stichting Kennisontwikkeling en -overdracht Bodem (SKB) uit Gouda onderzoekt de technieken die afrekenen met de bodemverontreinigingen. Daarmee zet de stichting het werk van het Nederlands Onderzoeksprogramma Biotechnologische In-situ Sanering (Nobis) voort. Anders dan deze organisatie houdt SKB alle mogelijkheden in het oog die de kosten verlagen en/of de aanpak versnellen. De kennis komt beschikbaar voor saneerders en beheerders van bodems.

Het ontwikkelen van nieuwe technieken gaat vaak sneller dan de praktische toepassing ervan. Ook daar ligt een taak voor de SKB, meent programmadirecteur ir. H. Vermeulen. “In de grondreiniging valt niet meer zo snel met nieuwe technieken te rekenen. Wel vinden incidenteel verbeteringen plaats. Te denken valt aan grondwassing met oplosmiddelen om bepaalde vervuilingen te verwijderen. Het gebruik ervan hangt af van de wil waarmee de markt de hogere kosten voldoet. Meer ruimte voor organisatorische innovaties biedt het actieve bodembeheer; het hergebruik van gereinigde danwel licht vervuilde grond.”

Schermen

Veel nieuwe kennis is ontwikkeld voor biologische in-situ sanering. Maar Vermeulen meent dat een nadere uitwerking noodzakelijk is. Een interessante variant op de biologische sanering bieden chemisch actieve schermen. Sleuven in de bodem, opgevuld met materialen die chemische reacties op gang brengen, zodat opgeloste zware metalen in de schermen neerslaan. Geringe aandacht geniet tot nog toe de chemische immobilisatie van vervuiling in de grond. Vermeulen: “De markt, de politiek en ‘de burger’ weten over het geheel genomen weinig van zulke mogelijkheden. Saneren staat bij velen gelijk aan weghalen en schoonmaken van grond. Technisch en financieel is dat niet altijd mogelijk en blijven in-situ technieken vaak als enig alternatief over.”

Acceptatie van zo’n aanpak is een kwestie van gedegen uitleg. Slaat die aan, dan ontstaan zelfs kansen voor projecten die volgens de formele regels niet mogen. Een voorbeeld biedt Ilpendam nabij Amsterdam. Een gebied van vuilnisbelten waar ook gevaarlijk afval terecht kwam. Daardoor raakten de omliggende sloten vervuild, zodat er al sinds jaar en dag niet meer wordt gebaggerd. Het gebied krijgt een natuurbestemming. De sloten moeten daarvoor op diepte worden gebracht. De bagger kan als afdekmateriaal voor de storten dienen. “Een verantwoorde oplossing,” vindt Vermeulen. “Natuur ontwikkelt zich goed op de vervuilde specie en draagt bij aan de afbraak van verontreinigingen.”

Financieren

De overheid blijft in belangrijke mate belanghebbende bij de bodemkwaliteit. De betrokken ministeries financieren SKB om die reden jaarlijks met 10 miljoen gulden. In deze kabinetsperiode gaat het om 35 miljoen, inclusief 5 miljoen opstartgeld. De publiek-private sector moet jaarlijks 4,5 miljoen gulden bijdragen.

Op die manier kan SKB de komende vier jaar 40 tot 50 miljoen gulden besteden. Een netwerk van externe deskundigen breng de activiteiten in praktijk, onder leiding van vier tot vijf stafleden. SKB levert straks informatie op aanvraag. Tot dan verspreidt de organisatie naar eigen inzicht gegevens in de wetenschap dat 90 procent daarvan terecht komt bij mensen die daar op dat moment geen behoefte aan hebben. Aannemers of projectontwikkelaars krijgen pas aandacht voor de bodem wanneer vervuiling de realisatie van plannen ophoudt.

SKB’s deskundigen zitten vooral bij ingenieursbureaus. Nobis richtte zich sterk op de universiteiten en technologische instituten. “De uitvoerende bouw kwam in die organisatie slechts beperkt aan bod”, weet Vermeulen. “Bodemsanering vergt behalve kennis veel praktische ervaring. Temeer omdat er altijd onverwachte zaken opduiken die zelfs het meest gedegen vooronderzoek en ontwerp niet kunnen voorzien. Uitvoeringsdeskundigheid moet om die reden vroegtijdig in het project komen. Opdrachtgever, ingenieursbureau en aannemer moeten dus ook anders samenwerken. Maar het nemen van gezamenlijke beslissingen is moeilijk in contracten te verwerken. Het is een kwestie van leren; en leren kost nu eenmaal geld.”

Domeinen

SKB kijkt ook naar gemeenten, beheerders van grote domeinen als waterschappen, landbouworganisaties en de beheerders van de waterkwaliteit. Die komen in de activiteiten van Nobis nog niet echt aan bod. Op haar beurt hoort de stichting wat deze belangengroepen willen. De vraag is nu of deze interesse groot genoeg is om jaarlijks 4,5 miljoen op te leveren. Het zal de SKB wel wat moeite kosten de nieuwe belanghebbende groeperingen van de waarde van de activiteiten te overtuigen.

Op projectniveau zullen SKB en belanghebbenden over het geheel genomen elk de helft van de kosten voor onderzoek- en experimenteerprojecten voldoen. “Een project levert algemene kennis en ervaring op en lost tegelijk een bodemprobleem op”, licht Vermeulen toe. “Dat is een gemeente of een ontwikkelaar geld waard.” Wie gebruik wil maken van kennis van SKB moet contributie betalen. Nobis rekende jaarlijks 15.000 gulden. De stichting denkt voor kleinere bedrijven en instellingen aan zo’n 5000 gulden. Een abonnement op informatieverstrekking zal mogelijk enkele honderden guldens kosten. Nobis haalt pakweg een miljoen aan contributie op. Vermeulen verwacht dat voor SKB eenzelfde bedrag in het verschiet ligt.

SKB licht de activiteiten toe met een bijeenkomst op 27 en 28 januari in De Flint in Amersfoort. Nadere inlichtingen: telefoon (0182) 540680.

Reageer op dit artikel