nieuws

Hergebruik van asfaltresten kost centrale 10 procent meer energie Vervolg van pagina 1

bouwbreed Premium

breda – Hoge zwarte bergen kenmerken een groot deel van het bedrijfsterrein van de Zuid Nederlandse Asfalt Centrale in Breda. De verpulverde restanten van stukken wegdek van rijksweg A16, liggen klaar voor hergebruik. Het asfaltgranulaat kan prima dienen als grondstof voor nieuw asfalt, en zal binnenkort dan ook terugkeren op de weg waar het is weggefreesd.

“Maar”, zegt bedrijfsleider Bart Dorenbosch, terwijl hij een zuinig gezicht trekt, “er zitten uit energie-oogpunt wel nadelen aan. Als we met granulaat draaien gebruiken we twee verbrandingstrommels. Dat kost extra energie. We verbruiken dan tien procent meer dan bij het bereiden van asfalt met normale grondstoffen. Het is een van de redenen, waarom we alleen grote hoeveelheden draaien. Voor bestellingen van minder dan honderd ton starten we de machines niet op. Daarvoor zijn de kosten te hoog”.

Bewaking

Dorenbosch hoeven ze bijna niets meer te vertellen over de mogelijkheden voor besparing en bewaking van het verbruik. De afgelopen jaren heeft zijn bedrijf fors geinvesteerd in maatregelen die het energieverbruik hebben doen slinken van gemiddeld 340 MJ per ton asfalt tot gemiddeld 300 MJ. Het droogproces werd geoptimaliseerd, de trommels werden geisoleerd, een computerprogramma voor registratie van het verbruik werd geinstalleerd, opslagsilo’s werden uitgebreid zodat bijna continue kan worden doorgedraaid, de bitumentanks (die dag en nacht moeten worden verwarmd) werden geisoleerd en er werd zeer veel aandacht besteed aan een strakke planning en goede communicatie.

Pionierswerk

De ZNAC is een van de zeven centrales waar in nauw overleg met brancheorganisatie VBW Asfalt, met de hulp van de Novem en met overheidssubsidie pionierswerk wordt verricht op het gebied van energiebesparing in de asfaltindustrie. Harry Roos van de brancheorganisatie: “Alle dingen die bij deze centrales goed blijken te werken worden door ons bekend gemaakt bij de andere bedrijven.”

Nederland telt na de reorganisatiegolven van de afgelopen twintig jaar nog bijna vijftig asfaltcentrales, die verspreid liggen over het hele land. Samen produceren ze 7,5 tot acht miljoen ton warm asfalt per jaar. Per ton werd in 1997 gemiddeld 325,3 MJ aan energie verbruikt. In 1989 was dat nog 355,7 MJ. De ZNAC, die in 1998 275.000 ton asfalt produceerde, scoort met een gemiddeld verbruik van 300 MJ per ton asfalt dus goed. Maar het bedrijf dat Breda Wegenbouw BV, Wegenbouwmij Elshout BV, G. van Hees en Zonen en Wolfs Aannemingsbedrijf als aandeelhouders kent, behoort nog niet tot de zes zuinigste bedrijven van Nederland. “Dat duurt echter niet lang meer”, grinnikt Dorenbosch. “We zijn hard op weg naar de kopgroep”.

Op het bedrijfsterrein waait van tijd tot tijd een vlaag van bitumenlucht voorbij. De zurige geur is waarneembaar als een vrachtauto onder de silo’s vandaan is gekomen en is volgeladen met vers asfalt. Ze verdwijnt met het transport van het terrein om weer terug te keren als een nieuwe truck met oplegger komt laden.

Regelmaat

De regelmaat waarmee de auto’s het terrein van de ZNAC op en afrijden is uitermate belangrijk voor het bedrijf. “We streven er naar continu te kunnen doordraaien. Liefst willen we een dag van te voren weten wat de bedrijven nodig hebben. We kunnen dan zo goed mogelijk uitmikken wanneer we welke soorten asfalt draaien. Zoveel mogelijk moeten we zien te vermijden dat we de centrale moeten stilzetten en opnieuw moeten starten. Het kost erg veel energie om weer op gang te komen. Daarom overleggen we wekelijks met onze afnemers”, zegt Dorenbosch.

De bedrijfsleider kijkt voortdurend vooruit. Hij zou bijvoorbeeld best een grote windmolen op zijn bedrijventerrein willen zetten. Maar zo eenvoudig kan dat niet, omdat het gevaarte zestig meter hoog moet worden om energie te kunnen opwekken. Hij droomt ook van een verbond tussen ingenieurs van gemeenten, provincies, rijkswaterstaat en particulieren, dat er toe leidt dat het aantal soorten asfalt wordt teruggebracht.

“Ik geloof dat elke gemeente nu zijn eigen asfalt heeft. De ene ingenieur zweert bij een bepaalde steenslag, terwijl de andere er weer geheel afwijkende voorkeuren op na houdt. We hebben in onze computer alleen al honderdvijftig soorten ingeprogrammeerd. Die kun je niet achter elkaar doordraaien. Wil je van product veranderen dan moet je eerst stoppen en opnieuw starten. Dat vergt dus weer veel energie. We zouden eens moeten zien of we niet met wat minder soorten toekunnen. En we moeten ook gaan praten met de opdrachtgevers. Een gelijkmatiger aanbesteding kan ook leiden tot een betere continuiteit in de productie en dus tot energiebesparing.”

Decennium

Dorenbosch komt nog even terug op het energieverslindende recyclen van oude asfaltresten. “Het vertekent in feite een beetje het beeld van de besparing die het laatste decennium in onze branche heeft plaatsgevonden. In 1989, het peiljaar voor de meerjarenafspraak met het ministerie, werd nog nauwelijks aan hergebruik gedaan. Tegenwoordig wordt daar veel meer op gelet. Nu experimenteert Rijkswaterstaat al met asfalt dat voor zestig procent uit oude resten bestaat.”

Reageer op dit artikel