nieuws

Geperste buizendaken lijken ook in Nederlandse bodem toepasbaar

bouwbreed Premium

rotterdam – Tunnels maken door een dak van buizen te persen en daar de grond onderuit te graven. In Belgie is er al veel ervaring mee opgedaan en met wat aanpassingen lijkt de techniek ook in Nederland een haalbare kaart. Alleen is de noodzakelijke kennis te sterk versnipperd over aannemers en ingenieursbureaus. Dat bleek tijdens een studiedag in Rotterdam.

Het leek bijna een Belgisch onderonsje tijdens het symposium dat ingenieursvereniging Niria donderdag organiseerde in de luwte van de InfraTech-vakbeurs. Op de vier sprekers was er een afkomstig uit Nederland; de overigen hadden een onvervalst Vlaamse tongval.

Maar Nederland was ook bepaald geen voorloper als het ging om tunnels boren en buizenpersen. En dus ijlt Nederland ook na met een variant op de laatste techniek. Daarbij wordt niet een buis ondergronds geperst, maar een heel scherm van buizen horizontaal naast elkaar. Na aanbrengen van dragende wanden, kan de grond daaronder worden weggegraven en ontstaat een metrobuis, een station, een parkeerkelder, of wat dan ook.

Vlaams succes

De Vlamingen beleefden al in 1975 een eerste proefproject met de buizendakmethode. Toen dat succesvol uitpakte werd het jaar erop gestart met de aanleg van een metrostation vlakbij het centraal station van Antwerpen. Het station werd ondergronds aangelegd zonder dat het verkeer daarboven er hinder van ondervond. Dat is een van de grote voordelen van de techniek.

Sindsdien hebben de Vlamingen de techniek verder geperfectioneerd en op meer metrotraces gebruikt. Het meest recent opgeleverde werk betreft een spoorverbinding met luchthaven Zaventem bij Brussel.

De zetting op het maaiveldniveau bleef beperkt tot achttien millimeter. Dat was ruim binnen bestek.

Gewelven

In Zaventem werden, net als in de meeste gevallen de buizen in dwarsrichting op de uiteindelijke tunnelbuis geperst. Dat gebeurde vanuit een galerij die eerst vanuit een open bouwput was geperst.

In sommige gevallen worden de buizen die het dak vormen ook in de lengterichting geboord. Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij een metrostation in Milaan, dat door het Vlaamse bedrijf Smet-Tunnelling werd aangelegd. De buizen vormen daar een rond gewelf.

Nederlandse bouwers die met de techniek aan de slag willen, lopen in eerste instantie op tegen het hoge grondwaterpeil, zo stelde ir. G. Arends van de Technische Universiteit Delft, ontnuchterend vast.

Voor ondiepe toepassingen is de techniek met dwarspersingen in Nederland bruikbaar. De buizen zullen dan wel aan weerszijden moeten worden gedragen door diepwanden, en niet zoals in Belgie gebeurt door zogenaamde beschoeide sleuven. Deze grotendeels handmatig uitgevoerde techniek is alleen geschikt voor gebieden met een lage grondwaterstand.

Voor toepassing op grotere diepten, bijvoorbeeld voor ondergrondse metrostations, is de methode in langsrichting beter. Alleen moet er nog meer worden gestudeerd op de dimensionering van de buizen, de constructie en de vraag hoe het werk wordt drooggehouden.

Het probleem is volgens Arends dat de benodigde kennis en ervaring in Nederland verspreid aanwezig is. “Er zijn behoorlijk wat kleinere bedrijven die inmiddels ervaring hebben met buizenperstechnieken, maar die hebben weer geen ervaring met grote civieltechnische projecten. De ingenieursbureaus die de ervaring wel hebben, ontberen weer de kennis van het buizenpersen.”

Binnenkort gaat in Belgie de bouw van een TGV-station van start onder het bestaande Centraal Station van Antwerpen. De aanbestedingsprocedure loopt volgende week af. Het bijna honderd jaar oude monumentale stationsgebouw rust op een fundering van metselwerk, een laag van tachtig centimeter dik beton en houten palen.

Zetting van de constructie moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daartoe worden eerst horizontale buizen onder de bestaande fundering geperst. Via die buizen wordt onder hoge druk de grout in de grond gespoten. Theoretisch is het mogelijk met die techniek het complete station een meter op te heffen. Maar dat is niet de intentie. Om te zien of de techniek inderdaad werkt, zal het complex eerst vijf millimeter worden opgekrikt. Daarna wordt dieper in de grond het buizendak geperst waarna de rest van het werk volgt.

Japanners

Arends liet ook een interessante nieuwe techniek zien die een Japans bedrijf sinds kort toepast. Die koppelde eenvoudigweg een hele hoop microtunnelboormachines aan elkaar, op zo’n manier dat in een keer een profiel van een tunnelwand wordt uitgeboord.

Met twee of drie van die configuraties wordt in een keer de complete tunnelwand uitgeboord, die daarna kan worden uitgegraven. Wederom een ontnuchterende oplossing. Zo kan het blijkbaar ook.

Met grout-compensatie is de zetting te controleren

Reageer op dit artikel