nieuws

Friesland trekt de touwtjes strakker aan Gedeputeerde baalt van discussie over bouwcijfers

bouwbreed Premium

leeuwarden – Siem Jansen, de Friese gedeputeerde van ruimtelijke ordening, wil eerst een misverstand uit de wereld helpen: “Er is geen gemeente in Friesland die niet meer mag bouwen.” Het zit Jansen behoorlijk dwars, dat burgemeesters hem afschilderen als de provinciebestuurder die geen oog meer heeft voor het platteland. “Integendeel, maar het is niet of het platteland of de stad, maar en-en.”

Jansen is geirriteerd. Steeds opnieuw moet hij aan menig gemeentebestuur uitleggen dat er geen bouwstop komt en dat er voor kleine kernen best nog uitbreidingsmogelijkheden zijn. Het lijkt echter spreken voor dovemans oren. Immers, menig burgervader trok in de traditionele nieuwjaarstoespraak van leer tegen het provinciale woningbouwbeleid. Te veel stad en veel te weinig platteland, zo is het oordeel van de gemeentebesturen. “Onzin, er kan gebouwd worden, alleen we willen het in een ander kader plaatsen. Er moet meer en veel betere onderlinge afstemming komen”, zegt Jansen.

Gisteren heeft hij het Provinciaal Woonbeleid 1998-2010 gepresenteerd. Daarin wordt definitief afstand genomen van een eenzijdig woningbouwbeleid. Voortaan moeten gemeenten nieuwbouw in verband zien met de bestaande voorraad. “Voornaamste doel hiervan is”, zo legt Jansen uit, “dat de leegstand in de afgelopen jaren toch is opgelopen. Verder uitbreiden zonder daarbij te denken aan de bestaande voorraad kan niet meer. Herstructurering moet door de gemeente worden opgepakt.”

Pijn

In het nieuwe plan wordt overigens niet afgestapt van de in 1993 vastgestelde woningbouwcijfers. Volgens deze richtcijfers zou de woningvoorraad in 2010 met minimaal 43.000 woningen toenemen. Dat aantal blijft vooralsnog gehandhaafd. “Echter”, benadrukt Jansen, “een derde van dit aantal is al gebouwd. Veel gemeenten, en dat zijn veelal de kernen rond de grotere plaatsen, hebben al een voorschot genomen op wat ze de komende jaren mochten bouwen. Die moeten dus terug. Daar zit voor een belangrijk deel de pijn. Maar ze ongebreideld door laten bouwen zou funest zijn voor de grotere steden waar vooral na-oorlogse wijken in de problemen komen.”

Elke gemeente houdt zijn richtgetal, zegt Jansen. “Er is geen gemeente die wordt gekort. Wel gaan we strakker faseren. De gemeenten mogen niet meer dan twee tot drie jaar vooruit bouwen.”

Het zijn maatregelen die in de ogen van de provinciebestuurder nodig blijken om het in Friesland niet uit de hand te laten lopen. De leegstand in de bestaande voorraad is in alle delen van de provincie te hoog. Maar in plaats van dat gemeenten proberen daar een adequaat beleid op te voeren, richten zij zich volgens Jansen te veel op de nieuwbouw. Daarmee refererend aan de reportage in Cobouw (11 januari jl.) over de gemeente Skasterlan. “Ik baal er letterlijk van dat er steeds discussies zijn over de cijfers. Iedere burgemeester heeft zijn eigen belang. Maar wat het belang van bijvoorbeeld Kuiper van Skasterlan is, is helemaal niet het belang van zijn collega van Dongeradeel. Ik bedoel maar. En als er in Skasterlan meer woningen worden gebouwd, heeft dat directe gevolgen voor de woningmarkt in bijvoorbeeld Sneek, Lemsterland en Heerenveen. Maar daar wordt door Kuiper niet aan gedacht. Het ontbreekt in Friesland aan een regionale samenhang.”

Hij ziet het als zijn taak om het maken van bijvoorbeeld regionale volkshuisvestingsplannen te stimuleren. Zo krijgen alle gemeenten de taak nog dit jaar samen met buurgemeenten en corporaties aan de slag te gaan om een dergelijk volkshuisvestingsplan tot 2010 te maken. Niet alleen moeten daarin nieuwbouw en bestaande voorraad op elkaar zijn afgestemd, ook de gewenste typen woningen moeten door gemeenten worden bekeken. “Het is toch gek dat hier alleen maar eengezinswoningen worden gebouwd, terwijl er bijvoorbeeld een toenemende vraag naar appartementen voor ouderen is.”

Verkiezingen

Het is duidelijk, de provincie trekt de touwtjes strakker aan. Dat moet wel, meent Jansen, want uit zichzelf doen gemeenten het niet. De vraag is of het tijdstip zo vlak voor de statenverkiezingen wel handig is. Hij schiet in de lach: “Ik sta voor dit beleid. Het zal ongetwijfeld een discussiepunt tijdens de verkiezingen worden, maar daar trek ik mij niets van aan. Ik zou niet de geschiedenis in willen gaan als de gedeputeerde die wel het probleem zag maar er vervolgens niets aan deed.”

Reageer op dit artikel