nieuws

EIB: ‘Huidige fusie-woede heeft zeker ook structureel karakter’

bouwbreed Premium

amsterdam – De fusiegolf in de bouwnijverheid is niet alleen gevolg van de gunstige bouwconjunctuur, maar heeft zeker ook een structureel karakter. Bouwbedrijven zien samenwerkingsverbanden en fusies steeds meer als een goed middel om toekomstige schommelingen in de bedrijvigheid op te vangen.

Dit concludeert drs. F.J. Jansen, medewerker van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Tijdens de studiemiddag van het EIB gistermiddag in de RAI in Amsterdam, lichtte Jansen de fusiegolf in de bouwsector toe. Hij deed dit aan de hand van een inleiding met als titel ‘Fusies in de bouw: een nieuwe verdeling van de markt?’

Volgens Jansen valt die vraag zowel met ja als met nee te beantwoorden. “Gelet op de gangbare indeling naar bedrijfsgrootte valt het op dat de ruim vijftienduizend fusies die de afgelopen twintig jaar binnen de bouwbranche zijn aangegaan, nauwelijks hun effect hebben gehad op de onderlinge verhoudingen tussen kleine, middelgrote en grote bouwbedrijven.” Jansen ziet wel een duidelijke afspiegeling van fusies binnen de bouwnijverheid op het grootbedrijf. Hij noemt in dit kader de mogelijkheid van megafusie binnen de bouwsector. “Als de concentratie van de grote bedrijven zich onverdroten blijft voortzetten, kan de structuur zich zo wijzigen dat er uiteindelijk slechts vijf of minder bedrijven overblijven op de Nederlandse markt.”

Jansen schrijft de fusie-woede niet in zijn geheel toe aan de opwaartse conjunctuurgolf. “Bij de huidige fusietendens spelen ook structurele factoren een rol. Bedrijven hoeven niet groot te zijn om een hoge omzet te kunnen realiseren. Onderaannemers kunnen een deel van projecten voor kleinere bedrijven opvangen. Voor grote projecten kan een bouwbedrijf een combinatie vormen met andere bedrijven om de risico’s en de productiecapaciteit te beperken. Deze fusies worden ook aangewend om slechtere economische tijden te kunnen opvangen

Partners

Volgens Jansen hoeven bouwondernemingen niet bang te zijn de komende jaren de boot te missen wat mogelijke fusie- of overnamepartners betreft. “In de kleinste klasse – bedrijven met tien werknemers of minder – blijkt een meerderheid van de bedrijven, circa 64 procent, nog zelfstandig te zijn. Voor bedrijven die het overnamepad willen betreden, ligt hier nog een redelijk groot reservoir voor handen.”

Reageer op dit artikel