nieuws

Tweeslachtigheid troef

bouwbreed

De eerste Miljoenennota van het tweede kabinet Kok maakt schrijnend duidelijk dat het de regeerploeg aan een allesomvattende visie ontbreekt. Sociale partners worden geroemd, maar tegelijkertijd gewantrouwd als het gaat om de sociale zekerheid en het cao-beleid. Werknemers wordt lastenverlichting beloofd, maar in 1999 is er sprake van lastenverzwaring. De harde kern van werklozen komt nog steeds moeilijk aan de bak.

Desondanks wil het kabinet ook ouderen weer de arbeidsmarkt opjagen. Met extra herkeuringen wordt opnieuw onrust gezaaid onder wao’ers, terwijl gedeeltelijk arbeidsgeschikten nauwelijks aan het werk raken. Neoliberale tweeslachtigheid lijkt het kenmerk te zijn van het tweede kabinet Kok.

Onze economie draait als een tierelier. Een beter moment voor investeringen in de kwaliteit van de samenleving is nauwelijks denkbaar. Maar wat de Paarse partijen aan nieuw beleid hebben bedacht, valt bitter tegen. De afgelopen jaren is de kaalslag op sociale zekerheid onverminderd doorgegaan. Met de economische wind in de zeilen zou je mogen verwachten dat gaten in bijvoorbeeld de wetgeving voor nabestaanden en zieken, weer worden gedicht. Maar niets is minder waar. Het kabinet zinspeelt zelfs op plannen om de toegang tot ww en wao verder te beperken.

Lastenverlichting

De afgelopen jaren stonden in het teken van lastenverlichting voor de werkgevers. De komende vier jaar zijn vooral de burgers aan de beurt, belooft het kabinet. Maar al in 1999 komt Paars II die belofte niet na, terwijl de regeerploeg er vanwege lastenverlichting wel van uitgaat dat de lonen de komende jaren niet erg zullen stijgen. Daarmee rekent het kabinet zich wel heel snel rijk met andermans centen. Werknemers willen na jarenlange matiging van lonen meedelen in de toegenomen welvaart.

Bovendien kan het kabinet wel lastenverlichting aankondigen, het is nog maar de vraag of dat voor individuele werknemers ook zo uitpakt. Loonstrookjes laten soms een heel ander saldo zien dan de Haagse koopkrachtplaatjes ons beloven. De aanvangslonen moeten verder omlaag, vindt het kabinet. Dan kunnen er nog meer mensen aan het werk, is de redenering. Men gaat daarmee volstrekt voorbij aan de realiteit.

Nu al is het lastig nieuwe werknemers te vinden in de bouw- en houtnijverheid. Een lager aanvangssalaris zal jongeren nog meer afschrikken voor een baan in onze sectoren. De laagste loonschalen zijn dan meteen de leegste loonschalen.

Het kabinet stelt dat ouderen vanwege de toenemende vergrijzing langer aan het werk moeten blijven. Daar heeft de Hout-en Bouwbond CNV niets tegen, mits het werk wordt aangepast aan de mogelijkheden van de oudere werknemer. Overal worden vut-regelingen omgezet in vroegpensioenregelingen. Vaak hebben deze regelingen een hogere uittredingsleeftijd. Ouderen worden daardoor dus al gedwongen langer door te werken.

Het gaat de bond echter veel te ver om, zoals het kabinet wil, oudere werklozen als jojo weer de arbeidsmarkt op te jagen. Wat is de logica om mensen van rond de zestig, die soms al meer dan veertig jaar hebben gewerkt, te dwingen weer aan het werk te gaan? Kan die energie niet beter worden gestoken in de harde kern van werklozen? De bond wil daar in de bouwnijverheid, bijvoorbeeld via een sociaal bestek (waarbij een deel van de werknemers bestaat uit langdurig werklozen) graag een bijdrage aan leveren.

Bouwbeleid

Veel steden kampen met het probleem dat mensen met hogere inkomens de stad de rug toekeren en dat sociale en veiligheidsproblemen zich in de stad concentreren. Het is daarom goed dat het kabinet in de periode 1999-2010 bijna tien miljard gulden steekt in stedelijke vernieuwing. De Europese Unie wil de subsidiestroom verschuiven van economisch zwakkere regio’s naar de grote steden. Daardoor komt ons land niet meer in aanmerking voor de regionale fondsen. Stedelijke vernieuwing biedt ons land de mogelijkheid toch mee te blijven eten uit de Europese ruif.

Alert

Het is de taak van minister Van Boxtel hier alert mee om te gaan. Stedelijke vernieuwing, aanpassing van woningen aan de behoeften van ouderen, energiemaatregelen, meer veiligheid: al die ontwikkelingen leiden tot een hogere prijs voor wonen. Het kabinet gaat er vanuit dat de meeste mensen deze hogere prijs kunnen betalen vanwege de economische groei.

De Hout- en Bouwbond CNV heeft daar grote twijfels over, omdat de woonlasten, gecombineerd met de gemeentelijke heffingen, bij veel mensen al tot de lippen zijn gestegen.

De bouw heeft de afgelopen jaren op het terrein van veiligheid, gezondheid en welzijn al veel vooruitgang geboekt. Maar het kan altijd beter, mede in het licht van de wekelijks voorkomende ernstige ongevallen in de bedrijfstak. Het kabinet wil arbobeleid in risicovolle bedrijfstakken door middel van convenanten stimuleren. De Hout- en Bouwbond CNV waardeert dit zeer, al had het beschikbare bedrag best nog hoger mogen zijn. De bond verwacht hierbij een stimulerende rol van VROM.Terecht constateert het kabinet dat het bouwproces soms wordt gehinderd door discontinuiteit. Met het oog op werkzekerheid is het zaak dat opdrachten beter worden gespreid. VROM klopt zichzelf in de Begroting op de borst door te stellen dat zij continuiteit bevordert door onderzoek en het ondersteunen van initiatieven van het bedrijfsleven.

Doorslaggevend

Dat mag zo zijn, maar van de overheid mag meer worden verwacht. Zij kan als opdrachtgever een doorslaggevende rol spelen in het doorbreken van de discontinuiteit. Zo zou de Rijksgebouwendienst nog veel meer een voorbeeldfunctie kunnen vervullen in het afgeschermd uitvoeren van schilderwerken in de winter. Helaas komt die rol nog onvoldoende uit de verf.

Freek van der Meulen, voorzitter Houen Bouwbond CNV

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels