nieuws

Nooit meer zwemmen in Nedereindseplas Vuilstort toch geen zwemwater

bouwbreed

nieuwegein – Aan de Nedereindseplas, een ruim zeventig hectare groot recreatiegebied tussen Nieuwegein en IJsselstein, zit een luchtje. Soms ook letterlijk, als namelijk wolkjes methaangas ontsnappen uit het rottende afval in de bodem. In de loop der jaren werd ruim 4,5 miljoen kubieke meter afval gedumpt in wat voorheen de Put van Weber heette. De Put moest een zwemplas worden. Het bleek, uiteindelijk, bepaald geen goed plan.

Het bestuur van recreatieschap Stichtse Groenlanden vergadert op 10 september over de toekomst van de Nedereindseplas. Theoretisch is alles nog mogelijk – zelfs nog dat naar schatting zestien miljoen gulden wordt uitgetrokken om de obstakels van de bodem te verwijderen en de instabiele oevers te versterken. Maar dat is theorie.

Want het staat vast dat het recreatieschap de waterrecreatie in de Nedereindseplas voorgoed onmogelijk zal maken nu ook de laatste onderzoeken on omstotelijk hebben aangetoond dat het niet pluis is in de plas.

Een verrassing kan dat besluit voor niemand zijn. Al sinds 28 juni 1996 geldt op gezag van de Commissaris van de Koningin in Utrecht een zwemverbod voor de Nedereindseplas. Vlak voor de officiele opening, op 1 juli, namen de aanwijzingen toe dat er meer aan de hand is in de Nedereindseplas dan de autoriteiten lange tijd wilden erkennen. Duikers van de IJsselsteinse reddingsbrigade troffen vlak onder het wateroppervlak scherpe betonnen obstakels aan, houten balken, verwrongen vlechtwerk, buizen, ijzeren pijpen en ander bouwpuin dat daar gedurende meer dan dertig jaar was gestort.

De situatie bleek levensgevaarlijk voor surfers, zwemmers, roeiers en gebruikers van de tele-waterskibaan, die een voortvarende ondernemer had laten aanleggen. Op de bodem werden verder autowrakken, vaten – waarvan sommige met doodskoppen – plastic zakken en ander onduidelijk afval aangetroffen. En onder de te steile oevers zaten holtes met alle risico’s op grondverzakkingen van dien.

Deze ontdekkingen, waarvan videobeelden werden gemaakt, waren niet alleen de directe aanleiding tot het afkondigen van het zwemverbod, ze vormden tevens ook de aanzet tot een reeks vervolgonderzoeken. Waarbij voortdurend nieuwe, verontrustende feiten boven water kwamen. Zo bleek uit een strafrechtelijk vooronderzoek van justitie dat in de Put – met toestemming van de provincie – onder meer ziekenhuisafval, asbest, verontreinigde grond en laspasta’s werden gestort. Bovendien vond justitie aanwijzingen, zij het geen harde bewijzen, dat er massaal illegaal afval uit heel Nederland werd gedumpt.

Voor de IJsselsteinse stichting Mens en Milieu, die de ontwikkelingen rond de Nedereindseplas al jaren volgt, was dat geen nieuws. In een Zwartboek van Mens en Milieu uit 1996 vertellen getuigen over geheimzinnige nachtelijke stortingen van ijskasten en accu’s, vaten met onbekende bijtende stoffen en lozingen van olie-achtige substanties en andere troep door tankauto’s. “Als we overdag langs de bewuste plaats liepen, was daar een drie tot vier meter brede geul zichtbaar waarin een vreselijk stinkende geel-groene smurrie het water inliep”, zegt een anonieme getuige.

Ook voorzitter Lambert van Woudenberg van Mens en Milieu, die destijds naast het gebied woonde, zag vanuit zijn flat met eigen ogen hoe ’s avonds en ’s nachts vracht- en tankwagens af en aan reden om afval te storten.

“Dat gebeurde voortdurend. Iedereen kon zo het terrein oprijden en zijn gang gaan. Er was geen enkele controle”, zegt hij.

Herhaaldelijk trokken omwonenden en de stichting aan de bel als de stank van rotte eieren te hevig werd. Maar de autoriteiten reageerden laks op de alarmsignalen, aldus Van Woudenberg. “Ze vonden ons maar hinderlijk.”

Toen bijvoorbeeld in 1972 massale vissterfte optrad, reageerden de autoriteiten sussend. “De vissterfte zou te wijten zijn aan zuurstofgebrek”, zegt Van Woudenberg. “Best mogelijk, maar onderzocht werd het nooit. Trouwens, dat zuurstofgebrek moest toch ook een oorzaak hebben?”

Zandwinning

De Put van Weber, genoemd naar de toenmalige eigenaar, ontstond vanaf 1932 door zandwinning voor de aanleg van de autoweg tussen Amsterdam en Den Bosch. De provincie, die vreesde met een onbruikbare watervlakte te blijven zitten, verplichtte Weber in 1964 een deel van de Put te dempen met grond, steen- en betonpuin, boomstobben en schone industriele afvalstoffen.

Gestort werd er massaal, maar gedempt werd de put niet. Want vanaf de jaren zeventig draaide de zandwinning opnieuw op volle toeren voor de aanleg van de groeikern Nieuwegein. In 1974 werd een nieuwe ontgrondingsvergunning afgegeven, met ook weer de verplichting tot het storten van afval. In dat jaar kwam overigens voor het eerst de mogelijkheid ter sprake dat er ooit recreatie in de vorm van wandelen, fietsen en vissen – maar niet zwemmen – zou kunnen plaatsvinden in het gebied. Weber moest een inrichtingsplan maken voor na de oplevering.

Het storten in het water ging door tot 1988. Omdat de provincie Utrecht echter nog steeds een groot tekort aan stortplaatsen had, werd vervolgens tot 1993 op het land gestort. Vlak naast de Put groeiden twee enorme afvalheuvels. Om te voorkomen dat vervuiling door zou sijpelen naar het grondwater of de plas werden de stortbergen voorzien van een afdichtende folie. Voor het afvoeren van de stortgassen werd een ingenieus ventilatiesysteem aangelegd.

Overigens werden de stortingen in de loop van de jaren tachtig wel beter gecontroleerd. Verdachte ladingen werden herhaaldelijk teruggestuurd. Desondanks werd geregeld afval gestort dat niet voldeed aan de vergunningsvoorwaarden.

Zo werd in 1988 een partij bleekaarde gedumpt en dreven er in 1989 in het water opeens tientallen flesjes met onduidelijke inhoud uit de apotheek van het nabijgelegen Anthoniusziekenhuis.

Halverwege de jaren tachtig kreeg het idee meer vorm om van de Put, na beeindiging van de stort, een recreatiegebied te maken waar de inwoners van IJsselstein en Nieuwegein zouden kunnen fietsen, wandelen en vissen. Zwemmen was – officieel althans – nog niet aan de orde. De toenmalige milieugedeputeerde Van Wijnbergen zei in het Utrechts Nieuwsblad van 23 oktober 1986: “Het is niet de bedoeling dat de plas de kwaliteit van zwemwater krijgt. Er kan worden gezwommen, maar het gebruik is in hoofdzaak gericht op oppervlaktewaterrecreatie.”

De uitspraak van Van Wijnbergen weerspiegelde de verwarring van het provinciaal bestuur. Want tegen alle verwachtingen in bleek uit de metingen die sinds 1980 voortdurend werden uitgevoerd dat de kwaliteit van het water in de Put elk jaar sterk verbeterde. Er zaten stoffen in het water die er niet in thuishoren, maar in zulke kleine hoeveelheden dat ze volgens deskundigen geen gevaar opleverden voor de gezondheid. De verleiding voor het bestuur van een provincie met een groot gebrek aan betrouwbaar open zwemwater werd wel erg groot.

Ook het gemeentebestuur van Nieuwegein wilde graag een zwemplas. Vooral omdat de ligweide van het zwembad Merwestein in het stadscentrum in de visie van de toenmalige wethouder Sluis wel erg veel ruimte in beslag nam. Sluis, die ook zitting had in de voorloper van het recreatieschap, de stichting Groenraven, wilde de ligweide inkrimpen om de vrijkomende grond lucratief te kunnen verkopen aan projectontwikkelaars. Maar dat was politiek en maatschappelijk alleen acceptabel als de inwoners van Nieuwegein een alternatief kregen: de Nedereindseplas.

Omslag

Rond de jaarwisseling van 1990 ging het roer om. In een brief van 19 december 1989 liet Gedeputeerde Staten de gemeente Nieuwegein nog weten dat in de Nedereindseplas vooralsnog niet kon worden gezwommen. In een schrijven van 16 januari 1990 aan dezelfde gemeente betitelt GS de Nedereindseplas opeens wel als zwemplas.

Nimmer is opgehelderd hoe deze plotseling koerswijziging tot stand is gekomen. Het rapport ‘Duiken in Dossiers’ uit 1997, dat de bevindingen van een commissie van Provinciale Staten naar de gang van zaken rond de Nedereindseplas bevat, stelt dat ‘hoewel van de brief van 16 januari al in september 1989 een concept werd opgesteld, de brieven van 19 december 1989 en 16 januari 1990 geheel los van elkaar tot stand lijken te zijn gekomen.’ Ook voor de stichting Mens en Milieu kwam het besluit van GS als een donderslag bij heldere hemel. “We geloofden onze oren niet”, zegt secretaris Theo Hebinck. “Zwemmen in onbekend afval. Dat bedenkt toch geen mens?”

Het is bovendien opmerkelijk dat noch de provincie, noch het recreatieschap, noch de gemeente Nieuwegein zich iets aantrok van het advies van de regionale milieu-inspectie. Die stelde in mei 1990 dat zwemmen in de Nedereindseplas vanwege de risico’s moest worden afgeraden. Kennelijk waren zowel de Nieuwegeinse wethouder Sluis als de gedeputeerde Van Wijnbergen zo overtuigd van de veiligheid van de plas dat ze toezegden er publiekelijk een duik te zullen nemen. Het kwam er overigens nooit van.

Met grote voortvarendheid werd het terrein voorzien van strandjes, fietspaden, vissteigers, toiletgebouwen en andere voorzieningen die nodig zijn voor plezierige waterrecreatie. Kosten: vier miljoen gulden.

Het bedrijf Mourik uit Groot-Ammers, eigenaar sinds 1975, maakte zich op voor de overdracht aan het recreatieschap. Vlak daarvoor kondigde de commissaris van de Koningin het zwemverbod aan. Sindsdien wordt de aanblik van het terrein ontsierd door prikkeldraad en verbodsborden.

Imago

Het is niet waarschijnlijk dat er ooit nog mag worden gezwommen in de plas. “De Nedereindseplas heeft haar imago tegen”, zegt provinciaal ambtenaar Ruud Poort, die de vier onderzoeken heeft gecoordineerd op basis waarvan het bestuur van Stichtse Groenlanden naar alle waarschijnlijkheid zal besluiten tot het definitief afzien van waterrecretatie. “Als er ook maar het minste geringste gebeurt, zegt iedereen meteen: zie je wel. Er is geen bestuurder die daar zijn vingers aan wil branden.”

Poort erkent dat de onderzoeken naar de oeverstabiliteit, de obstakels onder water en de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid aangeven dat er behoorlijke risico’s kleven aan de waterrecreatie in de Nedereindseplas. Maar hij wijst ook op de vele onzekerheden in de onderzoeksrapporten.

Bovendien uit een aantal deskundigen in een rapportage aan het provinciaal bestuur forse kritiek op de onderzoeken. Ze vinden vooral dat de risico’s veel te hoog zijn ingeschat. “De conclusies zijn gebaseerd op onrealistische aannames”, schrijft bijvoorbeeld J. Zwolsman van het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA).

Die kritiek is koren op de molen van secretaris Charles Wiss van Stichtse Groenlanden. Wiss ontkent niet dat er problemen zijn rond de Nedereindseplas. Maar hij vindt – sprekend op persoonlijke titel – alle commotie zwaar overdreven. “Die obstakels zijn alleen gevaarlijk vlak bij de kant. En wat zegt het nou dat de oevers eens in de veertig jaar zouden kunnen instorten? Dat is een theoretische aanname waar ik weinig mee kan. Bovendien zijn de problemen technisch op te lossen.”

Wiss is van mening dat er eigenlijk een gedegen vervolgonderzoek nodig is om echte duidelijkheid te krijgen. Maar dat zit er niet meer in. Het is genoeg geweest, vinden de gemeenten, de provincie en het recreatieschap. En ook de inspecteur voor de milieuhygiene adviseert, net als acht jaar geleden, om in de Nedereindseplas geen waterrecreatie toe te staan.

Kwaliteit

De secretaris vindt het vooral zonde dat een recreatiegebied met zulk goed zwemwater niet optimaal wordt benut. “Voor mij is de waterkwaliteit bepalend. En die is zo goed dat je er zelfs drinkwater van zou kunnen maken. We monitoren het water voortdurend. Als er ooit ook maar de geringste hoeveelheid gif in zou voorkomen, merken we dat meteen. Dan kun je altijd alsnog het zwemmen verbieden.”

Blijft de vraag wat er moet gebeuren met het gebied. Voor Mens en Milieu is het duidelijk. “De plas moet worden afgezet met hekken en bosjes, zodat er niemand meer bij kan”, zegt secretaris Hebinck. “Er mag gewoon nooit meer gezwommen worden.” Mens en Milieu heeft zelf een plan ontwikkeld voor een nieuwe recreatieplas, een paar honderd meter verderop. “Op die plek hoef je alleen maar een meter klei weg te graven en je zit op een schone zandlaag.”

Secretaris Wiss van het recreatieschap ziet voldoende mogelijkheden voor plezierige landrecreatie rond de Nedereindseplas.

“Het is niet zo dat we de hele boel nu maar moeten sluiten. De Nedereindseplas is een mooi gebied, waar mensen prima kunnen wandelen, fietsen en vliegeren. Er zijn al veel voorzieningen. Kijk maar naar de kunstskibaan, waar druk gebruik van wordt gemaakt. Misschien kunnen we ook nog wat met het water doen. Bijvoorbeeld in het midden een podium aanbrengen waar muziekuitvoeringen kunnen worden gegeven.”

Wiss verwacht overigens dat er ooit weer wel – al dan niet legaal – zal worden gezwommen in de Nedereindseplas. “De laatste jaren zijn de mensen door alle verhalen erg huiverig geworden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels