nieuws

‘Materialen leven pas als je ze ruikt’

bouwbreed

rotterdam – In acht keer twee uur college kunnen bouwkundestudenten niet leren wat er aan bouwmaterialen voorhanden is en wat je ermee kunt doen. Materiaalkunde komt pas tot leven als je de materialen zelf in handen hebt. Het bedrijfsleven zou daarbij een actievere rol moeten spelen.

In het Architectuurinstituut is een kleine tentoonstelling opgesteld met de resultaten van de workshop ‘Blitz Beton’. Al ‘spelend’ met snelhardend beton heeft een kleine groep studenten onderzocht welke gebouwvormen op de Kop van Zuid zouden passen. Dat ontwerp was bijzaak; doel was kennismaking met de mogelijkheden van beton. Eind vorige week belegde een van de organisatoren, de Enci, een bescheiden symposium over de vraag of zo “het bestaande hiaat in materiaalkunde in het ontwerponderwijs” te compenseren is.

Dat het hiaat er is, daar blijkt geen twijfel over te bestaan. Ook de aanwezige docenten materiaalkunde van beide TU’s weerspraken dat niet. Integendeel, ze versterkten het beeld met opmerkingen over hun beperkte mogelijkheden in acht keer twee uur college en over de droevige praktijk waarin “elk gebouw schade heeft door verkeerd materiaalgebruik”.

De aanwezige architecten erkenden dat ze na hun opleiding nog weinig van materiaal wisten. Voor ‘bijscholing’ zijn zij overgeleverd aan vertegenwoordigers van de toeleverende industrie. Die overdonderen hen met een scala van producten waarover op school met geen woord was gesproken.

Overigens geeft diezelfde industrie niet thuis als architecten op hun beurt met vragen komen. Architect Jeanne Dekkers gaf als ervaring: “Als ik geloof wat mij in de bouw wordt gezegd, krijg ik niets voor elkaar”. Zij kreeg bijval van architect Erick van Egeraat: “De Nederlandse bouwindustrie is heel lang achterlijk geweest. Die was lui en kortzichtig en weigerde te vernieuwen. Noodgedwongen investeren wij als bureau daarom heel veel tijd in vernieuwing”.

Ervaring

Van Egeraat waarschuwde zijn collega-architecten en hun opleiders er voor zich al te zeer te fixeren op materialen, materiaalkunde en constructie. Ze zitten daarmee in een functionalistische fuik waarbij het er alleen nog maar om gaat hout, staal en beton constructief ‘zuiver’ toe te passen. Van Egeraat noemde dat soort zuiverheid architectonisch oninteressant; in architectuur moet het gaan om de beleving, niet om de constructie. Materialen blijven slechts middelen. Van Egeraat: “Het enige van waarde is of een gebouw mooi is en betekenis heeft voor een groot publiek”.

Uit de hoek van het onderwijs werd onderschreven dat de “taktiele” ervaring van het materiaal ook in het onderwijs essentieel is. “Een trekproef leert meer over een materiaal dan een week theorie”. Of zoals prof. Mick Eekhout zei: “Het materiaal komt pas tot leven als je het ruikt”.

Scala

Vertegenwoordigers van het Centrum Hout, Centrum Staal en Aluminium Centrum onderschreven het belang van deze praktische kant van het vak materiaalkunde.

Wim Verburg (Centrum Staal) riep de toeleverende industrie op studenten in de keuken te laten kijken. “Je moet de studenten meer het laboratorium insturen, zodat zij in praktika het materiaal leren kennen”, vulde Mario van de Linden (Centrum Hout) aan. “Maar belast studenten niet teveel met de beperkingen van een materiaal”, waarschuwde Rein van der Velde (Aluminium Centrum), “dat remt de creativiteit.”

Hij sprak uit eigen ervaring. Voor de bouw van het nieuwe kantoor van het Aluminium Centrum moesten proeven worden genomen met aluminium kolommen. Daaruit bleek dat ze veel meer belasting konden dragen dan wat tot nu toe berekeningen aangaven.

Hoe breed het vak materiaalkunde behoort te zijn, duidde architect Els Zijlstra aan, die als zelfstandig adviseur werkzaam is op het gebied van materiaalkeuze: “Materiaalkunde wordt tezeer als alleen een kwestie van techniek en constructie benaderd. Het gaat ook om kleur en textuur. Je moet in het onderwijs het hele scala van materialen en bewerkingen laten zien dat tegenwoordig leverbaar is, niet alleen beton, hout en staal”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels