nieuws

Kroatie wil met Nederlandse kennis bouwen

bouwbreed

den haag – Toen Kroatie nog tot het grote Joegoslavie behoorde, waren de Kroatische aannemers wereldwijd actief. Ze verwierven veel aanzien. Diezelfde aannemers willen nu met Nederlandse kennis en ervaring alle oorlogsschade van hun land repareren. Het gaat dan vooral om de woningbouw. De bedrijven en organisaties tonen zich gaarne bereid voor deze kennis te betalen. Ten aanzien van de infrastructuur beschikken de Kroatische bouwers zelf over ruim voldoende expertise.

De Kroatische aandacht gaat vooral uit naar de algemene organisatie van de doorsnee woningbouw, de financiering van de sociale sector en het projectbeheer. Ook de aanpak van privatiseringen geniet ruime interesse.

De overheid wil ook investeren in de sociale woningbouw. De omvang van dergelijke projecten blijft vooralsnog beperkt tot zo’n tweehonderd tot driehonderd huizen.

Een delegatie van het bouwministerie en het Kroatische bouwinstituut liet zich daarover recentelijk bijpraten door onder andere Inbo Woudenberg en het Exportplatform VROM. De Nederlandse partijen verduidelijkten daarbij de voordelen van de integrale aanpak.

Daarmee kan Kroatie relatief snel de oorlogsschade opruimen. Het land bereidt deze werken alweer zo’n drie jaar voor.

“Daar kunnen ze dus best enige hulp bij gebruiken,” vindt Christa Thijssen van het gelijknamige adviesbureau uit Zeist.

Reorganisatie

De sociale woningbouw moet vanaf de grond worden opgebouwd. In de tijd van Joegoslavie bouwden de staatsbedrijven woningen voor het personeel. De werknemers hoefden daar geen cent huur voor te betalen. Die concerns bestaan evenwel niet meer.

Thijssen: “Het landsbestuur in Zagreb meent dat een reorganisatie van de woningbouw de economische ontwikkeling ten goede zal komen. In de afgelopen drie jaar brachten de Kroaten hun land in snel tempo weer op de been. Mede daardoor kon de toeristienindustrie een verdubbeling van het bezoekerstal noteren. De huidige gang van zaken trekt bijvoorbeeld ook veel Italiaanse en Duitse investeerders aan.”

De regering wil zelf bepalen wie de sociale woningbouw gaat reorganiseren in de zwaarst getroffen gebieden, zoals Oost-Slavonie. Nederlandse gegadigden kunnen van dat beleid ten volleprofiteren.

Ter voorbereiding bezoekt een Nederlandse delegatie half oktober het genoemde gebied. De deelnemers presenteren daar gezamenlijk een bouwconcept.

“Op die manier ontstaat een prijsoptimalisatie waar iedereen baat bij heeft,” stelt Inbo-adviesur dr. ir. ing. Wilco Tijhuis. Hij verwacht dat de Scandinavische bedrijven concurrentie zullen bieden, net zoals die dat op de Duitse markt doen.

Beheren

Met betrekking tot de woningbouw stelt Kroatie geen belangstelling in ondernemers die alleen maar investeren. Ze moeten ook de kennis leveren waarmee het land de woningen kan beheren.

Een soortgelijke wens uit de toeristische sector in Istrie. Die wil hotels renoveren en op een hoger plan brengen, een groter publiek aanspreken en het seizoen verbreden. Geld alleen brengt dat alles niet tot stand. Die gedachte slaat volgens Tijhuis aan in het Westen. Temeer omdat Kroatie niet te vergelijken valt met een doorsnee Oosteuropees land. De opdrachtgevende structuren houden daar echter nog wel verband mee.

“Overheidsfunctionarissen praten in belangrijke mate mee over particuliere projecten. Overigens niet ongebruikelijk voor een land dat een oorlogseconomie verlaat.”

Een land in opbouw ondervindt veel moeite met het verstrekken van hypotheken. Tijhuis noemt de particuliere markt om die reden ‘nog wat minder belangrijk’. De overheid daarentegen wel. Want die stelt de regels op waaraan particuliere partijen zich moeten houden.

“Als een ministerie instemt met een bepaald bouwconcept dan vergroot dat de kansen voor de bedrijven die al sinds jaar en dag aan die normen moeten voldoen. De meeste mogelijkheden hangen samen met locatiebeheer, want een project bestaat pakweg voor twintig procent uit investeringen en voor de rest uit exploitatie. Dat laatste moet al tijdens de voorbereiding uit en te na zijn besproken. Of dat concept onverkort wordt overgenomen, blijft de vraag. Maar de bijbehorende aspecten moeten wel aan de orde komen.”

Leegstand

In geval van woningbouw is de overheid een belangrijke opdrachtgever en de basisfinancier. Bedrijven(groepen) die een concept maken, moeten daarin niet uitsluitend naar de overheid kijken. Ze dienen ook rekening te houden met plaatselijke, particuliere opdrachtgevers.

De overheid wil verder van Nederland suggesties over twee aspecten: hoe leegstand in de eenvoudiger woningen kan worden bestreden en over hoe het beste met bewoners in te renoveren gebouwen kan worden omgegaan. Scandinavie levert soortgelijke adviezen en kan ook bruikbare voorstellen doen om die suggesties in praktijk te brengen.

Nogal wat Deense en Zweedse bedrijven kochten tijdens de Finse recessie ondernemingen aldaar op. Helsinki doet al sinds jaar en dag zaken met het vroegere Oostblok en blijft die contacten op succesvolle wijze onderhouden.

Ook Italie legt veel belangstelling voor Kroatie aan de dag. Al denkt dit land, voor zover Thijssen weet, minder in concepten, Italie is toch een partij om rekening mee te houden.

Net als Frankrijk gaat de Italiaanse aandacht vooral uit naar deelnemingen. Franse bedrijven voeren bijvoorbeeld in Istrie infra-structurele werken uit. Niet in de laatste plaats omdat achter die aannemers vaak een enorm financieel conglomeraat staat. Gaat het uitsluitend om capaciteit dan staan de Turken, Japanners en Taiwanezen vooraan. In Kroatie zal dat niet zo snel gebeuren omdat dit land zich zeer sterk op de Europese cultuur richt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels