nieuws

In bouw wegen eerste loodjes zwaarst Bronbemaler, heier en betonstaalvlechter plegen fysieke roofbouw

bouwbreed

amsterdam – Na een dag werken op een ruw, nat en hobbelig bouwterrein heeft bijna driekwart van de bouwvakkers last van de onderrug. In de leeftijdsgroep van 30 tot 36 jaar zijn de klachten het grootst. Op oudere leeftijd, boven de 55, klagen de bouwvakkers het minst. Een verschijnsel dat het ‘healthy worker syndrom’ wordt genoemd.

Arbouw heeft drieduizend bouwvakkers een enqueteformulier toegestuurd met vragen over hun ervaringen met werken op moeilijk begaanbare bouwplaatsen. Daarvan kreeg Arbouw er twaalfhonderd (veertig procent) ingevuld terug. De ondervraagden zijn bouwvakkers die betrokken zijn bij het begin van de bouw: betontimmerlieden, betonstaalvlechters, bronbemalers, sondeerders, kabel- en buizenleggers, rioleerders, grondwerkers, opperlieden, heiers en koppensnellers.

Heier

Vooral de heier, de bronbemaler en in iets mindere mate de betonstaalvlechter ondervinden hinder van slechte begaanbaarheid. Deze beroepsgroepen rapporteren de meeste lichamelijke klachten. Voeten, enkels, kuiten, bovenbenen, heupen en onder in de rug zijn de meest gemaltraiteerde lichaamsdelen. Dat de oudste leeftijdscategorieen – boven de 50 en 55 – de minste klachten hebben, wordt verklaard door het ‘healthy worker syndrom’; alleen de sterkste en gezondste medewerkers houden het zo lang vol, zwakkeren hebben het arbeidsproces allang verlaten.

Weer en grondsoort hebben veel invloed op de begaanbaarheid van het bouwterrein. Regen en klei leveren de grootste problemen op.

Er bestaat een duidelijk verband tussen slechte begaanbaarheid en ongelukken. Ruim eenderde vindt werken op zompig en hobbelig terrein gevaarlijker. Uitschieters zijn wederom de heiers, bronbemalers, vlechters en timmerlieden. Van de heiers zegt zelfs meer dan zestig procent dat op een ruwe ondergrond meer ongelukken gebeuren.

Voorspelbare blessures

Verzwikkingen door uit- of wegglijden zijn voorspelbare blessures. Verontrustender is beenletsel; de bouwvakker kan zich immers niet snel uit de voeten maken bij calamiteiten.

Over de risico’s voor de gezondheid maken ondervraagden zich meer zorgen dan over de samenwerking met de baas.

Eenderde heeft soms problemen met zijn werkgever, vijf procent vaak. Maar de gezondheid baart een kwart van de bouwvakkers veel zorgen en ongeveer de helft zit er af en toe over te tobben. Een op de tien piekert thuis vaak over het werk. Eenderde voelt zich te moe om nog iets anders te doen.

Voorlichting over gezondheidsrisico’s en ongevallenpreventie stelt in de praktijk weinig voor. Negen op de tien bouwvakkers zegt hierover nauwelijks informatie te krijgen. Het ontbreekt in het algemeen aan voorbereidende en ondersteunende taken. Voortgang en planning worden op hun beloop gelaten.

De werknemers hebben vaak geen idee of het werk goed wordt gedaan. Kwaliteit is een woord dat in de werkuitvoering nauwelijks voorkomt.

Ofschoon de respondenten zeggen zich vrijwel niet met de voortgang bezig te houden, geeft het merendeel (zeventig procent) aan dat het werktempo hoog tot zeer hoog ligt. De helft vindt het te hoog. Een op de vijf zegt vaak meer risico’s te nemen dan nodig is. Twee van de vijf doen dat soms.

Begaanbaarheid

De verschillende beroepsgroepen reiken uiteenlopende oplos-singen aan voor het probleem van de begaanbaarheid. Heiers, timmerlieden, grondwerkers en kabelleggers geven de voorkeur aan drainage. De bronbemaler kiest voor rijplaten. Vlechters, rioleerders en opperlieden hebben meer baat bij het uitvlakken van het terrein.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels