nieuws

Grote projecten gebaat bij ‘regio-contract’

bouwbreed

Zonder medewerking van gemeenten en provincie kan in ons land ook het rijk geen grote projecten meer realiseren. Je zou kunnen zeggen, dat de verschillende partijen binnen ‘de overheid’ tot elkaar zijn veroordeeld. Het is daarom zinnig voor de afstemming van investeringen een regio-contract op te stellen. Dat meent J.K. van den Boogaard van de FAMO. Deze organisatie biedt overheden haar deskundigheid aan ter verbetering van het Openbaar Bestuur.

Een voorbeeld waarbij een regio-contract heel zinvol kan zijn is de situatie in en rond Utrecht. Daar vinden grote ontwikkelingen plaats. De gemeente Utrecht werkt met buur Vleuten-De Meern aan de realisatie van de grootste Vinex-locatie in ons land: Leidsche Rijn, de bouw van een stad ter grootte van Leeuwarden of Delft.

Het verleggen en verbreden van de A2, een rijksoverheidstaak, wordt als een onmisbare voorwaarde voor het welslagen van Leidsche Rijn beschouwd. Zonder dit werk kan men Leidsche Rijn wel vergeten.

Een moeilijk aspect bij de realisatie van grote projecten vormt de financiele planning. Zo hebben grondexploitaties soms een looptijd van wel twintig jaar. Gemaakte financiele afspraken moeten dus een geldigheid hebben, die langer is dan de duur van kabinetten. Dat is lastig, want de gevolgen van de grote projecten hebben een impact op de ruimtelijke ordening in Nederland, waarvoor politieke partijen en belangengroeperingen terecht grote aandacht hebben.

Toch moet een genomen besluit in zijn essentie niet meer worden aangetast. Aanpassing van een plan aan gewijzigde opvattingen en omstandigheden moet mogelijk blijven, maar de betrouwbaarheid van rijkssubsidiestromen en provinciale en gemeentelijke investeringsprogramma’s zou ook op lange termijn niet ter discussie moeten staan.

Onzekerheid kost geld

Als rijk, provincie en gemeenten in regionaal verband middels een regio-contract hun doelstellingen op elkaar afstemmen en zich ten opzichte van elkaar verplichten hun aandeel te leveren, kan de betrouwbaarheid van de planning worden verbeterd. Nu wordt de overheid nogal eens als een onbetrouwbare partner afgeschilderd.

Alleen: de overheid bestaat niet.

Toch blijft de samenleving slechts een overheid zien. Als een gemeente haar afspraken niet kan nakomen omdat een ander deel van de overheid haar gemaakte afspraken niet meer nakomt, lijdt de overheid als geheel gezichtsverlies.

Bedrijven zullen dat vertalen als onzekerheid, die de samenwerking met gemeenten gaat bemoeilijken. En dat terwijl bedrijven juist een steeds belangrijker partner worden om tot uitvoering van grote projecten te komen.

De onzekerheid waarover ik spreek, is niet gratis. Onzekerheid kost geld en dat verlies ontstaat op verschillende manieren.

Door een langere voorbereidingstijd en het steeds opnieuw uitwerken van plannen zullen extra plankosten gemaakt moeten worden. Dat geld is niet meer terug te verdienen. Ook het weer moeten doorlopen van procedures kost geld.

Bij aanbestedingen van werken komt het voor dat bedrijven bij hun calculaties rekening houden met nog bestaande onzekerheden. Dergelijke onzichtbare verliezen zullen tot uitdrukking komen in de resultaten van aanbestedingen. Ook bij het aantrekken van financiering is onzekerheid een grote kostenpost.

Een ander gegeven dat van belang is om meer afstemming te verkrijgen, is de systematiek die verschillende overheden gebruiken op elkaar af te stemmen. Zo hanteert het ministerie van Verkeer en Waterstaat het MIT, het Meerjarenplan Infrastructuur en Transport. Het ministerie van VROM heeft een eigen systeem. En bij de door mij als voorbeeld genoemde gemeente Utrecht wordt naast een Investeringsprogramma gewerkt met een Meerjarenprogramma Stadsvernieuwing en het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties.

Alle systemen zijn natuurlijk opgezet om een specifieke doelgroep van de beste informatie te voorzien. Toch zou het mogelijk moeten zijn de systemen op elkaar af te stemmen. In Utrecht is daar al een belangrijke voortgang mee gemaakt.

Meer afstemming met rijksprogramma’s zou een verdere verbetering inhouden. De FAMO herbergt een groot aantal deskundigen. Zij wil die deskundigheid inzetten voor verbetering van het Openbaar Bestuur. De FAMO staat open voor overleg om te bezien wat zij zou kunnen betekenen.

Drs.J.K. van den Boogaard is vice-voorzitter van de vakgroep financien van de FAMO. Daarnaast is hij controller bij het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente Utrecht en het Projectbureau Leidsche Rijn.

De FAMO (Federatie van Algemene Middelenmanagers bij de Overheid) is een vereniging van negenhonderd ambtenaren deskundig op het gebied van financien, informatisering, automatisering, personeel en organisatie. De vereniging biedt overheden haar diensten aan voor een betere financiele planning van grote projecten. Het secretariaat is gevestigd in Leusden, tel. 033-4953040.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels