nieuws

‘Grote ingrepen bij zandige kust onvermijdelijk’

bouwbreed

amersfoort – Nederland moet zich opmaken voor grote ingrepen op de zandige kust. De afgelopen periode zijn veel plannen gemaakt. Vaak bleef het daarbij, maar er zijn ook veel projecten tot uitvoering gekomen. Dit stelde prof. ir. K. d’Angremond van de Technische Universiteit Delft gisteren op de Waterbouwdag 1998.

De hoogleraar stelt vast dat de huidige schaalvergroting bij de waterbouwers wat hem betreft goed van pas kan komen bij de uitvoering van plannen als de Betuwelijn, de hogesnelheidslijn en de verbetering van de vaarwegen. Zelf is hij voorstander van de aanleg van een tweede zeesluis bij IJmuiden, een vliegveld in zee en uitbreiding van de Maasvlakte. Afgezien hiervan moet Nederland zich voorbereiden op grote ingrepen aan de zandige kust. De rijzende zeespiegel maakt deze noodzakelijk in verband met het gewenste niveau van veiligheid. Daar kan bijvoorbeeld de schaalvergroting in de baggersector in Nederland nog van pas komen.

De baggeraars benadrukken dat het uitvoeren van grote werken een schat aan ervaring heeft opgeleverd. Dat heeft het bedrijfsleven geen windeieren gelegd. In Hong Kong hebben de Nederlandse baggeraars kunnen laten zien dat ze internationaal een vooraanstaande positie verdienen. Ontwikkeling van technieken en innovaties zijn daarbij bepalend. Die leiden tot een relatieve verlaging van de kosten. De prijs van een kubieke meter zand stijgt bijvoorbeeld van 25 cent in 1900 tot zo’n vijf in 2000, maar de stijging van de kosten van levensonderhoud valt in verhouding vele malen hoger uit. Bovendien heeft de waterbouw aangetoond dat samenwerking tussen publieke en private partijen een goede voedingsbodem voor innovaties is. Het design and construct contract voor de Maeslantkering is daar een goed voorbeeld van.

D’Angremond stelt vast dat de kennisontwikkeling is achtergebleven bij de omvang en complexiteit van projecten die zijn gerealiseerd of die op stapel staan. “Dat is zorgelijk. We kunnen nu wel grote werken maken, maar wat gebeurt er op termijn als de kennis te kort schiet?”, zo vraagt hij zich af. Het antwoord moet volgens hem komen van een synthese van studeren, plannen maken en uitvoeren. In dit verband is de bundeling van kennisinstituten, waaronder de TU Delft, in het Delfts Cluster gunstig om het hoofd te kunnen bieden aan ontwikkelingen op de lange termijn. De professor heeft goede hoop dat de regering de komende weken besluit met gelden uit de aardgasbaten een impuls te geven waarmee “het achterstallige onderhoud in de waterbouwkennis is weg te werken”.

In de wandelgangen blijkt dat de goede daden van de waterbouwers naar meer smaken. Zo is bijvoorbeeld zo’n eiland in zee voor de Nederlandse waterbouwers natuurlijk geen probleem. Het gaat om een hoeveelheid zand van “maar een miljard kubieke meter”. Dat zou zo’n beetje vijf miljard gulden moeten kosten. De mening is eensluidend dat de kosten voor een tweede luchthaven in zee dan ook niet zitten in het eiland zelf; de exploitatie is duur. Dat komt onder meer door het transport ernaartoe. Maar het gaat dan om een luchthaven waar honderd miljoen reizigers per jaar komen. Een groot deel daarvan zijn transitpassagiers. Als je die allemaal een tientje zou berekenen voor het gebruik van de luchthaven, heb je de exploitatie al zo’n beetje rond, zo wordt geredeneerd. Schiphol luchthaven is als terminal te gebruiken. Daar kunnen de mensen parkeren en winkelen en zo’n half uur voordat zij op het vliegveld moeten zijn, in de trein stappen. Het gebied heeft economische kracht genoeg om dat te overleven.

Waterbouwprijs

Tijdens de Waterbouwdag is ook de Waterbouwprijs uitgereikt. De prijs is bestemd voor studenten aan een Technische Universiteit die een bijzondere afstudeerscriptie hebben gemaakt.

De eerste prijs is toegekend aan ir. H.A.T. Vink voor zijn afstudeerproject over golfaanval op monoliet golfbrekers. De tweede prijs ging naar ir. F.E. Wiersma. Hij onderzocht hoe rivieren zelf door middel van schermen de bevaarbaarheid kunnen verbeteren. De derde prijs ging naar ir. J.F. Verweij voor verbetering van het theoretisch inzicht in het waterinjectiebaggeren.

De prijzen werden uitgereikt door ir. H. J. Prins van de Hoofddirectie van Rijkswaterstaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels