nieuws

‘PPS proefprojecten zijn veel te gecompliceerd’

bouwbreed

nijmegen – Proefprojecten tussen publieke en private partijen zijn veel te ingewikkeld. De politiek zet alleen in op mega-complexe lijnprojecten als HSL-Zuid en Betuwelijn. Als dat niet snel verandert, is publiek-private samenwerking (pps) een doodgeboren kindje. Dat voorspelt Rene Buck, directeur van Buck Consultants International.

Daarom bepleit Buck duidelijkheid over de invulling van het Kenniscentrum dat het ministerie van Financien bezig is op te zetten. Het consultancybureau van Rene Buck heeft diverse studies verricht naar pps-constructies. Om pps tot een succes te maken zou het Rijk verschillende sporen moeten uitzetten.

Ten eerste het spoor dat Verkeer en Waterstaat zelf al heeft uitgezet. Het ministerie rekent bij de HSL-Zuid en de Betuwelijn op respectievelijk 1,8 en 1,6 miljard gulden aan privaat geld.

“Die uitkomsten liggen dus nu al vast. Dat zal Verkeer en Waterstaat bijna gegarandeerd tegenvallen. Zeker wat betreft de Betuwelijn betwijfel ik of het beoogde bedrag realistisch is. Als het met die Betuwelijn al lukt, dan is dat pas op een termijn van zeven tot acht jaar. Ik denk dat veel bedrijven liever weten waar ze aan toe zijn. Voorlopig afwachten en dan op een rijdende trein proberen te springen. Ook de zogenoemde sleutelprojecten gekoppeld aan de toekomstige HSL-stations zijn zo ingewikkeld geformuleerd dat succes onzeker is. Daarmee loop je het risico dat de Tweede Kamer binnenkort roept: ‘Zie je wel dat pps niet interessant is’. En dan zijn we terug bij af.”

Het Rijk is voor het eerst bereid zelf risicodragend kapitaal in te brengen. “Dat is toch nieuw”, zegt Buck. “Maar”, zo voegt hij eraan toe, “de inzet is erg hoog. Tot nu toe zijn geslaagde pps-constructies nooit infrastructurele verbindingen geweest. Zij waren meer gericht op onroerend goed-projecten op gemeentelijk niveau.”

Het succes van publiek-private samenwerking zit ‘m meestal niet in het besparen van geld, maar vooral in de meerwaarde van het tegelijkertijd ontwikkelen van projecten of snellere realisatie ervan. “Het is een misverstand dat vooral nog bij veel Tweede Kamerleden leeft”, zegt Buck.

Hij vindt dan ook dat er ook ‘laaghangend fruit-projecten’ als proef moeten worden ontwikkeld. Het ministerie van Financien heeft deze term bedacht voor pps-constructies die relatief simpel van de grond kunnen komen.

“Het is van essentieel belang dat het Kenniscentrum van Financien daarbij een rol gaat spelen. Want ze kunnen daar wel zeggen dat iedereen met een goed plan mag langskomen (zie interview Sluimers Cobouw 26 juni jl. Red.), maar wat dan? Het centrum doet hopelijk meer dan alleen kennis verzamelen. Van het instituut mag worden verwacht dat het ook projecten begeleidt. Noodzaak is daarbij: in potentie succesvolle, maar kleinere onderwerpen kiezen zoals de revitalisatie van een verouderd bedrijventerrein.”

Zweeftrein

Buck vindt dat er een taak ligt voor het Kenniscentrum een onderzoek te doen naar projecten die nog in embryonaal stadium verkeren.

“Daarbij denk ik aan de aanleg van de HSL-Noord. Daarvan heeft premier Kok in de verkiezingscampagne gezegd dat hij het een mooi plan vindt. Formuleer daarvoor nu eens de route, de bufferzones en plak daar een bepaald budget aan. En laat dan het bedrijfsleven eens stoeien. Dan zullen we wel eens zien of daar een zweeftrein uitkomt die onder-, of juist bovengronds komt. Bedrijven zullen waarschijnlijk met een verrassende route komen en aangeven wat de beste plekken zijn voor de ontwikkeling van kantoren en huizen.”

“Alleen dan kun je een goede vergelijking trekken met de aanpak met betrekking tot de HSL-Zuid en bepalen wat meer succes heeft.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels