nieuws

Meldsysteem beperkt schade ondergrondse infrastructuur Informatiesysteem KLIC’s doeltreffend

bouwbreed

den haag – De telefoon rinkelde vorig jaar welgeteld 89.146 keer bij de vier Kabel- en Leidingen Informatiecentra (KLIC’s). Allemaal meldingen van aannemers en opdrachtgevers over voorgenomen graafwerkzaamheden. Gewapend met deze gegevens konden de KLIC’s de beheerders van ondergrondse infrastructuur in hun regio 626.000 keer waarschuwen om schade aan kabels en leidingen te voorkomen.

Het werk van de KLIC’s is geen overbodige luxe. Er ligt tenslotte zo’n 1,5 miljoen kilometer aan infrastructuur onder de grond, veertien keer de lengte van de verharde wegen bovengronds. Al die leidingen en kabels bij elkaar hebben een vervangingswaarde van meer dan 150 miljard gulden, aldus KLIC Noord. Het loont dan ook al snel de moeite bij graafwerkzaamheden voor de bouw of landbouwdrainage na te gaan waar de leidingen lopen.

Hoeveel schade daarmee wordt voorkomen zal nooit duidelijk worden. Wel is bekend dat er jaarlijks voor 150 miljoen gulden schade door graafwerk ontstaat. Niet alle leidingbeheerders en gemeenten doen namelijk mee aan het systeem en ook niet elk bouw- of loonbedrijf meldt het werk vooraf.

Vervolgschade

Volgens KLIC Noord dekt die 150 miljoen alleen de directe schade aan kabels en leidingen. De economische schade komt daar nog bij: het stilvallen van productie, het bederf van waren, het missen van orders. Ook milieuschade door wegvloeiende olie of chemicalien is een extra schadepost, om van persoonlijk letsel nog maar niet te spreken.

Toch weten elk jaar weer meer ‘grondroerders’, zoals de gravers in het jaarverslag van KLIC Oost worden genoemd, de weg naar de centra te vinden. Als zij drie dagen van tevoren opgeven waar het graafwerk gaat plaatsvinden, alarmeert het KLIC alle leidingbeheerders of transporteurs die in het desbetreffende gebied van kabels of leidingen gebruik maken. Zij zorgen er op hun beurt voor dat de gravers precies weten waar de leidingen lopen en op welke diepte ze liggen. Soms door hen schriftelijk te informeren, soms ook door begeleiding aan te bieden bij de uitvoering van het werk.

Bij KLIC Oost (Flevoland, Gelderland en Overijssel) kwamen vorig jaar 19.594 meldingen binnen, ruim vijftien procent meer dan in 1996. Vervolgens gingen er 136.691 waarschuwingen naar de leidingbeheerders uit.

KLIC Oost denkt nog meer succes te kunnen boeken door de vele loonwerkersbedrijven in zijn regio voor melding te interesseren. Vooral in de agrarische sector wordt er veel gedraineerd, gerooid en soms diep geploegd.

Het KLIC Noord, dat Friesland, Groningen en Drenthe tot zijn werkgebied rekent, ziet het aantal meldingen sinds 1993 elk jaar toenemen. Dit jaar kwamen er 16.641 telefoontjes bij het centrum binnen, dat daarop 121.654 keer leidingbeheerders inlichtte over voorgenomen graafwerk.

Kleine bedrijven

KLIC West (Utrecht, Noord- en Zuid-Holland) kreeg vorig jaar 26.297 meldingen, waardoor het 203.918 keer vooraf kon informeren.

Volgens dit informatiecentrum zijn het vooral de kleinere gravers die niet gemotiveerd zijn hun graafactiviteiten aan te melden. Juist zij vormen echter een belangrijke groep als het gaat om (bijna-)schadegevallen.

In samenwerking met de Nederlandse Gasunie, een van de grootste leidingbeheerders, zijn vorig jaar 3700 kleine en middelgrote bedrijven met graafactiviteiten bezocht om hen te bewegen mee te werken.

Risico’s

De risico’s zijn gewoon te groot en melden is bovendien kosteloos, want de KLIC’s draaien op deelnemersbijdragen van beheerders en gemeenten.

KLIC Zuid (Noord-Brabant, Limburg en Zeeland) heeft collega West met 26.614 meldingen net overtroffen.

De vier informatiecentra hebben zich verenigd in een federatie (gevestigd aan de Croeselaan 28, Utrecht) om hun werkwijze op elkaar af te stemmen. Hierdoor kan elke ‘grondroerder’ zich in het hele land op dezelfde wijze aanmelden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels