nieuws

Waterbouw krijgt toch ‘topinstituut’ Bundeling van kennis en onderzoek

bouwbreed

delft – Niet een echt topinstituut, maar wel iets dat daar sterk tegenaan hangt. Dat is het streven van waterbouwend Nederland. Door bundeling van onderzoek en kennis hoopt men overlappingen te voorkomen en efficienter met de schaarse middelen om te gaan. Veel onderzoek is nodig gezien de grote waterbouwkundige werken die op stapel staan.

Het hoge niveau van de Nederlandse waterbouw bestond in het verleden voornamelijk bij de gratie van grote civieltechnische werken als de Deltawerken en de Stormvloedkering Oosterschelde. Het benodigde onderzoek door met name Waterloopkundig Laboratorium (WL) en Grondmechanica Delft (GD) was daaraan gekoppeld. In het verlengde daarvan heeft het bedrijfsleven geinvesteerd in ontwikkeling en realisatie van productiemiddelen. Daardoor is bijvoorbeeld de kostprijs van een kubieke meter baggerwerk sinds 1975 in guldens gelijk gebleven.

Destijds zijn pogingen ondernomen om te komen tot een zogenoemd Topinstituut Waterbouw, waarin onderzoek en kennis gebundeld zouden worden. In 1996 is dat echter door het ministerie van Economische Zaken afgewezen.

Waterbouwend Nederland vindt die bundeling echter nog steeds noodzakelijk gezien het vele onderzoek dat nodig is voor de te verwachten waterbouwkundige werken.

Beter toegankelijk

De Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken (VBKO) en de Organisatie van Nederlandse Raadgevende Ingenieursbureaus (ONRI) hebben daarom in overleg met het Delftse Cluster (onder meer WL, GD en TU Delft) plannen gemaakt voor het stroomlijnen van alle waterbouwkundig onderzoek. Ook de verkregen kennis moet op die manier beter toegankelijk worden. Gedacht wordt aan de instelling van een Adviesraad Langetermijn Onderzoek Waterbouw, die de overheid adviseert en waarin aannemers en ingenieursbureaus participeren.

De waterbouwers wijzen op twee grote uitdagingen: het hoofd bieden aan de grootschalige effecten van klimaatverandering en daaraan gekoppeld zeespiegelstijging en het creeren van ruimte voor economische ontwikkeling in evenwicht met leefruimte en natuur. Deze betekenen op termijn de ontwikkeling van grootschalige ingrepen langs de kust, in de estuaria en op de rivieren.

Concreet betekent dit onder meer dat er aandacht besteed moet worden aan de morfologie van kusten en rivieren.

Kustlocatie

Gedacht wordt daarbij aan de huidige kustverdediging, die is gebaseerd op handhaving van de kustlijn. Door zeewaarts aanleggen van strandbogen ontstaat een kustlijn die circa de helft groter is dan de huidige lengte. Daardoor ontstaan er mogelijkheden voor vervoersinfrastructuur evenwijdig aan de kust. Bovendien wordt de stap naar een kustlocatie kleiner.

En met het oog op de bouw van eilandprojecten voor de kust (Schiphol in zee) zal gekeken moeten worden naar de golfhoogte in het schaduwgebied achter een eiland, het effect op de getijstroom en sedimenttransport, en de gevolgen van grootschalige zandwinning voor het eiland.

Door zo om te gaan met onderzoek en kennis verwachten de partijen dat de toppositie die Nederland inneemt op het gebied van de natte waterbouw ook in de toekomst is gewaarborgd. De ministeries van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen hebben belangstelling voor het initiatief.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels