nieuws

Installateur schept met huistechniek groeimarkt

bouwbreed

zoetermeer – Huistechniek ofwel ‘domotica’ wint aan belangstelling. Onder ouderen bijvoorbeeld, die met behulp van installatietechniek zo lang mogelijk zelfstandig hopen te blijven wonen. Deze interesse schept een groeiende markt voor de installateur. Als die een deel van de vraag wil bedienen, zal hij in elk geval moeten investeren in een toonzaal met functionerende voorzieningen. Een folder alleen volstaat niet, meent E. van Duijne, secretaris Hoofdsectie Installatie van de Unie van elektrotechnische ondernemers (de Uneto) in Zoetermeer.

De Uneto overlegt regelmatig met de betrokken ministeries over de ontwikkeling van domotica. Aan de orde komen onder meer ouderen die door huistechniek langer zelfstandig blijven wonen. “De overheid bedenkt daarvoor hoofdzakelijk bouwkundige maatregelen,” aldus Van Duijne. “Onze organisatie heeft de overheid met een proefproject laten zien dat elektrotechnische installaties ook een bijdrage kunnen leveren. Afstandbedieningen bijvoorbeeld, waarmee mensen die moeilijk ter been zijn het licht aan en uit kunnen doen. De ministeries waren niet met deze toepassingen bekend. TNO verduidelijkte de toepassingen met een inventaristatie van lichamelijke handicaps en de elektrotechnische systemen die dan uitkomst kunnen bieden.”

‘Een winkel in de winkel’

Een oudere of gehandicapte zoekt volgens Van Duijne ook zelf naar mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven wonen. Fabrikanten en leveranciers kunnen inmiddels veel aanbieden waarvan de gemiddelde consument het bestaan niet bevroedt. Vooral ook omdat de leverancier doorgaans niet in winkelgebieden zit. Om die reden begon de Uneto met een ‘winkel in een winkel’ om de domotica onder de aandacht te brengen. “Dat was bij een woninginrichter en die constateerde een aanmerkelijke belangstelling. Maar dat vereist wel deskundige toelichting en daarom willen we dat de installateur zelf een toonzaal inricht.”

Met domotica bevordert de installateur volgens Uneto de werkgelegenheid in de bedrijfstak. De Europese Commissie vond dat ook en stelde enige miljoenen beschikbaar uit de Adapt-regeling. Het geld is besteed aan een commercieel trainingsprogramma dat de installateurs bijvoorbeeld leerde om goed met consumenten om te gaan.

Een toetsingslijst helpt de wensen en mogelijkheden van de consument te inventariseren. Van Duijn noemt de lijst minder technisch van aard, maar meer gericht op sociale aspecten. Zo hebben mensen die vaak op vakantie gaan baat bij een beveiligingsinstallatie. Mensen die na hun pensioen actief blijven, kunnen hun voordeel doen met moderne telecommunicatie. Het vervullen van al deze behoeften kan duur uitvallen en een modulaire aanpak is dan ook geraden.

Toonzaalhouders

De Uneto liet de EU weten dat de subsidies binnen twee jaar 250 gespecialiseerde domotica-installateurs/toonzaalhouders hebben opgeleverd. De actie liep eind vorig jaar af met 237 onderscheiden bedrijven. Het gaat om kleinere installateurs die in de woningbouw werken. “De industriele installateur is voor deze sector minder geschikt,” stelt Van Duijn, “ook al omdat diens loonkosten te hoog zijn. De techniek wordt zo ingewikkeld dat doe-het-zelvers er niet meer mee uit de voeten kunnen. Daar komt bij dat beheerders van het openbare elektriciteitsnet en centrale antenne-inrichtingen knoeiende zelfwerkers aansprakelijk kunnen stellen voor de schade die zij aanrichten.”

Het domoticaproject is opgezet voor de bestaande woningbouw. Nieuwbouw biedt beduidend meer mogelijkheden. Ontwerpers moeten twintig jaar vooruit kunnen kijken om ruimte te scheppen voor de benodigde installatietechniek. Van Duijn: “Momenteel passen ontwerpers nog normen uit de jaren veertig toe. De lichtaansluiting zit nog steeds in het midden van de kamer, terwijl de tafel nu doorgaans ergens anders staat. Het standaardaantal van vier contactdozen in de keuken is ook bij lange na niet meer genoeg.”

De Uneto vindt dat ontwerpers van begin af aan rekening moeten houden met een bussysteem. Die krijgen dan te maken met een budgetteringsprobleem. “Het zou al heel wat schelen als er in de woningen afdoende voorzieningen worden ingebouwd voor telecomapparatuur en voor de CAI.”

Samenwerking

Het gebrek aan stopcontacten veroorzaakt volgens Van Duijn een woud aan verlengsnoeren, met alle brandgevaar van dien. Snoeren verouderen, wat de kans op doorslagspanning vergroot. Ook kan het stof dat zich in de loop van de jaren rond de snoeren verzamelt door kortsluiting in brand vliegen.

De Uneto stelt de overheid daarom drie comfortklassen voor. De eerste is het standaardniveau volgens NEN 1010. De tweede komt overeen met de huidige behoefte aan zes of acht contactdozen in de keuken, aan meer lichtpunten en aan twee of drie extra telefoonaansluitingen. De derde klasse gaat in op de installatietechnische toekomst in de ogen van Uneto. Voor het laatste valt, mede door de grote diversiteit, moeilijk een begroting te maken. De meerprijs van de tweede comfortklasse bedraagt zo’n f. 1500, volgens Van Duijn veel goedkoper dan een latere uitbreiding. Alleen de leidingfrezer al brengt per uur zo’n f. 75 in rekening.

Architecten en aannemers reageren over het geheel genomen behoudend op de voorstellen. “Wie zich er wel aan houden wil, brengt op zijn beurt zo’n ruime marge aan dat de consument afhaakt. De domotica-toonzalen scheppen direct een vraag, omdat ze de consument rechtstreeks laten zien wat er zoal mogelijk is. Leveranciers van keukens en badkamers doen dat ook. De consument geeft de bouw vervolgens opdracht de gekochte waar te installeren.” Vanuit deze gedachte wil de Uneto domotica, keukens en badkamers in een toonzaal combineren. Zo ontstaat ook een nieuwe generatie installateurs die het consumentenwerk niet meer als een nevenactiviteit ziet.

Dat vereist volgens Van Duijn samenwerking, iets wat in de bouw niet erg hoog staat aangeschreven. Toch is het slechts een kwestie van tijd voordat de eerste gecombineerde toonzaal open gaat. In andere sectoren is het al gemeengoed, al is er ook daar een lange voorbereiding aan vooraf gegaan.”

Promoties

In de toonzalen gaat het volgens Van Duijn niet uitsluitend om de verkoop van noviteiten. Ook het behoud van bestaande apparatuur komt aan de orde. “De gemiddelde Nederlander heeft voor f. 20.000, f. 30.000 aan elektronica in huis. Niet alleen in de vorm van radio en televisie, maar ook de besturing van CV-ketels, beveiliging en dergelijke. Door indirecte blikseminslag kunnen deze voorzieningen behoorlijk ontregeld raken.

Verzekeraars stellen om die reden steeds vaker een overspanningsbeveiliging verplicht. De installateur kan daarover met behulp van duidelijke presentatiepanelen adviseren. Sommige installateurs organiseren speciale bijeenkomsten voor dergelijke promoties en brengen daarmee ook op andere tijden een flinke aanloop op gang. Wat weer illustreert dat de consument wel degelijk is geinteresseerd.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels