nieuws

In Amerika bepalen financiers ondergrondse bouw

bouwbreed

boston – Ruimtegebrek is in de Verenigde Staten en Canada geen reden om onder de grond te gaan. Toch wordt ook daar in veel gevallen ondergronds gebouwd, vooral omdat private partijen er brood in zien. Die bepalen zelf waar ze wat willen uitvoeren, terwijl de overheid slechts de regels en de voorwaarden stelt.

“Je kunt zien dat de Noordamerikanen meer en meer ervaring met ondergronds bouwen krijgen. Als je je de achtergronden van zo’n leertraject eigen maakt, dan draagt dat natuurlijk bij aan de ontwikkeling van het ondergrondse bouwen in Nederland.” Dit zegt ir. Dick Boeve van Twijnstra Gudde Management Consultants in Amersfoort.

Boeve is mee geweest op een studiereis van het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV). De reis voerde langs vijf steden in de Verenigde Staten en Canada. Vijftig deelnemers hebben zich daar verdiept in de stedelijke inrichting en het ondergronds gebruik van ruimte in Mineapolis, Kansas City, Washington D.C., Boston en Montreal. De reis is gesponsord door het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) en de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC).

De Noordamerikaanse ervaring met het ondergronds gebruik van ruimte laat een leertraject zien dat van belang kan zijn voor de Nederlandse situatie. Vaderlandse voorbeelden van ondergrondse bouw zijn het station Blaak, de ‘koopgoot’ in Rotterdam en de parkeergarage onder het Haagse Malieveld. In Noord-Amerika zijn ze echter verder als het gaat om lichtinval, openheid en sociale veiligheid.

Underground city

Ook is het ondergrondse bouwen er beter geintegreerd met de inrichting boven de grond. Zo zijn er bij de metrostations ondergrondse winkelcentra met kantoorbouw erboven.

De afweging om ondergronds te bouwen wordt in Amerika door financiers gemaakt. Ruimtegebrek kennen ze er niet. Ze winkelen in reusachtige centra buiten de stad, met parkeerterreinen van enkele hectaren. Dit leidt tot veel verkeer en is slecht voor het milieu. Bovendien ondermijnt het de sfeer en de sociaal-economische basis van de binnensteden. Weliswaar is het duurder om zo’n winkelcentrum ondergronds te bouwen, maar het wordt toch gedaan. Als er kantoren met 50.000 mensen boven staan, genereert dat immers veel bedrijvigheid. En dat levert geld op.

In Montreal bijvoorbeeld is een ‘underground city’ aangelegd met dertig kilometer aan winkelgangen. De banken eisen van projectontwikkelaars dat nieuwbouw op dit ondergrondse net wordt aangesloten. Montreal heeft overigens een heel eigen reden om ondergronds te bouwen: de winters zijn er bitter koud en een gerieflijk kunstmatig klimaat kan veel kooplustige consumenten aantrekken.

Randvoorwaarden

Overheden in Noord-Amerika stellen zich terughoudend op. Zij schrijven geen masterplan voor bij de inrichting van de ruimte, maar beperken zich tot regels en randvoorwaarden.

Als er bijvoorbeeld gesloopt moet worden, dan kan een gemeente voorschrijven dat de openbare weg maar twee dagen mag worden afgesloten. Voor ondergrondse winkelcentra bepalen overheden hoe licht het moet zijn en hoe lang het ondergrondse gangenstelsel open moet blijven. Particuliere ontwikkelaars kunnen binnen die kaders bepalen wat ze willen bouwen en waar. Zij zijn het die met kantoren en andere belanghebbenden om de tafel gaan zitten om te onderhandelen over de realisatie.

Deze meer private aanpak werkt goed. In Boston bijvoorbeeld stond op Post Offices Square een parkeergarage waar alle omliggende kantoren op uitkeken. Omdat het leasecontract afliep werd het onderhoud verwaarloosd. De aanpalende kantoren wilden graag van het lelijke gebouw af. Met privaat geld is er toen onder de grond een zes-lagige parkeergarage gebouwd. Het plein is tot park omgetoverd en de waarde van de kantoren is gestegen. De extra parkeerplaatsen maakte het plan voor de financiers interessant.

Atria

Opvallend was ook het gebruik van open ruimten in gebouwen, de zogenaamde atria. De kruispunten van ondergrondse gangenstelsels liggen onder de gebouwen en zo’n atrium creeert dan zichtlijnen en orientatiepunten. De atria verbinden de bovengrond met de ondergrond en zorgen voor een gunstige daglichtinval. Het toetreden van daglicht op de kantoorwerkplek is, anders dan in Nederland, in Canada en de VS overigens niet vereist. In beginsel kan een atrium ook in de grond worden aangelegd met kantoren eromheen.

Terughoudende rol

De ervaringen met grootschalige projecten in Canadese en Amerikaanse steden wijzen erop dat ingrepen in de binnenstad pas een goede kans van slagen hebben als aan een aantal voorwaarden is voldaan: een terughoudende rol van de overheid en een beperkt aantal functies, zoals een combinatie van kantoren en winkels.

Vertaald naar de Nederlandse situatie betekent dit dat de overheid niet zonder meer de regierol op zich moet nemen. Zij zou toezien op een goede vormgeving van gebouwen en openbare ruimten en daarnaast moeten zorgen voor een optimaal samengaan van publieke en private functies en voor een intensief gebruik van de beschikbare ruimte.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels