nieuws

‘Grote ingenieursbureaus zijn te bureaucratisch georganiseerd’

bouwbreed

zeist – “Opdrachtgevers hebben recht op een stuk persoonlijke aandacht van de kant van ingenieursbureaus. In het acquisitietraject zetten de bureaus hun zwaarste mensen in, maar de afhandeling gebeurt door een lager niveau. Dat is niet zoals het hoort.”

Frans van Dun (47) ziet bezwaren kleven aan de concentratietendens onder ingenieursbureaus. “Te bureaucratisch om snel te kunnen reageren op ontwikkelingen in de markt.” Mede om die reden verkocht hij zijn belang van tien procent in het Haagse ingenieursbureau Grabowsky en Poort, dat opging in de anonimiteit van Arcadis. Van Dun begon zelf een klein bouwadviesbureau onder de naam Wilimas. “Small is beautiful.”

Hoe ziet zijn visie eruit? “De toekomstige bouwopgave wordt steeds gecompliceerder, vooral in de Randstad. Dit vraagt om de inzet van de beste mensen. Uit ervaring weet ik dat oude rotten in het vak door hun raden van bestuur op directeursfuncties worden gezet. Zij halen daar wel de opdrachten binnen, maar de uitvoering wordt door anderen gedaan. Juist in dit tijdsgewricht moet je bij de uitvoering mensen met een brede achtergrond inzetten. Alleen mensen die zijn gepokt en gemazeld kunnen de steeds moeilijker projecten tot een goed einde brengen.”

“De traditionele organisatiestructuren van de mega-bureaus werken niet in het voordeel van de klant. Als je kijkt naar Arcadis, waar ik vandaan kom, zie je allemaal aparte zuiltjes. Maar dit geldt ook voor Grontmij en DHV. Om projecten integraal aan te pakken hebben de bureaus meer flexibele structuren nodig, maar de baasjes van de zuiltjes houden dat tegen: zij waken over hun beste mensen.”

Drie soorten managers

Van Dun: “In mijn visie zijn er drie soort projectmanagers: gedelegeerde opdrachtgevers, bouwkostenmanagers en ‘poldermodelbegeleiders’. Voor de eersten heb ik geen goed woord over, die voegen geen waarde toe aan het bouwproces. Kropen ze tenminste nog in de huid van een opdrachtgever, maar zelfs dat doen ze niet. Het lijken wel leken. Voor de reguliere projecten is er niets op een kosten gedreven manager tegen.

In multidisciplinaire projecten schiet je echter niets op als je alleen op kosten stuurt. Het mag duidelijk zijn dat ik voor het laatste soort sta: de poldermodelbegeleider. Luisteren, overleggen en uiteindelijk een beslissing durven nemen. Dat laatste is moeilijk. Er zijn genoeg projectmanagers van bouwprojecten die geen knoop durven door te hakken. De tijd van het afstandelijk managen is over, daar zijn de bouwprojecten echt te moeilijk voor geworden. Maar in dit model moet je dus wel een mening hebben en natuurlijk gezag.”

Bij Grabowsky en Poort heeft u gepleit voor een omschakeling van inspanningsverplichting naar resultaatsverplichting voor bouwadviseurs. Hoe zit het daarmee op uw eigen bureau?

“Sta ik nog steeds geheel achter. Maar ik moet ook een goed huisvader zijn van mijn bedrijf en het valt nog niet te verzekeren. Alle beroepsaansprakelijkheid is gebaseerd op de inspanningsverplichting. Ik probeer me nu te verzekeren voor resultaatsverplichtingen. Verzekeren is noodzakelijk, omdat we allemaal fouten maken en het bouwproces steeds agressiever wordt. De verantwoordelijkheden worden steeds scherper en steeds meer juristen doen hun intrede in de bouwwereld.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels