nieuws

Geschil over steigertje in Reeuwijk sleept zich voort

bouwbreed

den haag – Zijn de problemen rond een steigertje van de familie Koppenol bij de plas Kalverbroek in Reeuwijk nu wel of niet achter de rug? Daarover verschillen de Koppenols van mening met de provincie Zuid-Holland. Beide partijen troffen elkaar voor een tweede keer bij de Raad van State.

Het probleem in deze affaire is dat twee overheidsinstanties tegen elkaar zijn gaan inwerken. Als verantwoordelijke voor de afgifte van bouwvergunningen verleende de gemeente Reeuwijk in 1989 een bouwvergunning voor de steiger. Vijf jaar later kwam de Provincie Zuid-Holland in beeld. Zij gaat namelijk over de controle op de naleving van de Verordening Watergebieden en Pleziervaart Zuid-Holland. De provincie gaf Koppenol opdracht de steiger weer af te breken. De Koppenols hadden namelijk, alvorens de steiger te bouwen, een ontheffingsaanvraag moeten indienen bij de provincie.

De familie stapte hierop naar de Raad van State, waar april jl. een eerste hoorzitting plaatsvond over de inmiddels negen jaar oude steiger. De rechters van de Raad van State verbaasden zich over de ongecoordineerde werkwijze van de twee overheidsorganen en stelden een overlegronde voor. De medewerkers van de provincie beloofden vervolgens in overleg te treden met hun collega’s van de gemeente, waarmee ze vroeger ‘op voet van oorlog’ stonden. Afgelopen week deden ze bij de Raad van State verslag hiervan.

Provinciemedewerker De Grave stelde dat alles in kannen en kruiken is. Koppenol liet echter een ander geluid horen. Volgens hem wil de gemeente wel weer een bouwvergunning voor de steiger afgeven, alleen moet de steiger dan worden verplaatst. Dat heeft te maken met het nieuwe gemeentebeleid.

Steigers zijn alleen nog maar vlak bij het zomerhuis toegestaan, en niet meer op de kop van het perceel, zoals bij de familie Koppenol het geval is. Vlak bij het huis wil Koppenol de steiger niet hebben omdat hij dan zal moeten uitvaren via een te ondiepe sloot.

Koppenol deelde mee dat hij nog niets zwart op wit heeft van de gemeente, iets dat hij gezien het verloop van de hele affaire wel op prijs stelt.

De rechters van de Raad van State hadden gehoopt geen echte rol meer te hoeven spelen in dit geschil. Ze zullen binnen een termijn van zes weken toch een oordeel moeten vellen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels