nieuws

Wooncaravan is ook een bouwwerk

bouwbreed

Voor veel Nederlanders bestaat het ‘tweede huis’, dat vroeger alleen voor de rijken was weggelegd, uit een stacaravan op een kampeerterrein. Hierin brengen zij de mooie weekeinden en vaak ook de vakanties door. Veel van deze caravans missen echter de bouwvergunning die krachtens de Woningwet voor het oprichten van een bouwwerk nodig is.

Artikel 40 Woningwet geeft op het verbod om te bouwen zonder bouwvergunning ook uitzonderingen. Een daarvan is opgenomen in de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR). Deze uitzondering houdt in dat voor het plaatsen van een als bouwwerk aan te merken caravan geen bouwvergunning is vereist, als dit geschiedt conform de bepalingen van de WOR. Hierbij wordt verwezen naar het eerste lid van artikel 47 Woningwet, maar die regelt iets heel anders. De president van de Utrechtse rechtbank zegt dan ook dat artikel 47 niets bepaalt over een bouwvergunningsplicht. De president werd geroepen om te beslissen of gevolg moest worden gegeven aan een aanschrijving van de gemeente Wijk bij Duurstede, waarin gesommeerd werd om een stacaravan van een kampeerterrein te verwijderen.

De gemeente had vastgesteld dat de stacaravan was geplaatst in strijd met de WOR en met het ter plekke geldende bestemmingsplan van de voormalige gemeente Cothen. Het desbetreffende perceel was dan wel bestemd voor recreatieve doeleinden, maar alleen voor toercaravans en tenten.

Cothen was echter niet opgetreden tegen de situatie dat zich op het kampeerterrein wel dertig permanente stacaravans bevonden. De grotere gemeente waarin het dorp Cothen opging wilde daar een eind aan maken en droeg de eigenaar van het kampeerterrein op de stacaravans te verwijderen. Hiertegen stelde de eigenaar beroep in bij de rechtbank. Om te voorkomen dat de gemeente de stacaravan zou afbreken voordat de rechtbank beslist had in de bodemprocedure, vroeg hij de president in kort geding om een ‘voorlopige voorziening’ te treffen.

Over het hoofd gezien

De president constateerde dat er geen verschil van mening was over de vraag of de caravan in kwestie een vergunningplichtig bouwwerk was. Deze bleek te bestaan uit twee afzonderlijk te vervoeren, aan elkaar gekoppelde delen en had een totale oppervlakte van 80 a 90 m2.

Voor de oprichting ervan was geen bouwvergunning aangevraagd, maar dat zou geen probleem hoeven te zijn als hij was neergezet in overeenstemming met de WOR. Zoals gezegd verwijst de WOR naar artikel 47 van de Woningwet, maar de president zag wel dat de WOR uitging van de Woningwet van 1962, die al in 1991 was ingetrokken. Niemand in de Tweede en Eerste Kamer had dit foutje blijkbaar ontdekt en zo moest de president in november 1997 vaststellen dat de wetgever in de WOR niet naar artikel 47, maar naar artikel 40 van de Woningwet had moeten verwijzen. De bouwvergunningplicht van artikel 40 kan dus doorbroken worden door de WOR. In de WOR stond evenwel ook dat het zonder vergunning van B en W verboden is een kampeerterrein te houden. Zo’n vergunning was nooit verleend, maar de caravan-eigenaar beweerde dat hij het kampeerterrein wel op grond van de oude Kampeerwet had mogen houden. Een vergunning daartoe kon hij echter niet produceren.

Het feit dat de gemeente het terrein had gedoogd, terwijl het was ingericht in strijd met het geldende bestemmingsplan, was natuurlijk niet voldoende reden om aan te nemen dat Cothen ook een vergunning had afgegeven.

Bovendien was de stacaravan waar het hier om ging geen caravan in de zin van de WOR. Deze noemt als kampeermiddelen de tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, voorzover de laatste geen bouwwerk is waarvoor ingevolge artikel 47 (lees: 40) Woningwet een bouwvergunning is vereist.

De Dikke Van Dale

Maar wat nou precies een caravan is wordt in de wet niet aangegeven en daarom ging de president te rade bij de Dikke Van Dale. Ons Groot Woordenboek der Nederlandse Taal omschrijft de caravan als een “aanhangwagen van een personenauto, waarin men de nacht kan doorbrengen”.

Afgezien van de onvolledigheid en dus onjuistheid van deze definitie (een caravan hoeft helemaal niet door een personenwagen getrokken te worden; vaak genoeg wordt hij aan een bestelwagen gekoppeld) was het ook zonder de Van Dale wel duidelijk dat de betrokken tweedelige stacaravan daar niet onder viel. Dit maakte ook nog eens duidelijk dat het een bouwwerk betrof en dat er dus een bouwvergunning nodig was geweest. De gemeente Wijk bij Duurstede had dan ook niet in strijd met de wet gehandeld door bestuursdwang toe te passen onder oplegging van een dwangsom. Het belang van handhaving van de desbetreffende wettelijke voorschriften en het voorkomen van precedentwerking was groot genoeg om hier volgens de president niet van een onredelijk handelen te kunnen spreken.

Het verzoek om een voorlopige voorziening werd dus afgewezen. Hoewel de zaak nog bij de rechtbank lag, zal dit wel het einde hebben betekend van dit ongetwijfeld dierbare zomerverblijf.

Laten we dus maar hopen dat de eigenaar inmiddels een andere standplaats heeft gevonden – en daarvoor ook nog een bouwvergunning heeft kunnen bemachtigen.

(BR 1998 p. 388)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels