nieuws

Storten van vuile grond begon met ‘onsje meer’ Zand- en grindwinning opnieuw in opspraak

bouwbreed

maasbracht – Na een flinke regenbui bleek dat er iets mis was met de ‘schone grond’ die de gemeente Maasbracht had gestort in het grindwinningsgebied Stevol. De regen had het fijnere zand weggespoeld. Zwaardere asfaltbrokjes traden aan de oppervlakte van de grondhoop van ongeveer 1200 tot 1800 kubieke meter, die klaar lag voor verwerking in het bewuste herinrichtingsgebied. ‘Betrapt’, schreef de milieu-inspecteur eind maart in zijn dagrapport.

Binnen enkele weken moet de vervuilde grond worden opgeruimd, heeft de provincie de eigenaar van de grond – de Panheelgroep – gelast. Wie uiteindelijk voor de kosten opdraait, is nog niet duidelijk. De grond is afkomstig van wegwerkzaamheden in de gemeente Maasbracht. “Kennelijk is de scheiding van asfalt en zand niet goed uitgevoerd”, veronderstelt een woordvoerder van de provincie.

Burgemeester R. Roep verklaarde tijdens een persconferentie niet beter te weten dan dat de grond ‘multifunctioneel inzetbaar’ was. Tot die conclusie was het onderzoeksbureau MAH in Heel gekomen.

“Het begon met 150 kubieke meter”, vertelt mr. M. van de Zande, bedrijfsjurist van de Panheelgroep. “Of de gemeente deze partij aan ons kwijt kon, was de vraag.” Er zou een ‘schone grond- verklaring’ bij zitten, dus dat kon wel, was de reactie van de Panheelgroep. De vergunninghouder voor het grindwinningsgebied Stevol had berekend dat er voor de herinrichting van het gehele gebied elf miljoen kubieke meter nodig was. “Daarbij vergeleken was 150 kubieke meter een speld in een hooiberg”, zo plaatst Van de Zande het milieudelict in een verzachtend perspectief.

Verkoopsmoes

De reconstructie doet denken aan de klassieke verkoopsmoes van kleine neringdoenden: ‘mag het een onsje meer zijn?’ De gemeente Maasbracht had het volgens Van de Zande bijna letterlijk zo doen voorkomen: ‘Het wordt iets meer dan 150 kuub’.

De berg grond werd almaar hoger, “totdat het de Panheelgroep te gortig werd”, vertelt de bedrijfsjurist. Het consortium van grindproducenten heeft zelf paal en perk heeft gesteld aan de stortingen. Over schone grondverklaringen werd allang niet meer gesproken.

Teer

Van de Zande zegt samen met de gemeente te overleggen over de vraag hoe het probleem moet worden opgelost. Een geluk is dat de grond nog ‘in depot ligt’. Er was nog niet met de verwerking begonnen.

De gemeente neemt het formele standpunt in dat de Panheelgroep verantwoordelijk is voor de stortingen. Als vergunninghouder had deze groep moeten beoordelen of de stortingen inderdaad waren toegestaan.

“De grond kan eigenlijk niet van ons afkomstig zijn”, zegt de woordvoerder van de gemeente, J.A.J. Temme. “Uit onderzoek was gebleken dat er in de toplaag nogal wat teer zat. Dat materiaal hebben we daarom naar een speciaal recyclingbedrijf afgevoerd.” Temme meent dan ook dat de gemeente zorgvuldig heeft gehandeld. “We zijn heel benieuwd wat er precies ligt”, voert hij de spanning op.

Op 17 juli weten de betrokkenen meer. Dan verwacht Temme de resultaten te kennen van het second-opinion-onderzoek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels