nieuws

Milieu niet altijd gebaat bij tweede waterleidingnet

bouwbreed

Tweede keus-water is in trek. In steeds meer woningbouwprojecten worden voorzieningen getroffen om hemelwater en huishoudelijk afvalwater te kunnen gebruiken voor het sproeien van de tuin, het wassen van de auto en het spoelen van het toilet. Over nut en noodzaak van zulke watersystemen zijn de meningen echter verdeeld, zo leert een rondgang langs enkele ‘specialisten’. Want zijn ze nou wel zo milieuvriendelijk? Vormen ze geen bedreiging voor de volksgezondheid? En hoe zit het eigenlijk met de terugverdientijd?

Drinkwater is een kostbaar goed waarmee we zuinig moeten omgaan. Vanuit die overtuiging is de laatste jaren veel werk gemaakt van waterbesparing. Er zijn forse besparingen mogelijk met relatief eenvoudige voorzieningen als doorstroombegrenzers, waterbesparende douchekop, toilet met zes literreservoir en directe leidingen tussen tappunt en verwarmingselement.

Tegenwoordig groeit ook de aandacht voor de zogeheten grijs water- en hemelwatersystemen. Het principe is simpel. Hemelwater of licht verontreinigd afvalwater wordt opgevangen, eventueel gezuiverd en via een apart leidingsysteem aangewend voor klussen die geen drinkwaterkwaliteit vergen.

Je kunt huishoudwater per woning verzamelen, waarbij ieder perceel beschikt over een eigen opvang- en verspreidingssysteem. De regenton is hiervan het meest simpele voorbeeld. Maar het kan ook op buurt-, wijk- en locatieniveau. Een goed voorbeeld daarvan is een compleet tweede waterleidingnet, aangelegd en beheerd door het regionale waterleidingbedrijf.

“In de Voorbeeldprojecten Duurzaam en Energiezuinig Bouwen besteden we aandacht aan het hele scala van mogelijkheden”, zegt drs. A.F. Gelinck, programmabegeleider van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting. “In alle projecten wordt aandacht besteed aan waterbesparing en circa veertig procent van de woningbouwprojecten doet ook iets met grijs water of hemelwater. Alleen in de Doetinchemse wijk Dichteren is sprake van een tweede waterleidingnet.”

Maatregelen op het niveau van de woning kun je volgens Gelinck altijd wel nemen, maar bij maatregelen op wijkniveau is het zaak om eerst te kijken naar de mogelijke milieuwinst. “De vraag of je een tweede leidingnet moet installeren hangt nauw samen met de omstandigheden op de locatie. Is er voldoende relatief schoon water voorhanden, bijvoorbeeld, of moet er juist zwaarder gezuiverd worden? Weegt dat dan nog wel op tegen de normale watervoorziening? Omdat het antwoord per geval verschilt, moet je ook altijd een locatie-studie laten verrichten. Want er zijn zeker varianten denkbaar waarbij er geen enkele milieuwinst optreedt.”

Experimenten

De SEV heeft inmiddels een vijftal experimenten ‘geadopteerd’ rond het thema ‘tweede waterleidingnet’. Behalve in Doetinchem worden ook locaties in Leeuwarden, Utrecht, Ede en Wageningen gevolgd.

In Utrecht draait het om de Vinex-locatie Leidsche Rijn. Ir. P.J. Rooijmans is hoofd ingenieursbureau van de gemeente Utrecht en projectleider van het thema ‘water’ voor Leidsche Rijn. “We zijn hier bezig met een proefproject van 450 woningen in het deelplan Langerak. Het doel van ons proefproject is tweeledig. Als gemeente Utrecht, het Waterleidingbedrijf Midden-Nederland (WMN), het ministerie van VROM en de Inspectie Volksgezondheid willen we allereerst zien of een tweede waterleidingnet werkt. Daarnaast willen we weten of het voor de volksgezondheid wel verantwoord is om water van een mindere kwaliteit aan huis te leveren. Dat is van belang omdat we van plan zijn alle 35.000 nieuwe woningen in Leidsche Rijn op een tweede waterleidingnet aan te sluiten.”

Het ministerie van VROM wil met het project beoordelen of het rijksbeleid op dit punt moet worden aangepast. Want volgens het Bouwbesluit en de Waterleidingwet mag eigenlijk alleen drinkwaterkwaliteit aan huis worden geleverd.

“Er is geen regelgeving voor huishoudelijk water”, bevestigt projectleider huishoudwater A.A.I. Sluijs van het WMN. “En je kunt natuurlijk niet 35.000 woningen op zo’n tweede waterleidingnet aansluiten, zonder dat je weet aan welke kwaliteit het water moet voldoen. Dat proberen we hier dus te bepalen.”

De reden dat het WMN wel brood ziet in tweede waterleidingnetten is simpel. “Wij zijn een grondwaterbedrijf. Dat betekent dat we afhankelijk zijn van de winning van grondwater voor de drinkwatervoorziening in onze regio. De laatste tijd krijgen we steeds vaker te horen dat het oppompen van grondwater drastisch moet worden beperkt, in verband met verdrogingsproblemen. Wij hebben dat vertaald in de doelstelling om ons drinkwater alleen nog te gebruiken voor consumptieve doeleinden en voor zogeheten laagwaardige toepassingen over te stappen op een mindere kwaliteit water.”

Sluijs relativeert de vraag of het niet erg veel geld kost om naast het normale leidingnet nog een tweede net aan te leggen en te beheren. “Dat hangt helemaal af van de locatie. Bij de Leidsche Rijn hadden we het geluk dat er al een waterleiding dwars door het plangebied liep, naar een bedrijf dat licht voorgezuiverd water in zijn productieproces gebruikte. Dat scheelt voor ons behoorlijk in de kosten, omdat we alleen een gaatje hoeven te prikken om het water op de locatie te krijgen. Mede daardoor is het mogelijk om huishoudwater te leveren dat 25 procent goedkoper is dan drinkwater. In het algemeen geldt dat het vanaf 3000 woningen rendabel begint te worden. En van zulke bouwlocaties hebben we er in de Utrechtse regio genoeg. Vathorst, Veenendaal, Houten – voor al die plaatsen zijn we in gesprek.”

Verkeerde kraantje

Volgens G.B. Vinke van de Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland (Vewin) draait het bij tweede waterleidingnetten, grijswatersystemen en hemelwaterinstallaties in essentie om twee zaken: het milieurendement en de gevolgen voor de volksgezondheid. “Je moet voorkomen dat kinderen bijvoorbeeld uit het verkeerde kraantje kunnen tappen. Ook moet je ervoor waken dat je omwille van het milieu activiteiten ontplooit die per saldo voor dat milieu juist negatief uitpakken.”

Door deze voorwaarden komt ‘ander water’ feitelijk pas in beeld als de schaal groot genoeg is. “Het wordt onbeheersbaar als particulieren zoiets individueel gaan oppakken. Mijn standpunt is: regel het centraal en maak iemand verantwoordelijk voor de waterkwaliteit – het waterleidingbedrijf bijvoorbeeld.”

Daarnaast kan het gebruik van ander water worden beperkt tot die gebieden waar het water uit de grond wordt gehaald. “Als je een nieuwe infrastructuur gaat optuigen, met alle leidingen, materialen en pompen van dien, in een gebied dat niet gevoelig is voor verdroging, zal het netto-milieueffect negatief zijn. Maar als de grondwaterwinning in een gebied kan worden gehalveerd, dan is wel er voldoende reden om huishoudwater te gebruiken. Bij een locatie als IJburg, waar oppervlaktewater in het drinkwater moet voorzien, vraag ik me dus af of een tweede waterleiding wel zo goed is voor het milieu.”

Rijk rekenen

Uitgesproken kritisch is W.J.H. Scheffer, medewerker technologie van de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven. “Ik zie bij huishoudwater noch milieurendement noch economisch rendement. Wat ik wel zie zijn mensen die zich rijk rekenen. In de vakliteratuur staan steeds meer artikelen die wijzen op de besparingen van het gebruik van huishoudwater voor de toiletspoeling en dergelijke. Maar gemakshalve gaat men dan uit van waterreservoirs van negen liter, terwijl zes inmiddels de standaard is. Ook rekent men met een gemiddeld toiletbezoek van vijf keer per persoon per dag, terwijl je ook op je werk of op school naar het toilet gaat. Ik bedoel maar: als je echt tot in detail naar het waterverbruik gaat kijken, vallen de besparingsmogelijkheden wel mee. En daardoor is de terugverdientijd van zulke installaties vele malen langer dan wel wordt beweerd.”

Ook wijst Scheffer erop dat er niet voldoende wordt gekeken naar de milieubelasting van al het extra materiaal dat nodig is voor een heel nieuw waterleidingnet of huishoudwatersysteem. Buiten beschouwing blijven ook de gevolgen voor andere dubo-maatregelen (zo blijkt hot fill, het vullen van was- of vaatwasmachines met warm water, niet te werken met huishoudwater) en voor de bestaande watervoorziening. “Als je twee systemen hebt, zou dat kunnen leiden tot een stijging van de prijs van drinkwater, omdat er minder beroep wordt gedaan op het bestaande net. Alles bij elkaar zie je toch heel wat spanningsvelden. Die maken de vraagtekens voor mij alleen maar groter.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels