nieuws

Meerhovenaren ongemerkt milieuvriendelijk bezig

bouwbreed

Op gas kunnen de toekomstige bewoners van Meerhoven niet koken. En het water waarmee zij hun toilet doorspoelen zal waarschijnlijk een wat andere samenstelling hebben dan normaal. Veel meer zal er in de praktijk niet te merken zijn van de keuze om Meerhoven te voorzien van een tweede waterleidingnet en collectieve warmtevoorziening. Op 18 juni worden de afspraken hierover formeel vastgelegd.

Nog steeds heeft ir. T.C.M. van Heijst, adjunct-directeur van de NV Nutsbedrijf Regio Eindhoven, tevens hoofd sector infrastructuur, er een beetje moeite mee. “Het is toch een kwart van ons bedrijf dat is weggeknipt, alleen maar omdat de provincie het wilde. Daar kan ik wel omheen draaien, maar het doet nou eenmaal pijn.” Om daar lachend aan toe te voegen. “Zelfs de waterbollen zijn niet meer van ons.”

De overname van een van de markantste herkenningspunten van Eindhoven door de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant uit Den Bosch, is illustratief voor de situatie waarin de NRE zich na de jaarwisseling vond. Per 1 januari jongstleden is het namelijk niet meer de NRE maar de WOB die in het Eindhovense over het water gaat.

Een door het bestuur van de provincie Noord-Brabant opgelegde afstoting, die de nodige gevolgen heeft gehad. Voor de NRE, die in een klap zeventig werknemers zag verdwijnen, maar ook voor Meerhoven, dat zich voor zijn watervoorziening opeens zag geconfronteerd met een andere partij, die heel wat sceptischer stond tegenover huishoudwater – in het Eindhovense ‘b-qua’ genaamd – dan de NRE.

Geen concessie

Van Heijst: “Het initiatief voor b-qua kwam van de NRE. Reden was dat wij van de provincie geen nieuwe concessie meer kregen voor grondwaterwinning ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Met de bestaande concessie kunnen we maar tot 2002 toe. Dus moesten we iets anders verzinnen. Gekozen is voor het project Diep Infiltratie Zuid-Oost Nederland of DIZON, waarmee water uit de Maas geschikt kan worden gemaakt voor consumptie. Probleem is dat dit een hele dure oplossing is. En daarmee werd het voor ons interessant om te bezien of de inzet van huishoudwater in Meerhoven geen mogelijkheid was. Je praat hier toch over 7000 woningen en de nodige industrie, nieuw en bestaand. In totaal goed voor circa 1 miljoen m3 water. Door in die omstandigheid b-qua in te zetten kun je langer toe met je voorraad en hoef je pas later te beginnen met DIZON.”

Bij de WOB lag dat heel anders, aldus adjunct-directeur ir. D. van Rijsbergen. “Voor ons was er niet zo’n noodzaak om met b-qua aan de slag te gaan. Wij zijn namelijk al bezig met het Project Infiltratie Maaskant of PIM, dat voorziet in drinkwatervoorziening uit oppervlaktewater. Waar de NRE veel gelegen was aan uitstel van een hoge investering, hadden wij het besluit tot investeren al genomen. PIM voorziet in eerste instantie in een capaciteit van 12,5 miljoen m3 per jaar, uit te breiden tot 50 miljoen m3. De 1 miljoen m3 van Meerhoven is in vergelijking met die hoeveelheid marginaal te noemen. Onze afweging ligt dus heel anders.”

Desondanks tekent de WOB op 18 juni een intentieverklaring met gemeenten Eindhoven en Veldhoven en de provincie Noord-Brabant om Meerhoven te voorzien van een tweede waterleidingnet. “De trend is nu eenmaal om anders om te gaan met water. Waterbesparing is belangrijk en de inzet van ander water wordt gestimuleerd. Wij vinden daarom dat we met b-qua ervaring moeten opdoen, zeker ook omdat er nogal wat haken en ogen aan zitten.”

Nederland-Belgie

In Meerhoven wordt het tweede waterleidingnet gefaseerd aangelegd. “We beginnen met een demonstratieproject, waarbij circa 1000 tot 1200 woningen worden voorzien van een tweede waterleidingnet”, zegt Van Rijsbergen. “Deze woningen krijgen b-qua geleverd voor de wasmachine en het toilet. Daarmee heb je 60% tot 70% van het watergebruik te pakken. Een buitenkraan hebben we bewust niet meegenomen. Het watergebruik via de buitenkraan is niet meer dan 3%, en levert mogelijk ook risico’s op voor de volksgezondheid.”

Vervolgens wordt het project geevalueerd. Van Rijsbergen: “In dat kader wordt gekeken naar de economische effecten, de afzetmogelijkheden in de industrie, maar ook de technische consequenties. U kunt zich voorstellen dat de aanleg van een b-qua-net gevolgen heeft voor de dimensionering van het reguliere net. Wat gebeurt er tijdens de pauze van een WK-wedstrijd als Nederland-Belgie bijvoorbeeld? Moet je je b-qua-net daarop dimensioneren? En wat betekent dat voor het a-qua-net? Alle ontwerpactoren die je hebt zijn opeens niet meer geldig.”

Na evaluatie volgt de beslissing over de resterende woningen op Meerhoven. “De inzet is om alle 7000 woningen en de industrie te voorzien van b-qua”, aldus Van Rijsbergen. “Maar het is wat mij betreft nog zeker geen uitgemaakte zaak.”

Uniek

Wel een uitgemaakte zaak is de collectieve warmtevoorziening. Van Heijst van de NRE: “We gaan daarvoor een samenwerkingsverband aan met onze collega-concurrent de PNEM. Zij hadden namelijk concessie voor het Veldhovense deel van Meerhoven. Er wordt een aparte joint venture opgericht onder de naam Energie Combinatie Meerhoven, waar PNEM en NRE ieder een aandeel van 50% in heeft. Het is een unieke constructie”, aldus Van Heijst. “Het feit dat twee energiebedrijven, die het gemakkelijk zelf zouden kunnen, nu gezamenlijk optrekken, is nog niet eerder vertoond.”

De Energie Combinatie Meerhoven of ECM gaat de Vinex-locatie voorzien van stadsverwarming. De contracten hiervoor worden eveneens morgen getekend. Van Heijst: “We gaan clusterwarmte leveren, een beschermde term van de PNEM. Bij clusterwarmte wordt per cluster van 500 tot 600 woningen een kleine energiecentrale gebouwd, met een of twee warmtekrachtmachines. Deze krijgen gas geleverd en zetten het om in warmte en elektriciteit, die aan de woningen en de industrie worden geleverd.”

Deze kleinschalige aanpak heeft grote voordelen, zo meent Van Heijst. “Door de energievoorziening per wijk te bouwen voorkom je in de eerste plaats overcapaciteit en een te lange terugverdientijd. Want dat is het grote probleem bij een grootschalige aanpak. De investeringskosten kunnen pas in een heel laat stadium weer worden terugverdiend. In de tweede plaats koppel je de energievoorziening aan de voortgang van het project. Een eventuele temporisering van het project zal dus geen gevolgen hebben voor de ECM.”

Met stadsverwarming wordt volgens Van Heijst een belangrijke bijdrage geleverd aan een duurzame maatschappij, omdat de CO2-uitstoot fors afneemt. Het enige wat de toekomstige bewoners daarvoor moeten inleveren is gas aan huis. “Maar dat betekent ook dat er geen ruimte voor een CV-ketel hoeft te worden gereserveerd.”

Voor de bouwers betekent het in eerste aanzet een rentabiliteitsbijdrage van f. 1950 per aansluiting. “Het probleem is dat je nog maar zo weinig energie nodig hebt, dat je geen rendabel net kunt neerleggen. Dat lossen we op door in aanvang een bijdrage in de rentabiliteit van het systeem te vragen.”

Overigens is het geld dat de bouwers hiermee verliezen wel weer terug te verdienen. Van Heijst: “De energieprestatienormering zit zo in elkaar dat de stadsverwarming andere maatregelen compenseert. Je hoeft dus minder energiebesparende maatregelen te treffen, en dat spaart weer geld uit.”

Over twee weken: het is zover, de bouw begint

Van Heijst: “We gaan de samenwerking aan met onze collega-concurrent de PNEM.”

“Alle woningen voorzien van b-qua water is voor mij nog geen uitgemaakte zaak”, aldus Van Rijsbergen. Foto’s Bert Jansen

Collectieve warmtelevering en een dubbele waterlevering voor 7000 woningen en aangrenzende industrieterreinen. Meerhoven onderscheidt zich hiermee van alle andere grote bouwlocaties in Nederland. De energie in Meerhoven wordt geleverd door de Energiecombinatie Meerhoven, een speciaal voor de locatie ontwikkelde samenwerking tussen de PNEM en NRE. Het huishoudwater komt van de WOB.

Per 600 woningen wordt een warmtekrachtcentrale gebouwd. Met de warmtelevering wordt ongeveer dertig procent energie bespaard en vijftig procent CO2 reductie gerealiseerd. In heel Meerhoven komen ongeveer twaalf van dergelijke warmtekrachtcentrales. B.Galis is als architect aangetrokken om de centrales vorm te geven.

Voor de levering van huishoudwater komt een installatie in de nabijheid van het Beatrixkanaal. Via filtratietechnieken wordt kanaalwater aan alle huishoudens geleverd via een dubbelwaterleidingennet. In de woning worden de toilet en de wasmachine hierop aangesloten.

In totaal zal b-qua voor vijftig procent van het waterverbruik in de woningen zorg dragen. De investeringskosten bedragen zo’n f. 1100 per woning. B-qua zal voor de gebruiker circa vijftig cent per m3 goedkoper zijn dan drinkwater.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels