nieuws

Installaties te vaak overgedimensioneerd

bouwbreed

den haag – Ontwerpers moeten de installaties in een gebouw meer in hun samenhang bekijken. Het klakkeloos overnemen van de bij de Nederlandse normen gevoegde rekenmethoden leidt tot onnodige overdimensionering. Daarmee schiet de regelgeving haar doel voorbij.

Dat vindt ir. A.H.H. Schmitz, die samen met Gasunie een nieuwe rekenmethode* ontwikkelde voor het kenniscentrum voor de installatiewereld Intechnium. De methode gaat uit van de optimalisatie van economie, energie en comfort bij gebouwinstallaties. Hiermee zou een ontwerper beter kunnen dimensioneren dan met de bestaande regelgeving.

Schmitz is namelijk verre van gelukkig met de huidige norm NEN 5066 voor de berekening van transmissieverliezen in de woning- en utiliteitsbouw. Deze norm is de basis voor de grootte van de verwarmingsinstallatie. “Eigenlijk is het een norm die beter verbrand had kunnen worden”, zegt Schmitz. Het probleem is volgens hem dat de norm uitgaat van zogenaamde opwarmtoeslagen. Die moeten ervoor zorgen dat nadat ’s nachts de installatie heeft gedraaid op een verlaagde temperatuur, het gebouw ’s morgens weer snel opwarmt.

De norm zelf is volgens Schmitz nog niet eens zo erg, maar adviesbureaus gebruiken het bijbehorende standaard computerprogramma zonder nadenken. Het toepassen van de opwarmtoeslagen is lang niet altijd nodig en vraagt vaak een onnodig hoge capaciteit van de verwarmingsinstallatie.

Een gebouw waarin de installatie werkt op een verlaagde nachttemperatuur, moet volgens de norm ’s morgens binnen korte tijd weer warm zijn. En dat vergt volgens Schmitz al gauw een anderhalf keer zo grote ketel. Bovendien willen ontwerpers en installateurs zich indekken en voegen zij er vervolgens nog een veiligheidsmarge aan toe. Daardoor is de installatie uiteindelijk tot 200 procent overgedimensioneerd.

“Op zich is dat nog geen probleem, ware het niet dat we ook nieuwe, energiebesparende opties willen introduceren. En die worden zodoende ook overgedimensioneerd en dus duurder. Zo wordt de berekeningswijze funest voor technieken als de warmtepomp. Want die zal dan nooit rendabel zijn.”

Samenhang

Schmitz wil dat ontwerpers en installateurs anders met de installatieberekeningen omgaan. Hij ontwikkelde een nieuwe rekenmethodiek, waarin samenhang en optimalisatie sleutelwoorden zijn. Simpel gezegd is zijn uitgangspunt: denk eerst even na voordat je aan het ontwerp van een installatie begint. Geef antwoord op vragen als: is nachtverlaging wel verstandig, hoe groot is de snelheid van het water in de leidingen, hoe hoog moet de temperatuur van het water zijn, is de regelsoftware wel toepasbaar in dit specifieke geval?

Schmitz: “Dan verval je niet in algemeenheden zoals de overheid nu met zijn ongenuanceerde promotie van lage-temperatuurverwarming. Het hangt helemaal van de situatie af. Wat moet je met lage-temperatuurverwarming in bijvoorbeeld een kerkgebouw dat maar eenmaal per week twee uur warm hoeft te zijn. Daar heb je gewoon hoge temperaturen nodig.”

“In een verpleeghuis is lage-temperatuurverwarming daarentegen wel te overwegen. Dat kent echter weer geen nacht- of weekendprogramma en dus geen nachtverlaging.”

“Ook in goed geisoleerde woningen wordt het noodzakelijke vermogen voor verwarming zo klein dat je geen nachtverlaging meer moet toepassen. Lage-temperatuurverwarming heeft daar ook geen zin; de extra investering verdien je nooit terug. Een warmtepomp in de woningbouw haalt het ook nooit in vergelijking met de HR-ketel. Daarvoor heeft de warmtepomp veel te weinig draaiuren. Terwijl de overheid de warmtepomp promoot als alternatief voor de HR-ketel, valt misschien eerder te denken aan een VR-ketel. Misschien is het zelfs wel voordeliger wat minder te isoleren en dan toch een warmtepomp te plaatsen.”

Schmitz heeft het bij zijn beschouwingen niet alleen over de economische kant. Ook als je energetisch kijkt kom je volgens hem tot dezelfde conclusies. Zeker las je er een ‘energetische levenscyclusanalyse’ op loslaat. “Het maken van warmtewisselaars kost bijvoorbeeld ook energie. Als je het echt uitrekent kon wel eens blijken dat je het paard achter de wagen spant als je bijvoorbeeld een aluminium plaatwarmtewisselaar toepast.”

Ook de energieprestatienorm deugt niet in de ogen van Schmitz. Hij neemt zelfs het woord volksverlakkerij in de mond. Want een lage energieprestatiecoefficient betekent helemaal niet dat de beste oplossing is gekozen. “Als je zwaar isoleert gaat de epc naar beneden. Als je ook een warmtepomp toepast, daalt de waarde nog verder. Terwijl dat helemaal niet de optimale combinatie is. Het is niet altijd en en, maar daar gaat de norm wel vanuit. Ook in de epc-berekening zou de samenhang meer tot uitdrukking moeten komen.”

* De nieuwe rekenmethode wordt geintroduceerd tijdens een congres op 24 september bij Intechnium in Woerden. Inlichtingen: congresorganisatie, Roelie ten Kate, 030-6350313.

‘Misschien is het wel voordeliger minder te isoleren en dan toch een warmtepomp te plaatsen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels