nieuws

Huisvesting ouderen wint aan belang

bouwbreed

Nog maar weinig mensen verhuizen op hun 65ste naar een bejaardenhuis om daar geduldig te wachten op hetgeen er voor ze wordt bedacht. Mensen moeten zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, vindt bijvoorbeeld ‘de politiek’. Dat vereist aanpassingen aan woning en omgeving. Het benodigde geld levert vaak weinig problemen op, want veel ouderen werkten veertig jaar lang aan een goed pensioen. Zij blijken een interessante marktpartij, waarvoor bejaardencentra een gevarieerd aanbod ontwikkelen. Over de meest ideale vorm van huisvesting volgens de normen en eisen van ouderen, moet het Fins-Nederlandse project Independent Living for Seniors (ILSE) duidelijkheid scheppen.

Voorlopig blijft ILSE beperkt tot een bilateraal onderzoek, maar aanpasbaar bouwen geniet al langer Europese belangstelling. Verschillende landen ontwikkelden eigen visies met een eigen matensysteem. Tussen de landen bestaan ook al langer allerlei samenwerkingsverbanden.

“Nieuwe ontwikkelingen in Nederland en Finland blijken op elkaar aan te sluiten”, zegt Robert de Kloe van de Haagse Dienst Stedelijke Ontwikkeling. De ‘coordinator toegankelijkheidsproblematiek’ legt uit dat ILSE aansluit op de Haagse initiatieven voor aanpasbaar bouwen. Finland zoekt contact met landen die werk maken van ouderenhuisvesting. Volgend jaar zit Finland de EU voor en besteedt dan onder meer aandacht aan onafhankelijk wonen voor deze bevolkingsgroep. ‘Europa’ zoekt nu naarstig naar goede voorbeelden. Mede daarvoor is een uitwisselingsproject opgezet tussen Finse en Nederlandse experts. Dat gaat in op zorg, wonen en techniek. “Voeg je de Finse en Nederlandse expertise bij elkaar dan kun je een programma van eisen samenstellen”, licht De Kloe toe. “Dit krijgt volgend jaar of het jaar daarop zijn weerslag in twee experimentele bouwprojecten voor zelfstandig wonen; een in Den Haag en een in Helsinki.”

“Aanpasbaar bouwen kost in beginsel niet meer dan de ‘gewone’ bouw”, stelt De Kloe. Hij staaft zijn bewering met een onderzoek naar badkamers in de standaard sociale woningbouw in de afgelopen vijftien jaar. “Badkamer plus toilet nemen volgens die studie gemiddeld 4,9 vierkante meter in beslag. De kleinste badkamer beslaat volgens de normen van het aanpasbaar bouwen 4,6 vierkante meter. Slim ontwerpen en van het begin af aan rekening houden met de eisen leidt niet tot hogere uitgaven. Maar niet altijd zijn meerkosten te voorkomen. Een goede dorpel met een ingewikkelder constructie kost meer dan een gewone slechte dorpel met allerlei opstappen.” De deurmaat levert soms ook discussies op. Het Bouwbesluit schrijft deuren voor van 85 bij 210 centimeter. Uitvoeringen van 73 en 75 centimeter mogen niet meer. De grotere deur kost meer maar de kleinere wand er omheen wordt goedkoper.

Discussies ontlokten ook de grotere travematen van aanpasbaar bouwen. De kleinst mogelijke breedte beslaat 383 centimeter. “Een theoretische maat”, vindt De Kloe, “die hopelijk niet in praktijk komt omdat die een weinig comfortabele woning oplevert. Als je aanpasbaar bouwt kun je bepaalde woningtypes niet meer gebruiken omdat die meer kosten. Dat is geen ramp, het vergroot alleen de kwaliteit. In de loop van de tijd verdwenen meer woningtypen die niet meer aan de tijdeis voldeden. Architecten zeggen nog wel eens dat aanpasbaar bouwen hun inbreng beperkt. Toch schept elke extra regel ook weer nieuwe perspectieven. Je moet er creatief mee omgaan en op die manier tot nieuwe woonvormen zien te komen.”

Pluriform

In de afgelopen jaren kwam er een enorme verschuiving van geinstitutionaliseerde zorg naar allerlei tussenvormen als aan- en inleunwoningen, wonen in de buurt van een zorgcentrum, wonen met een zorgabonnement en persoonsgebonden zorgbudgetten. De ontwikkeling daarvan hangt onder meer samen met financieringsmethoden en zorgtechniek. Nederland bevordert sinds een jaar of tien, vijftien met de bouwregels de ouderenhuisvesting. Het Bouwbesluit maakt aanpasbaar bouwen mogelijk. Te denken valt ook aan het seniorenlabel en het zogeheten opplussen. Mede daardoor neemt de kwaliteit van woningen en woongebouwen steeds meer toe. Het gebouwde richt zich op een pluriforme bewonersgroep.

“Het klassieke bejaardenhuis maakt geleidelijk aan plaats voor voorzieningen op maat”, zegt De Kloe. “Het kan om een gebouw gaan of om een totaalplan voor een wijk. In het laatste geval kunnen er centrale voorzieningen komen zoals een technisch centrum dat met computers op afstand allerlei functies bewaakt, of een medisch centrum. Kortom: een uitgebreid en gecombineerd wijk- en dienstencentrum. Gezien het feit dat in de toekomst zoveel mensen daarvan gebruik zullen maken is een hele wijk als zorgcomplex aantrekkelijker dan een gebouw met een beperkt aantal plaatsen.”

Haast

Bedenken van afdoende ouderenhuisvesting vergt intussen enige haast. Het aantal 65-plussers neemt vanaf 2010 fors toe; niet alleen in Nederland maar in de hele westerse wereld. In Nederland is om en nabij eenderde van de bevolking ouder dan 55. En dat neemt alleen maar toe.

Finland concentreert de ouderenzorg vooral op hoogtechnologische voorzieningen. Ouderen kunnen daar zelfstandig wonen omdat apparatuur op afstand onder andere hun gezondheid controleert. De Kloe: “Sinds kort kan de Finse oudere een apparaat gebruiken dat on-line de bloedsuikerspiegel in de gaten houdt. Wijken de bevindingen af van de ingegeven waarden dan wordt bij de desbetreffende deskundigen alarm gegeven. Nederland ontwikkelt inmiddels ook al dergelijke voorzieningen.”

Een ander sterk punt van Finland is de aandacht voor het ontwerp van keukens die tegemoet komen aan de wensen van ouderen. De Kloe noemt de Nederlandse keuken weinig meer dan een verzameling kasten met een aanrecht. De variatie van het aanbod bleef lange tijd uitermate gering. Pas sinds een jaar of drie neemt dat met modulaire voorzieningen toe. De kosten spelen in het perspectief van ILSE een ondergeschikt belang. Boven alles gaat het om de mate waarin voorzieningen de kwaliteit van het leven vergroten of het ouderen mogelijk maken langer zelfstandig te blijven wonen.

Ook een lift draagt in belangrijke mate bij aan die zelfstandigheid. De kosten ervan komen ten laste van de bouw. “Kunnen mensen daardoor langer in hun woning blijven dan spaart de verzekering op die manier geld”, redeneert De Kloe. “Dat is het probleem van de ouderenhuisvesting: de kosten van de maatschappij zijn over een heleboel posten verdeeld. Een deel is via de volkshuisvesting verdisconteerd, een deel komt vanuit het welzijn, een deel heeft met het ziekenfonds te maken. Het al of niet kunnen kapitaliseren bepaalt dat het ene concept beter te realiseren is dan het andere. Een ziekenfonds spaart geld wanneer ouderen in een uitgekiende woning minder snel de benen breken. Datzelfde ziekenfonds betaalt echter nooit mee aan verbeteringen. Partijen moeten dus meer oog krijgen voor elkaars belang.”

Details

Een van de bezwaren van een gewoon flatgebouw is dat de architect niet altijd een voor ouderen geschikte entree ontwerpt. Beter werkt in dat opzicht een ‘hotel-entree’ waar mensen overdekt in een drempelloze hal kunnen stappen. Aandacht voor dergelijke details levert uitermate bruikbare woningen op. “Je moet veel hulp behoeven wil je daar niet zelfstandig kunnen wonen”, aldus De Kloe. Andere details zijn bijvoorbeeld ruime rolstoelroutes, deurkrukken die door een minimum aan kracht bewegen en schakelaars en contactdozen op zithoogte. In eengezinswoningen biedt de trap mogelijkheden voor een traplift.

Haagse Plus

Den Haag verwerkte deze aspecten in een eigen programma van eisen. Deze voorwaarden zijn een aanvulling op het Bouwbesluit. Daarmee verdwijnt volgens De Kloe op termijn de specifieke bejaardenbouw en krijgt elke burger de vrijheid zelf te bepalen waar men wil wonen.

Aanpasbaar verbouwen is moeilijker maar zeker niet onmogelijk, onderstreept De Kloe. “De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) geeft daar met het Opplus-programma een aanzet toe. Dat voorziet niet altijd in specifieke ‘rolstoelbouw’ maar biedt ouderen wel de ruimte om een rollator te gebruiken.”

Momenteel werkt Den Haag het programma Haagse Plus uit. Ook deze vorm van aanpasbare verbouw geeft ouderen mogelijkheden zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Zolang die zelfstandigheid gewaarborgd blijft nemen ouderen enig ongemak voor lief. Aanpasbaarheid houdt niet op bij de stoep. “Welbeschouwd bepaalt de hele stad de mate van onafhankelijkheid waarmee ouderen kunnen wonen. Als mensen wel kunnen wonen maar moeilijk boodschappen kunnen doen of geen gebruik kunnen maken van openbare voorzieningen dan blijft de winst beperkt.”

ILSE is een initiatief van de stichting voor Toegankelijkheid En Mobiliteitsadvies in Nederland (TEMA) en het Finse Nationaal Centrum voor Onderzoek en Ontwikkeling van Welzijn en Gezondheid (STAKES). In Nederland steunen de gemeente Den Haag en VROM het initiatief. In Finland werkt het Centrum voor Buitenlandse handel mee. Ook ‘Brussel’ steunt het project. Vanaf 15 juni stellen Nederland en Finland in Den Haag hun bevindingen voor op een driedaagse conferentie. Hetzelfde gebeurt vanaf 21 september in Helsinki. De uitkomsten komen in een eindrapport dat alle lidstaten kunnen gebruiken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels