nieuws

Gww moet veel doen aan bijscholing Technologische vernieuwingen vragen steeds meer van personeel

bouwbreed

amsterdam – Werknemers in de grond-, water- en wegenbouw zullen in toenemende mate moeten worden bijgeschoold. Technologische ontwikkelingen in de sector zorgen voor een toenemende vraag naar goed opgeleide werknemers. Tegelijkertijd neemt het aanbod af. Gezien de daling van het aantal werklozen in de gww, is daar geen belangrijk instroompotentieel te verwachten.

In het EIB-onderzoek ‘De Grond-, Water- en Wegenbouw in de periode 1998-2005’ signaleert het instituut een aantal ontwikkelingen die van invloed zullen zijn op de gewenste kwaliteit van de werknemers. Dit ondanks het feit dat er geen belangrijke veranderingen zullen optreden in de uitvoeringspraktijk. De ontwikkelingen doen zich op veel terreinen voor, onder meer materieel, materiaal, organisatie, veiligheid en kwaliteit.

Volgens het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid hangt dit samen met de trend van grote opdrachtgevers projecten integraal aan te besteden. Voor grote bedrijven betekent dit een verschuiving van capaciteitsaanbieder naar leverancier van totaal-oplossingen.

De toegenomen vraag naar kwaliteit zorgt er echter voor dat gww-bedrijven blijvend moeten investeren in de opleiding van medewerkers.

Complexe projecten

Ook van het midden- en hoger kader wordt steeds meer geeist. Met name de functie van (hoofd)uitvoerder wordt zwaarder. Die krijgt meer taken op het gebied van veiligheid en milieu. En waar uitvoerders te maken krijgen met complexe projecten, worden organisatorische en sociale vaardigheden steeds belangrijker.

Dit leidt ertoe dat steeds hogere opleidingen worden gevraagd voor het middenkader. Waar vroeger vaklieden via bijscholing en ervaring opklommen tot uitvoerder, wordt nu mbo-niveau gevraagd voor deze functie. En waar mbo-niveau voldoende was, wordt nu hbo gevraagd.

Een daarbij behorende trend is verschuiving van functie-inhoud binnen vooral grotere bedrijven. Dit leidt ertoe dat verantwoordelijkheden steeds lager in de organisatie komen. De bedrijfsleider of projectmanager gaat zich bezig houden met acquisitie.

De functie van uitvoerder wordt zwaarder doordat er veel taken bij komen zoals veiligheid en kwaliteitszorg. Daardoor nemen voorlieden taken over van de uitvoerders, zoals het coordineren van de werkzaamheden en het aansturen van de mensen. Deze moeten daarom worden bijgeschoold met name op het punt van organisatorische aspecten. De vaklieden tenslotte nemen daardoor weer meer taken6 van de voorlieden over.

Instroom

Vaklieden zijn nu al moeilijk te vinden. Verwacht wordt dat de instroom van goede personeel in de komende jaren moeilijk zal blijven. Er zal dan ook een beroep moeten worden gedaan op mensen die voor het eerst op de arbeidsmarkt komen. De opleiding van hen is vaak onvoldoende, zodat bijscholing noodzakelijk is.

Ook ondervinden bedrijven moeilijkheden voldoende mensen te vinden voor hogere functies. Onder afgestudeerden is de keuze voor het gww-bedrijf vaak de laatste.

Op dit moment werken grote gww-bedrijven aan de vorming van een breder management-potentieel door een groep medewerkers op te leiden voor managementfuncties.

De tekorten aan hoger opgeleide civieltechnici kunnen, naast de toenemende investeringen in opleidingstrajecten, leiden tot een toenemende druk op de loonkosten en tot een beroep op hoger opgeleiden uit andere disciplines. Daarbij wordt gekeken naar cultuurtechnische en agrarische opleidingen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels