nieuws

‘Geen extra geld voor Randstadrail’

bouwbreed

Verkeer en Waterstaat stelt op korte termijn geen extra geld beschikbaar voor het ontsluiten van de Randstad. Het gaat om de plannen voor Randstadrail op het traject Rotterdam-Zoetermeer-Den Haag, om het Regionet Haarlem/IJmond-Amsterdam-Almere, om Randstadspoor in Utrecht en om de Rijn/Gouwelijn tussen Gouda-Leiden en Noordwijk.

Dit verklaarde R. Pans, secretaris-generaal van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, tijdens het Randstadstatencongres vrijdag in Amsterdam. Volgens Pans moet Verkeer en Waterstaat voorzichtig met de centjes omgaan, omdat er tot 2002 f. 5 miljard voor wegprojecten nodig is en f. 8,5 miljard voor de uitvoering van projecten in planstudie. Voor de railinfrastructuur in de Randstad zou er nog eens f. 12 miljard gereserveerd moeten worden.

Hiermee gaf Pans antwoord op H.S. de Boer, Gedeputeerde van Noord-Holland, die aandrong op een snelle geldverstrekking. “Hoewel het Rijk deze plannen heeft opgenomen in verschillende fasen van het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT), is er nog steeds onvoldoende zicht op een daadwerkelijke financiering”, aldus De Boer. Hij wil binnen korte tijd afspraken met het Rijk maken over het nakomen van eerder gemaakte afspraken, over het op tijd klaar krijgen van projecten en over extra financiele middelen voor de komende vier jaar.

Tijdens de bijeenkomst werd het rapport Zet Randstad op de Rails gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de verschillende plannen om in de Randstad frequent lichte railvoertuigen te laten rijden, bij elkaar f. 1,4 miljard gulden kosten. De provincies en kaderwetgebieden in de Randstad willen dat de overheid dit bedrag snel beschikbaar stelt, zodat de sneltrams al in 2002 kunnen rijden.

Het leeuwendeel van de f. 1,4 miljard, f. 960 miljoen, is bestemd voor de regio Den Haag/Rotterdam, waar veel extra verbindingen moeten worden gemaakt. De overige plannen zijn relatief goedkoop, omdat daarin is uitgegaan van bestaande of al eerder geplande sporen.

Het rapport is gemaakt door Holland Railconsult, dat de bestaande plannen heeft geinventariseerd. Het gaat om ‘lightrail-vervoer’ in de regio’s Amsterdam, Utrecht, Den Haag-Rotterdam en Leiden-Alphen aan den Rijn. Bij dit vervoer worden lichte trein- of tramstellen ingezet op bestaande spoorlijnen.

Veel plannen kunnen pas worden uitgevoerd als er meer sporen beschikbaar zijn, omdat er op het huidige spoor geen ruimte is voor hogere frequenties. Dit zal de plannen nauwelijks duurder maken, omdat het ministerie van Verkeer toch al tot extra sporen had besloten, in het kader van een algemene verbetering van het spoornet.

Holland Railconsult heeft alleen de meerkosten van de lightrail-projecten berekend. Het gaat dan om extra haltes en sporen om treintjes te kunnen laten keren zonder het gewone treinverkeer te hinderen.

Door de plannen zullen naar verwachting elke dag 200.000 extra reizigers van het openbaar vervoer gebruik maken. In 40 procent van de gevallen gaat het om mensen die nu nog met de auto rijden. De sneltramachtige voertuigen hebben een subsidie van vier tot vijtien procent van de omzet nodig om quitte te spelen. Eerder deze week pleitte een aantal maatschappelijke organisaties ook al voor snelle besluitvorming rond light rail.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels