nieuws

De ondernemende architectuur van Matthijs Zeelenberg

bouwbreed

Ooit bracht architect Matthijs Zeelenberg zijn ontwerpen aan de man vanuit een winkel aan het Rotterdamse Weena. Na vrijstaande woonhuizen legde hij zich toe op vakantiedorpen zoals Port Zelande. Inmiddels hebben vooral grote stedenbouwkundige plannen zijn aandacht.

Bij veel van zijn projecten treedt Zeelenberg zelf als ontwikkelaar op. Een architect als entrepeneur.

‘Ik ben erg geinteresseerd in mensen en hun gedrag. Ik kijk hoe ze zich bewegen en wat ze leuk vinden. Het is een natuurlijke eigenschap: ik heb een goede sensor voor wat succes heeft bij het publiek.” Architect Matthijs Zeelenberg schat dat hij na 25 jaar als zelfstandig architect zo’n 2500 prive-woningen en twaalfduizend recreatiewoningen op zijn naam heeft staan, alsmede de nodige scholen, kerken en kantoren.

In 1987 kwam Port Zelande gereed, het project dat Zeelenberg ook buiten Nederland een veelgevraagd architect maakte (in Duitsland, Egypte en op de Antillen, bijvoorbeeld). Het is een compleet vakantiedorp aan de Brouwersdam, halverwege Goeree en Schouwen-Duiveland. Inmiddels nadert twintig kilometer zuidelijker een minstens zo ambitieus project zijn voltooiing: De Banjaard op Noord-Beveland. Ook De Banjaard is een park met recreatiewoningen, maar de opzet is anders. In Port Zelande staat alles dicht opeen en is er gestreefd naar de sfeer van een stadje aan de Middellandse-Zeekust. In De Banjaard staan de vijfhonderd lichtgekleurde huizen vrij of halfvrij en wekken ze, ondanks de nog vrij hoge dichtheid, de indruk van een ruim opgezette buitenwijk.

Zeelenberg ontwerpt meer dan alleen ‘tweede woningen’ (waarvan een permanente bewoning overigens vaak oogluikend wordt toegestaan, zolang de bewoners maar ergens anders staan ingeschreven). Aanvankelijk tekende hij vooral vrijstaande woonhuizen, die hij op een bijzondere manier aan de man bracht: vanuit een winkel aan het Weena in Rotterdam. Uit de onderneming die hij daarvoor had opgericht, Z-woningen, heeft Zeelenberg zich inmiddels teruggetrokken; alleen als onbezoldigd commissaris is hij hier nog zijdelings bij betrokken. De laatste tijd houdt hij zich veel bezig met grote stedenbouwkundige projecten, zoals in Bergen op Zoom en ook in Bremerhaven. In die laatste stad staat een investering van anderhalf miljard gulden op het spel.

Projectontwikkelaar

Toch is het niet eens de omvang van zijn productie die hem tot een opmerkelijk architect maakt. Zeelenberg is een entrepeneur, iemand die altijd maar op zoek is naar nieuwe commerciele concepten en zich weinig aantrekt van het vertoon dat met zakelijk succes gepaard pleegt te gaan.

Voor hem geen Lions of Rotary dus, daar heeft hij juist een hekel aan. En ook geen chic kantoor, maar een bureau in een eenzaam rijtje huizen dat de haven van Ouddorp flankeert. Voor een architect is zo’n weinig prestigieus onderkomen misschien niet eens zo ongewoon. Architecten hechten niet aan glimmende kantoren, althans niet om zelf in te werken. Maar behalve architect is Zeelenberg ook projectontwikkelaar en zijn Duitse klanten kijken soms vreemd op als ze zijn bureau op Goeree bezoeken.

De architect in de rol van projectontwikkelaar? “Niet om meer geld te verdienen, maar om invloed te krijgen op het totale proces. Architecten worden fijngemalen tussen de voor- schriften en de verlangens van een ontwikkelaar die probeert de prijs scherp te houden ten koste van de architectuur. Eigenlijk zouden alle architecten projectontwikkelaar moeten worden. Het zou goed zijn als ze – zoals ik in Bergen op Zoom – verantwoordelijk zijn voor de stedenbouw en de architectuur. En daar dan ook zelf het risico voor durven dragen. Maar daar moet je wel een enorme marktfeeling voor hebben. In de Verenigde Staten komt die combinatie veel vaker voor, maar in Nederland hebben architecten zich op een heel klein gebied laten terugdringen. Ze blijven hier steken in de rol van vormgever. Daarmee zijn het eigenlijk trieste mensen. Dat zeg ik niet om te kwetsen, maar om ze te prikkelen en uit te dagen.”

Zeelenberg verduidelijkt het verschil aan de hand van De Bajaard. “Stel dat de bouwer daar de ontwikkelaar was geweest. Dan had ik die sprongetjes in het metselwerk nooit voor elkaar gekregen. In het beste geval waren de accenten dan met kleuren aangegeven. Voor elke hoek waren vier extra profielen nodig. Bij elkaar heeft dat een half miljoen gekost, dat investeer ik dus in extra kwaliteit. Ik zet bovendien witte hekjes neer en ik leg schelpenpaden aan met bomen erlangs. Dat kost allemaal geld, maar het geeft het project wel karakter. Als je zelf projectontwikkelaar bent, durf je het aan om zoiets duurder te maken. Uiteindelijk is het economisch verantwoord om te investeren in kwaliteit en details.”

Ideeenboek

Maar met zijn pleidooi dat architecten bereid moeten zijn het risico van bouwen op zich te nemen, houden de aansporingen van Zeelenberg nog niet op. Een architect moet volgens hem van alle markten thuis zijn. “Het is een vreselijk moeilijk vak. Er zitten zo veel facetten aan vast dat maar weinigen het allemaal beheersen. Het ontwerpen van een gevel is een ding – minstens zo belangrijk is het opbouwen van een vertrouwensrelatie met je opdrachtgever.”

Aan die relatie dankt Zeelenberg naar eigen zeggen zijn succes met Z-woningen. In het contact met zijn klanten speelde het ideeenboek, vaak ten onrechte als catalogus aangeduid, een centrale rol. “Daarmee kon ik ze meteen een stijl en een prijs laten zien. Met dat boek, dat steeds dikker werd, kwam ik er in een paar gesprekken achter wat de opdrachtgever verlangde. Op die manier leerden we elkaar snel kennen. Ik heb de drempels bewust omlaag gehaald. Ik ben gaan adverteren om te laten zien waar ik voor stond: een maatpak voor de prijs van confectie.”

Bij zo’n maatpak hoort volgens Zeelenberg geen systeembouw. “Wanneer een systeembouwer belooft dat een woning een eigen identiteit heeft, dan is dat een grote leugen. Systeembouw heeft het vrije bouwen grauw en saai gemaakt. Het heeft particuliere woningen op een smakeloze manier uit handen van de architecten getrokken.” Maar ook de architecten zelf treft schuld: “Ik was een baanbreker. Ik zei: als de architecten doorgaan met hun ivoren-torenmentaliteit, verliezen ze het contact met het publiek en daarmee ook hun grip op de markt.”

Z-woningen stamt uit een voorbije periode, waar Zeelenberg niet te lang bij stil wil staan. Hij is allang met andere zaken bezig. Maar zijn kritiek op de houding van collega-architecten houdt hij staande: “We zijn in Nederland allemaal op dezelfde manier opgevoed. Bij iedereen is de doctrine van het Nieuwe Bouwen erin geramd – heel eng. Een hoog niveau is ook mogelijk als je een lichte buiging naar het publiek maakt.” Het kost Zeelenberg dan ook geen moeite het publiek de romantische architectuur te geven waar het volgens hem om vraagt: “Romantiek in de architectuur hoeft geen illusie te zijn, ook al ligt het hier moeilijk. Disney is in Amerika een topontwikkelaar, maar zo’n naam kun je in Nederland beter niet noemen. Ik vind dat ik de mensen enige smaak bijbreng. Ook in mijn werk zitten verrassingen. Het plan voor Bergen op Zoom zit er vol mee, al volg ik klassieke grondbeginselen, met pleinen en vista’s. Maar het zijn wel prettige en geen verontrustende verrassingen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels