nieuws

Burger moet vroegtijdig over stort kunnen meepraten

bouwbreed

Een milieu-effectrapportage (mer) moet burgers vroegtijdig de kans geven, zich uit te spreken over de voorgenomen aanleg van afvalstorten. Dit voorkomt onnodige conflicten en vergroot het draagvlak van de uiteindelijke locatiekeuze. Aldus concludeert milieugeograaf drs. J. van der Heijden in zijn proefschrift ‘De locatie gekozen. Milieu-aspecten bij de locatiekeuze van afvalstortplaatsen’.

Volgens Van der Heijden spelen Milieu-aspecten slechts een beperkte rol bij het kiezen van stortplaatsen. De zakelijke en economische belangen van een gemeente staan voorop. Provincie, samenwerkingsgebied en gemeenten bepalen de gang van zaken in het toewijzingsbeleid. Gemeenten die instemmen met de aanleg van een stort krijgen daar niet zelden een financiele of materiele vergoeding voor. Burgers en omwonenden staan dan voor een voldongen feit. De inspraak blijft beperkt tot de inrichting van een locatie. Hierbij krijgen de milieu-aspecten wel meer aandacht.

Discussie

Van der Heijden bestudeerde acht besluitvormingsprocessen, inzake de storten van Beuningen, Leiderdorp, Hardenberg, Raalte, Zevenaar, Skasterlan, Zwijndrecht/Heerjansdam en Landgraaf. Bij de eerste drie locatiekeuzen waren geen mer’s opgesteld, in de andere gevallen leverde de mer meer milieu-informatie op. Het opstellen van een mer veroorzaakt veel discussie bij provincie en gemeente. Omdat de procedure tijd en geld kost, proberen initiatiefnemers soms aan deze plicht te ontkomen. In de besluitvormingsprocessen met mer gaat het steeds om een (verplichte) inrichtings-mer; in een geval ging het ook om een locatie-mer.

Van der Heijden constateert dat mer’s naar inrichtingsniveau worden doorgeschoven. Daardoor komen alternatieve locaties niet meer aan de orde. De keuze is al gemaakt en hoeft alleen nog te worden verantwoord. Locatiekeuze wordt zo teruggebracht tot een technisch inrichtingsprobleem. Een mer op inrichtingsniveau houdt bestudering van de milieubelangen van andere locaties tegen. Bestuurders zouden op provinciaal beleidsplanniveau al een mer moeten laten uitvoeren, waardoor de betrokken burgers bovendien de mogelijkheid van inspraak krijgen. Nu proberen provincie, samenwerkingsgebied en gemeente eerst tot bestuurlijke overeenstemming te komen. Dit leidt tot voldongen feiten en werkt protest in de hand.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels