nieuws

Belofte maakt schuld

bouwbreed

Al vele jaren geeft een deel van de bouwwereld aan consumenten en opdrachtgevers terecht aanleiding tot bedenkingen over het gedrag van bouwers. Nu de meeste bedrijfstakken overgaan tot een betere relatie met hun klanten en keurmerken voor kwaliteit instellen, volgt de bouwwereld schoorvoetend.

Het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) introduceerde in dit kader al in 1995 het keurmerk BouwGarant en naar verluidt functioneert dit systeem voldoende. Nu komt het NVOB samen met de Vereniging Eigen Huis (VEH) met een soortgelijke garantieregeling maar voor verbouwingen van huizen en flats. Aan deze tweede regeling doen de 1300, van de 4500, leden van het NVOB en die ook in deze branche werkzaam zijn, mee. Het is een betaalbaar garantiecertificaat waaraan vooral particuliere opdrachtgevers veel plezier zullen beleven.

Bij de presentatie van deze zogenaamde Verbouwingsovereenkomst bleek dat de garantieregeling geldt voor verbouwingen tot 50.000 gulden en dat de premie voor de garantie 50 gulden bedraagt. Dus een luttel bedrag voor veel zekerheid. Het lezen van de brochure die bij deze Verbouwingsovereenkomst hoort, leidt tot een opmerkelijke duidelijkheid over het wantrouwen van de mede-opsteller ervan, de VEH, jegens de NVOB. Het betreft een gedetailleerde overeenkomst met regels en nadere afspraken over alles dat u zich maar kunt voorstellen bij de uitvoering van een verbouwing. Overigens riskeren leden van de NVOB, gezien hun interne tuchtrechtspraak, bij wangedrag altijd een strafmaatregel van hun verbond die zelfs tot uitzetting kan leiden. Of ze nu wel of niet meedoen aan deze garantieregeling.

Terecht kan geen enkele vereniging of verbond tolereren dat een of meer leden zich misdragen, dus een modern functionerend tuchtrecht met effectieve sancties is dan op zijn plaats. Maar neemt u nu de VEH zelf met 530.000 leden, die op hun eigen directeur na natuurlijke niet allemaal ‘heilige boontjes’ zijn. Ook onder de 530.000 VEH-leden, waarvan ik er ook een ben, bevinden zich lieden die zich volstrekt onmogelijk gedragen en het ouderwets stereotiep van de kritische huiseigenaar als querulant bevestigen en daarmee de belangen van de overige huiseigenaren niet dienen. Zou de VEH deze leden dan ook niet moeten schorsen?

Dan nog een aspect van de verbouwingsgarantie, waarover nog geen duidelijkheid is. Kunnen alleen huiseigenaren gebruik maken van deze regeling of kunnen huurders van huizen en flats ook een verbouwing onder garantie laten uitvoeren? En hoe gaat deze regeling eruit zien voor (kleine) particuliere woningverhuurders die per woning voor maximaal 50.000 gulden willen laten verbouwen en zich willen verzekeren van een goede afloop?

Tot slot moet ik toch het volgende kwijt. Al die keurmerken en garantieregelingen zijn natuurlijk prachtig en zorgen voor veel werkgelegenheid, maar het is toch werkelijk te triest dat het ‘doen wat je belooft’ heden ten dage slechts via een stapel papier is af te dwingen. Het op tijd en goed uitvoeren van een (bouw) opdracht is toch een vanzelfsprekendheid en het moet de eer van bouwers eigenlijk te na zijn dat opdrachtgevers en consumentenorganisaties ze daartoe moeten dwingen via deze instrumenten. Het leveren van kwaliteit moet weer vanzelfsprekend zijn, ook op weg naar de 21ste eeuw!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels