nieuws

Windtunnelonderzoek verdient zich ruimschoots terug

bouwbreed

rijswijk – Een windtunnelonderzoek kan zichzelf makkelijk terugverdienen. Vooral bij hoge gebouwen leidt een dergelijk onderzoek namelijk al gauw tot een grote reductie van de bouwkosten. Dat komt doordat het gebouw dan niet meer aan de NEN-normen voor belasting hoeft te voldoen.

En die normen zitten altijd wat aan de veilige kant. Opgeteld zorgt dat voor een aardige extra kostenpost, die het windtunnelonderzoek overbodig maakt. De normen dienen immers om de veiligheid te garanderen. Kan de bouwer op een andere manier aantonen dat zijn gebouw veilig is, dan vervallen de normen.

In het geval van de twee torens die projectontwikkelaar De Wilgen neerzette in het Rotterdamse Wijnhavengebied leverde dit tenminste een jaarsalaris op. Het windkrachtonderzoek kostte 50.000 gulden per toren en dat verdiende het bedrijf “zonder meer” een paar maal terug. “Ik weet niet precies hoeveel het ons heeft gescheeld, omdat we het onderzoek al in het beginstadium uitvoerden”, zegt een woordvoerder. “De kosten volgens de NEN hebben we dus nooit berekend.”

Glas

Van die ‘paar maal’ is hij echter zeker. “Wapening blijft in de constructie het duurste element en daar kan je dan op bezuinigen. Maar ook op bijvoorbeeld glas. Want als je precies weet welke krachten de gevelpui te verwerken krijgt, weet je ook hoe dik het glas moet zijn. Al met al scheelt dat aanzienlijk.”

In dezelfde tunnel kan ook de windhinder worden berekend: de hinder op straat, het bewegen van het gebouw en geluidsoverlast. Voor de derde toren in de Wijnhaven betekende dat aanzienlijke veranderingen in het gevelontwerp. Doordat het onderzoek in een vroeg stadium werd uitgevoerd, kon de architect de wijzigingen echter opnemen in zijn ontwerp, in plaats van achteraf te worden geconfronteerd met de behoefte aan luifels: een volgens windonderzoeker Geurts van TNO in Rijswijk veel voorkomende oplossing.

“Windhinder op straat ontstaat meestal doordat de wind die tegen het gebouw botst naar beneden wordt geleid en daar gaat circuleren. Dat kan worden opgelost door de windrichting al boven straatniveau te veranderen, zodat de circulatie daar plaatsheeft. Als het gebouw eenmaal staat, is een van de weinige manieren om dat nog te bereiken een luifel.”

Zeelandbrug

Andere bekende veroorzakers van windhinder zijn nauwe doorgangen en taps toelopende straten. Soms komt het probleem echter uit een onverwachte hoek. “Bij de Zeelandbrug lijkt geen enkel obstakel te staan dat de kracht en richting van de wind kan beinvloeden. Maar de peilers onder de brug sturen de wind op een vreemde manier naar boven, zodat de automobilist alsnog een klap krijgt.”

Bij de meeste bouwwerken valt de windgevoeligheid volgens Geurts echter wel mee. “Bovendien zijn Nederlanders opgegroeid met wind en accepteren het dus makkelijk. Verder heeft de wind een nuttige functie: het houdt een stad schoon en kan worden gebruikt om bijvoorbeeld een parkeergarage te ontluchten. Maar bij een hoge toren of een gebouw in de buurt van een plein is het wel de moeite waard tijdig rekening te houden met windoverlast.”

Model van de Wijnhaventorens in Rotterdam in de windtunnel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels